helphelp

Leerlijn Kunst: muziek (PO-havo/vwo)

( )

Sectoren
Vakkernen
kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouwhavo/vwo bovenbouw exameneenheden
1. Kijken en luisteren
Oriënteren & reflecteren

55:
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

55

50:
De leerling leert, op grond van enige achtergrondkennis, te kijken naar beeldende kunst, te luisteren naar muziek en te kijken en luisteren naar theater-, dans- en filmvoorstellingen.

50
n.v.t.
2. Onderzoeken, analyseren, interpreteren en verslag doen
Onderzoeken en reflecteren

55:
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

56:
De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

55, 56

51:
De leerling leert, met behulp van visuele of auditieve middelen, verslag te doen van deelname aan kunstzinnige activiteiten (als toeschouwer en als deelnemer).

52:
De leerling leert mondeling of schriftelijk te reflecteren op eigen werk en werk van anderen, waaronder kunstenaars.

51, 52

MU/H Domein A: Vaktheorie
Subdomein A1: Waarnemen en weten
1. De kandidaat kan:
- een muzieknotatie volgen;
- klinkende eenvoudige ritmes en melodiefragmenten noteren;
- muzikale aspecten onderscheiden, herkennen en benoemen naar aanleiding van klinkende voorbeelden.
Subdomein A2: Analyseren en interpreteren
2. De kandidaat kan:
- muzikale structuren analyseren naar aanleiding van klinkende voorbeelden;
- muzikale processen interpreteren;
- zijn muzikale beleving in verband brengen met de muzikale aspecten, betekenissen en functies van muziek.
Subdomein A3: Muziek en cultuur
3. De kandidaat kan:
- historische ordening aanbrengen in de ontwikkeling van muzikale vormen en genres;
- hem bekende werken plaatsen in de ontwikkelingslijn van muzieksoorten, in een geografische regio en een maatschappelijke context en kan daarbij verbanden leggen tussen  cultuurhistorische perioden;
- hem onbekende werken plaatsen op basis van culturele, stilistische, vormtechnische en muziekhistorische argumenten;
- op basis van een probleemstelling een onderwerp uit de muziekgeschiedenis/muziekcultuur uitwerken en daarover verslag doen.

MU/V Domein A: Vaktheorie
Subdomein A1: Waarnemen en weten
1. De kandidaat kan:
- een muzieknotatie en een partituur volgen;
- klinkende eenvoudige ritmes en melodiefragmenten noteren;
- muzikale aspecten onderscheiden, herkennen en benoemen naar aanleiding van klinkende voorbeelden.
Subdomein A2: Analyseren en interpreteren
2. De kandidaat kan:
- muzikale structuren analyseren naar aanleiding van klinkende voorbeelden;
- muzikale processen interpreteren;
- zijn muzikale beleving in verband brengen met de muzikale aspecten, betekenissen en functies van muziek.
Subdomein A3: Muziek en cultuur
3. De kandidaat kan:
- historische ordening aanbrengen in de ontwikkeling van muzikale vormen en genres;
- hem bekende werken plaatsen in de ontwikkelingslijn van muzieksoorten, in een geografische regio en een maatschappelijke context en kan daarbij verbanden leggen tussen cultuurhistorische perioden;
- hem onbekende werken plaatsen op basis van culturele, stilistische, vormtechnische en muziekhistorische argumenten.

MU/H/Domein A Vaktheorie, MU/V/Domein A Vaktheorie
3. Produceren en presenteren
Uitvoeren en reflecteren

54:
De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.

54

48:
De leerling leert door het gebruik van elementaire vaardigheden de zeggingskracht van verschillende kunstzinnige disciplines te onderzoeken en toe te passen om eigen gevoelens uit te drukken, ervaringen vast te leggen, verbeelding vorm te geven en communicatie te bewerkstelligen.

49:
De leerling leert eigen kunstzinnig werk, alleen of als deelnemer in een groep, aan derden te presenteren.

48, 49

MU/H Domein B: Praktijk
Subdomein B1: Zingen en spelen
4. De kandidaat kan:
- een gevarieerd repertoire uitvoeren van één- en meerstemmige vocale en/of instrumentale muziek;
- onvoorbereid een melodie/muziekstuk spelen;
- een melodie treffen.
Subdomein B2: Improviseren en componeren
5. De kandidaat kan muziek improviseren en componeren, vanuit een probleemstelling en met weloverwogen gebruik van muzikale materialen en middelen.

MU/V Domein B: Praktijk
Subdomein B1: Zingen en spelen
4. De kandidaat kan:
- een gevarieerd repertoire uitvoeren van één- en meerstemmige vocale en/of instrumentale muziek;
- onvoorbereid een melodie/muziekstuk spelen.
Subdomein B2: Improviseren en componeren
5. De kandidaat kan muziek improviseren en componeren, vanuit een probleemstelling en met weloverwogen gebruik van muzikale materialen en middelen.

MU/H/Domein B Praktijk, MU/V/Domein B Praktijk
4. Reflecteren en evalueren
Evalueren en  reflecteren

55:
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

55

52:
De leerling leert mondeling of schriftelijk te reflecteren op eigen werk en werk van anderen, waaronder kunstenaars.

52

MU/H Domein C: Oriëntatie op studie en beroep

MU/V Domein C: Oriëntatie op studie en beroep

MU/H/Domein C Oriëntatie op studie en beroep., MU/V/Domein C Oriëntatie op studie en beroep.