helphelp

Leerlijn Management en organisatie (PO-havo/vwo)

( )

Sectoren
Kernconcepten
kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouwhavo bovenbouw exameneenhedenvwo bovenbouw exameneenheden
1. Organisatie en personeelsbeleid

35:
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

35

42:
De leerling leert in eigen ervaringen en in de eigen omgeving effecten te herkennen van keuzes op het gebied van werk en zorg, wonen en recreëren, consumeren en budgetteren, verkeer en milieu.

45:
De leerling leert de betekenis van Europese samenwerking en de Europese Unie te begrijpen voor zichzelf, Nederland en de wereld.

42, 45

MO/H Domein B: Interne organisatie en personeelsbeleid
Subdomein B1: Interne organisatie
6. De kandidaat kan beschrijven en verklaren op welke manier(en) de functies binnen commerciële en niet-commerciële organisaties dienen samen te hangen om tot goede beslissingen te komen.
Subdomein B2: Personeelsbeleid
7. De kandidaat kan:
- analyseren en verklaren waarom een organisatie bij het selecteren van personeel grote waarde hecht aan de economische voor- en nadelen die de organisatie heeft van nieuwe personeelsleden;
- verklaren waarom de overheid via wetgeving of andere maatregelen tracht de positie van bepaalde sociale groeperingen op de arbeidsmarkt te beïnvloeden.

MO/H/Domein B Interne organisatie en personeelsbeleid

MO/V Domein B: Interne organisatie en personeelsbeleid
Subdomein B1: Interne organisatie
6. De kandidaat kan beschrijven en verklaren op welke manier(en) de functies binnen commerciële en niet-commerciële organisaties dienen samen te hangen om tot goede beslissingen te komen.
Subdomein B2: Personeelsbeleid
7. De kandidaat kan:
- analyseren en verklaren waarom een organisatie bij het selecteren van personeel grote waarde hecht aan de economische voor- en nadelen die de organisatie heeft van nieuwe personeelsleden;
- verklaren waarom de overheid via wetgeving of andere maatregelen tracht de positie van bepaalde sociale groeperingen op de arbeidsmarkt te beïnvloeden.

MO/V/Domein B Interne organisatie en personeelsbeleid
2. Financiering van activiteiten

35:
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

35

42:
De leerling leert in eigen ervaringen en in de eigen omgeving effecten te herkennen van keuzes op het gebied van werk en zorg, wonen en recreëren, consumeren en budgetteren, verkeer en milieu.

45:
De leerling leert de betekenis van Europese samenwerking en de Europese Unie te begrijpen voor zichzelf, Nederland en de wereld.

42, 45

MO/H Domein C: Financiering van activiteiten
Subdomein C1: Rechtsvormen
8. De kandidaat kan de verschillende rechtsvormen beschrijven die commerciële en niet-commerciële organisaties kunnen kiezen, en verklaren waarom de organisatie voor een bepaalde rechtsvorm kiezen.
Subdomein C2: Aantrekken van geld
9. De kandidaat kan:
- de werking van de vermogensmarkt beschrijven vanuit het perspectief van particulieren, commerciële organisaties en niet-commerciële organisaties;
- verklaren welke mogelijkheden, beperkingen en redenen er zijn voor particulieren, commerciële organisaties en niet-commerciële organisaties voor het aantrekken van vermogen;
- de keuze voor het aantrekken van het vermogen cijfermatig ondersteunen.

MO/H/Domein C Financiering van activiteiten

MO/V Domein C: Financiering van activiteiten
Subdomein C1: Rechtsvormen
8. De kandidaat kan de verschillende rechtsvormen beschrijven die commerciële en niet-commerciële organisaties kunnen kiezen, en verklaren waarom de organisatie voor een bepaalde rechtsvorm kiezen.
Subdomein C2: Aantrekken van geld
9. De kandidaat kan:
- de werking van de vermogensmarkt beschrijven vanuit het perspectief van particulieren, commerciële organisaties en niet-commerciële organisaties;
- verklaren welke mogelijkheden, beperkingen en redenen er zijn voor particulieren, commerciële organisaties en niet-commerciële organisaties voor het aantrekken van vermogen;
- de keuze voor het aantrekken van het vermogen cijfermatig ondersteunen.

