helphelp

Exameneenheden

( )

ExameneenheidInhoudenVakkernen

DA/V/Domein B: Praktijk
Subdomein B1: Dansen
4. De kandidaat kan op een dansvaardige en expressieve wijze gevoelens, ervaringen en ideeën in dans vertalen en vertolken en daarbij doelgericht:
- samenwerken met anderen;
- muzikale, beeldende en dramatische elementen in dans hanteren.
Subdomein B2: Vormgeven
5. De kandidaat kan:
- alleen of samen met anderen improviseren vanuit opdrachten;
- de resultaten structureren tot een herhaalbare compositie met gebruik van dansante aspecten en vormgevingsmiddelen;
- uitgangspunten, doel, keuzes en werkproces toelichten en verantwoorden.
Subdomein B3: Presenteren
6. De kandidaat kan een danspresentatie:
- maken voor publiek met het accent op overdracht, vorm en inhoud van het gebodene;
- voorzien van beknopte publieksgerichte informatie.

DA/V/Domein B Praktijk
Produceren en presenteren

DA/H/Domein A: Vaktheorie
Subdomein A1: Dans en maatschappij
1. De kandidaat kan zelfstandig onderzoek verrichten naar een onderwerp dat
direct of indirect verband houdt met dans.
Subdomein A2: Historische ontwikkeling
2. De kandidaat kan de verschillende stromingen en genres binnen de westerse
theaterdans in grote lijnen benoemen en in verband brengen met de historischartistieke
context, en dan omschrijven waaruit de invloed op en van nietwesterse
(theater)dans bestaat.
Subdomein A3: Analyseren
3. De kandidaat kan de choreografie van dansstukken c.q. fragmenten
beschrijven, en met elkaar in verband brengen.

DA/H/Domein A Vaktheorie
Onderzoeken, analyseren, interpreteren en verslag doen

DA/H/Domein B: Praktijk
Subdomein B1: Dansen
4. De kandidaat kan op een dansvaardige en expressieve wijze gevoelens,
ervaringen en ideeën in dans vertalen en vertolken en daarbij doelgericht:
- samenwerken met anderen;
- muzikale, beeldende en dramatische elementen in dans hanteren.
Subdomein B2: Vormgeven
5. De kandidaat kan:
- alleen of samen met anderen improviseren vanuit opdrachten;
- de resultaten structureren tot een herhaalbare compositie met gebruik van
dansante aspecten en vormgevingsmiddelen.
Subdomein B3: Presenteren
6. De kandidaat kan een danspresentatie maken voor publiek waarin dans- en
vormgevingsvaardigheden functioneel zijn toegepast.

DA/H/Domein B Praktijk
Produceren en presenteren

DA/V/Domein A: Vaktheorie
Subdomein A1: Dans en maatschappij
1. De kandidaat kan zelfstandig onderzoek verrichten naar een onderwerp dat direct of indirect verband houdt met dans, waarbij zowel de historisch-artistieke als cultureel-maatschappelijke en religieuze verbanden belicht worden.
Subdomein A2: Historische ontwikkeling
2. De kandidaat kan de verschillende stromingen en genres binnen de westerse theaterdans benoemen en in verband brengen met de historisch-artistieke, cultureel-maatschappelijke en/of religieuze context, en kan omschrijven waaruit de invloed op en van niet-westerse (theater)dans bestaat.
Subdomein A3: Analyseren
3. De kandidaat kan de choreografie, de structuur en de inhoud van dansstukken c.q. fragmenten beschrijven, met elkaar in verband brengen en op basis daarvan een eigen visie geven.

DA/V/Domein A Vaktheorie
Onderzoeken, analyseren, interpreteren en verslag doen

DA/H/Domein C: Oriëntatie op studie en beroep

DA/H/Domein C Oriëntatie op studie en beroep.
Reflecteren en evalueren

DA/V/Domein C: Oriëntatie op studie en beroep

DA/V/Domein C Oriëntatie op studie en beroep.
Reflecteren en evalueren