helphelp

Exameneenheden

( )

ExameneenheidContexten en tekstkenmerkenVakkernen

MVT Domein A: Leesvaardigheid
1. De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- relaties tussen delen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur.

MVT/Domein A Leesvaardigheid

Dagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.

Dagelijks leven; persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen. Publieke  sector: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten.   Opleiding: doeltaal op school, opleidingsinstanties, uitwisseling, vorming
Lezen

MVT Domein B: Kijk- en luistervaardigheid
2. De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de spreker(s);
- anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek;
- aantekeningen maken als strategie om een tekst aan te pakken.

MVT/Domein B Kijk-en luistervaardigheid

Dagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.

Dagelijks leven; persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen. Publieke  sector: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten.   Opleiding: doeltaal op school, opleidingsinstanties, uitwisseling, vorming
Kijken en luisteren

MVT Domein C: Gespreksvaardigheid
Subdomein C1: Gesprekken voeren
3. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- uitdrukking geven aan gevoelens;
- zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden;
- strategieën toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden.
Subdomein C2: Spreken
4. De kandidaat kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.

MVT/Domein C Gespreksvaardigheid

Dagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.

Dagelijks leven; persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen. Publieke  sector: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten.   Opleiding: doeltaal op school, opleidingsinstanties, uitwisseling, vorming

Dagelijks leven. Publieke sector.

Dagelijks leven: relaties met anderen. Publieke  sector: reizen, winkelen, horeca, instanties.   Opleiding:  opleidingsinstanties, uitwisseling,  Werk: solliciteren
Gesprekken voeren
Spreken

MVT Domein D: Schrijfvaardigheid
Subdomein D1: Taalvaardigheden
5. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in schriftelijke contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en uitdrukking geven aan gevoelens en standpunten verwoorden;
- een verslag schrijven. Voor havo: geldt alleen voor Engelse en Turkse taal en literatuur.
Voor vwo: geldt niet voor Russische taal en literatuur.
Subdomein D2: Strategische vaardigheden
6. De kandidaat kan met behulp van:
- een tekstverwerkingsprogramma een tekst schrijven;
- (elektronisch) naslagmateriaal teksten opstellen.

MVT/Domein D Schrijfvaardigheid

Dagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.

Dagelijks leven; persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen. Publieke  sector: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten.   Opleiding: doeltaal op school, opleidingsinstanties, uitwisseling, vorming
Schrijven

MVT Domein E: Literatuur
Subdomein E1: Literaire ontwikkeling
7. De kandidaat kan beargumenteerd verslag uitbrengen van zijn leeservaringen met ten minste drie literaire werken.
Subdomein E2: Literaire begrippen (alleen vwo)
8. De kandidaat kan literaire tekstsoorten herkennen en onderscheiden, en literaire begrippen hanteren in de interpretatie van literaire teksten.
Subdomein E3: Literatuurgeschiedenis (alleen vwo)
9. De kandidaat kan een overzicht geven van de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis en de gelezen literaire werken plaatsen in dit historisch perspectief.

MVT/Domein E Literatuur
De taalgerichte benadering richt zich op het gebruik van de taal in de literaire werken en de ontwikkeling van de taal bij leerlingen. Literaire teksten in een Moderne Vreemde Taal zijn een potentieel rijke bron van talige input voor leerlingen: het biedt leerlingen een grote variëteit aan authentieke en gecontextualiseerde taal die de ontwikkeling van de taalvaardigheid van leerlingen kan faciliteren (het zogenaamde ‘leeskilometers maken’). De focus op specifiek taalgebruik in de literaire teksten, zoals connotatie, figuurlijk taalgebruik, of woordvolgorde, zou kunnen leiden tot de ontwikkeling van een gevoel voor tekstuele coherentie en cohesie bij leerlingen. Daarnaast kunnen literaire teksten uitstekend gebruikt worden als daadwerkelijke inhoud van de taalvaardigheidslessen waarbij de focus het verbeteren van bijvoorbeeld de schrijfvaardigheid of spreekvaardigheid van de leerlingen is.
Literatuur