MO/V/Domein C Financiering van activiteiten
3. Marketingbeleid

35:
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

35

42:
De leerling leert in eigen ervaringen en in de eigen omgeving effecten te herkennen van keuzes op het gebied van werk en zorg, wonen en recreëren, consumeren en budgetteren, verkeer en milieu.

46:
De leerling leert over de verdeling van welvaart en armoede over de wereld, hij leert de betekenis daarvan te zien voor de bevolking en het milieu en relaties te leggen met het (eigen) leven in Nederland.

42, 46

MO/H Domein D: Marketingbeleid
Subdomein D1: Marketing van niet-commerciële organisaties
10. De kandidaat kan:
- verklaren wat het belang van marketing is voor niet-commerciële organisaties en welke principes daarbij van belang zijn;
- de mogelijke marketingdoelstellingen herkennen en de relatie beschrijven tussen de marketingdoelstellingen, de doelstelling van de organisatie en de belangen van de consument.
Subdomein D2: Marketing van commerciële organisaties
11. De kandidaat kan:
- de mogelijke marketingdoelstellingen en de marketinginstrumenten herkennen en de relatie verklaren tussen de marketingdoelstellingen en de doelstelling van de organisatie;
- verklaren wat het belang van marketing is voor commerciële organisaties, beschrijven hoe een commerciële organisatie informatie kan verzamelen voor de vaststelling van het marketingbeleid en voor de evaluatie van de ingezette instrumenten;
- de kostenconsequenties berekenen van het inzetten van marketinginstrumenten op basis van verstrekte gegevens.

MO/H/Domein D Marketingbeleid

MO/V Domein D: Marketingbeleid
Subdomein D1: Marketing van niet-commerciële organisaties
10. De kandidaat kan:
- verklaren wat het belang van marketing is voor niet-commerciële organisaties en welke principes daarbij van belang zijn;
- de mogelijke marketingdoelstellingen herkennen en de relatie beschrijven tussen de marketingdoelstellingen, de doelstelling van de organisatie en de belangen van de consument.
Subdomein D2: Marketing van commerciële organisaties
11. De kandidaat kan:
- de mogelijke marketingdoelstellingen en de marketinginstrumenten herkennen en de relatie verklaren tussen de marketingdoelstellingen en de doelstelling van de organisatie;
- verklaren wat het belang van marketing is voor commerciële organisaties, beschrijven hoe een commerciële organisatie informatie kan verzamelen voor de vaststelling van het marketingbeleid en voor de evaluatie van de ingezette instrumenten;
- de kostenconsequenties berekenen van het inzetten van marketinginstrumenten op basis van verstrekte gegevens.

MO/V/Domein D Marketingbeleid
4. Financieel beleid

35:
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

35
n.v.t.

MO/H Domein E: Financieel beleid
Subdomein E1: Financieel beleid in niet-commerciële organisaties
12. De kandidaat kan op basis van algemene modellen een overzicht van inkomsten en uitgaven herleiden tot een staat van baten en lasten (en vice versa).
Subdomein E2: Financieel beleid in commerciële organisaties
13. De kandidaat kan:
- op basis van algemene modellen de verkoopprijs berekenen;
- de uitgaven en ontvangsten herleiden tot kosten en opbrengsten, een liquiditeitsbegroting en de voorcalculatorische en de nacalculatorische resultatenrekening opstellen en de samenhang verklaren;
- berekeningen uitvoeren die gericht zijn op de herleiding of vaststelling van data van een algemeen model voor de interne verslaggeving.

MO/H/Domein E Financieel beleid

MO/V Domein E: Financieel beleid
Subdomein E1: Financieel beleid in niet-commerciële organisaties
12. De kandidaat kan op basis van algemene modellen een overzicht van inkomsten en uitgaven herleiden tot een staat van baten en lasten (en vice versa).
Subdomein E2: Financieel beleid in commerciële organisaties: handelsondernemingen
13. De kandidaat kan:
- op basis van algemene modellen de verkoopprijs berekenen;
- de uitgaven en ontvangsten herleiden tot kosten en opbrengsten, een liquiditeitsbegroting en de voorcalculatorische en de nacalculatorische resultatenrekening opstellen en de samenhang verklaren;
- berekeningen uitvoeren die gericht zijn op de herleiding of vaststelling van data van een algemeen model voor de interne verslaggeving.
Subdomein E3: Financieel beleid in commerciële organisaties: industriële ondernemingen
14. De kandidaat kan:
- op basis van algemene modellen voor een bedrijf met stukproductie of voor een bedrijf met homogene massaproductie de fabricagekostprijs, de commerciële kostprijs en de verkoopprijs vaststellen, en daarbij onderscheid maken tussen werkelijke kosten en toegestane kosten;
- de ontwikkeling in de resultaten analyseren, zowel met behulp van gegevens uit interne als uit externe verslaggeving;
- op grond van geformuleerde doelstellingen geplande investeringen selecteren;
- de balans en de resultatenrekening zowel ten behoeve van de externe als ten behoeve van de interne verslaggeving opstellen, en de relatie tussen de interne en externe verslaggeving analyseren en beschrijven.

MO/V/Domein E Financieel beleid
5. Informatievoorziening m.b.v. ICT

35:
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

35

42:
De leerling leert in eigen ervaringen en in de eigen omgeving effecten te herkennen van keuzes op het gebied van werk en zorg, wonen en recreëren, consumeren en budgetteren, verkeer en milieu.

42

MO/H Domein F: Informatievoorziening met behulp van ICT
Subdomein F1: Informatiestromen in organisaties
14. De kandidaat kan verklaren welke informatie van belang is voor een organisatie om haar bedrijfsvoering zo goed mogelijk uit te voeren en hoe met behulp van ICT de kwaliteit van de informatievoorziening verbeterd kan worden.
Subdomein F2: Toepassing van computerprogramma’s in het kader van informatievoorziening van organisaties
15. De kandidaat kan eenvoudige toepassingen van bestaande computerprogramma’s aanwenden ten behoeve van de informatievoorziening van organisaties.

MO/H/Domein F Informatievoorziening met behulp van ICT

MO/V Domein F: Informatievoorziening met behulp van ICT
Subdomein F1: Informatiestromen in organisaties
15. De kandidaat kan analyseren welke informatie van belang is voor een organisatie om haar bedrijfsvoering zo goed mogelijk uit te voeren en hoe met behulp van ICT de kwaliteit van de informatievoorziening verbeterd kan worden.
Subdomein F2: Toepassing van computerprogramma’s in het kader van informatievoorziening van organisaties
16. De kandidaat kan eenvoudige toepassingen van bestaande computerprogramma’s aanwenden ten behoeve van de informatievoorziening van organisaties.

MO/V/Domein F Informatievoorziening met behulp van ICT
6. Externe financiële verslaggeving

35:
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

35
n.v.t.

MO/H Domein G: Externe financiële verslaggeving
16. De kandidaat kan:
- de begroting en de jaarrekening van commerciële en niet-commerciële organisaties verklaren, zoals deze worden voorgelegd aan medezeggenschapsraden, ondernemingsraden en leden- of
aandeelhoudersvergaderingen;
- een balans en de resultatenrekening voor het externe verslag opstellen en uit potentiële data de relevante grootheden kiezen.

MO/H/Domein G Externe financiële verslaggeving.

MO/V Domein G: Externe financiële verslaggeving
17. De kandidaat kan:
- de begroting en de jaarrekening van commerciële en niet-commerciële organisaties analyseren, zoals deze worden voorgelegd aan medezeggenschapsraden, ondernemingsraden en leden- of
aandeelhoudersvergaderingen;
- een balans en de resultatenrekening voor het externe verslag opstellen en uit potentiële data de relevante grootheden kiezen.

MO/V/Domein G Externe financiële verslaggeving.