helphelp

Leerlijn Mens en natuur inhouden (PO-havo/vwo)

( )

Sectoren
Vakkernen
kerndoelen primair onderwijshavo/vwo bovenbouw exameneenheden
1. Energie

34:
De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.

35:
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

39:
De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.

42:
De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, electriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

44:
De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

34, 35, 39, 42, 44

ANW Domein D: Biosfeer
Subdomein D1: Kenmerken van de biosfeer
14.De kandidaat kan aan leken uitleggen welke randvoorwaarden met het leven op aarde samenhangen en op welke wijze deze kunnen veranderen.
Subdomein D2: Duurzame ontwikkeling
15.De kandidaat kan uitleggen wat duurzame ontwikkeling inhoudt, het effect van ingrepen in de biosfeer kritisch bespreken en daarbij onderscheid maken tussen economische, ecologische, sociaal-culturele en mondiale aspecten.

ANW/Domein D Biosfeer
2. Communicatie

35:
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

41:
De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen.

42:
De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, electriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

44:
De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

35, 41, 42, 44

NA/H Domein B: Beeld- en geluidstechniek
Subdomein B1: Informatieoverdracht
16. De kandidaat kan in contexten eigenschappen van trillingen en golven gebruiken bij het analyseren en verklaren van onder andere informatieoverdracht.
Subdomein B2: Medische beeldvorming
17. De kandidaat kan eigenschappen van ioniserende straling en de effecten van deze straling op mens en milieu beschrijven. Ook kan de kandidaat medische beeldvormingstechnieken beschrijven en analyseren aan de hand van fysische principes en de diagnostische functie van deze beeldvormingstechnieken voor de gezondheid toelichten.
Subdomein B3: Optica*
18. De kandidaat kan aan de hand van toepassingen van geometrische optica en golfoptica eigenschappen van licht beschrijven en analyseren.

NA/H Domein C: Beweging en energie
Subdomein C1: Kracht en beweging
19. De kandidaat kan in contexten de relatie tussen kracht en bewegingsveranderingen analyseren en verklaren met behulp van de wetten van Newton.
Subdomein C2: Energieomzettingen
20. De kandidaat kan in contexten de begrippen energiebehoud, rendement, arbeid en warmte gebruiken om energieomzettingen te beschrijven en te analyseren.

ANW Domein C: Leven
Subdomein C1: Kenmerken van leven
11. De kandidaat kan aan leken uitleggen dat levende wezens eigenschappen bezitten om zichzelf en de soort in stand te houden en aangeven op welke manier ze zich kunnen aanpassen aan veranderingen in hun omgeving.
Subdomein C2: Mens en gezondheid
12.De kandidaat kent de ontwikkeling van opvattingen, technieken en producten in de gezondheidszorg en kan positieve en negatieve effecten daarvan bespreken.
Subdomein C3: Evolutie van het leven
13. De kandidaat kan de ontwikkeling van het denken over de oorsprong van het leven beschrijven en in verband brengen met kennistheoretische, levensbeschouwelijke en sociologische opvattingen.

NA/H Domein E: Aarde en heelal
Subdomein E1: Zonnestelsel en heelal
23. De kandidaat kan het ontstaan en de ontwikkeling van structuren in het heelal beschrijven en bewegingen in het zonnestelsel analyseren en verklaren aan de hand van fysische principes.
Subdomein E2: Aarde en klimaat*
24. De kandidaat kan in de context van geofysische systemen fysische verschijnselen en processen beschrijven, analyseren en verklaren.

BI/H Domein D: Interactie
Subdomein D1: Moleculaire interactie
28. De kandidaat kan met behulp van de concepten genregulatie en interactie met(a)biotische factoren ten minste in contexten op het gebied van gezondheid en voedselproductie benoemen op welke wijze de moleculaire regulatie plaatsvindt.
Subdomein D2: Gedrag en interactie
29. De kandidaat kan met behulp van de concepten gedrag en interactie met (a)biotische factoren ten minste in contexten op het gebied van communicatie, gezondheid en veiligheid verklaren op welke wijze gedrag van organismen en populaties ontstaat en benoemen wat de functie daarvan is.
Subdomein D3: Seksualiteit
30. De kandidaat kan met behulp van de concepten gedrag en interactie met (a)biotische factoren ten minste in contexten op het gebied van gezondheid en communicatie beargumenteren op welke wijze vraagstukken met betrekking tot seksualiteit van de mens kunnen worden benaderd.
Subdomein D4: Interactie in ecosystemen
31. De kandidaat kan met behulp van de concepten voedselrelatie en interactie met (a)biotische factoren ten minste in contexten op het gebied van duurzaamheid en voedselproductie benoemen welke relaties tussen populaties in ecosystemen bestaan en beargumenteren op welke wijze
vraagstukken die daar betrekking op hebben, kunnen worden benaderd.

NA/H/Domein B Beeld- en geluidstechniek, NA/H/Domein C Beweging en energie, ANW/Domein C Leven, NA/H/Domein E Aarde en heelal, BI/H/Domein D Interactie
3. Ruimte

42:
De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, electriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

43:
De leerlingen leren hoe je weer en klimaat kunt beschrijven met behulp van temperatuur, neerslag en wind.

46:
De leerlingen leren dat de positie van de aarde ten opzichte van de zon leidt tot natuurverschijnselen, zoals seizoenen en dag-/nachtritme.

42, 43, 46
n.v.t.
4. Kracht-beweging-constructie

42:
De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, electriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

44:
De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

45:
De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.

42, 44, 45

ANW Domein F: Zonnestelsel en heelal
Subdomein F1: Kenmerken van het zonnestelsel en het heelal
19. De kandidaat kan de bouw en geschiedenis van het zonnestelsel en het heelal aan leken uitleggen.
Subdomein F2: Zonnestelsel en heelal in het dagelijkse leven
20. De kandidaat kan de invloed van en de kennis over het zonnestelsel en het heelal op het dagelijks leven aangeven en beschrijven hoe gegevens over het
zonnestelsel en het heelal verzameld worden.
Subdomein F3: Ontstaan van kennis over het heelal
21. De kandidaat kan de ontwikkeling van kennis en ideeën over de bouw en geschiedenis van het zonnestelsel en heelal beschrijven.

ANW/Domein F Zonnestelsel en heelal.
5. Materie

34:
De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.

39:
De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.

42:
De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, electriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

44:
De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

49:
De leerlingen leren over de mondiale ruimtelijke spreiding van bevolkingsconcentraties en godsdiensten, van klimaten, energiebronnen en van natuurlandschappen zoals vulkanen, woestijnen, tropische regenwouden, hooggebergten en rivieren.

34, 39, 42, 44, 49

SK/H Domein C: Kennis van chemische processen en kringlopen
Subdomein C1: Chemische processen
21. De kandidaat kan chemische reacties en fysische processen beschrijven in termen van vormen en verbreken van (chemische) bindingen.
Subdomein C2: Chemisch rekenen
22. De kandidaat kan met behulp van kennis van chemische reacties en behoudswetten berekeningen maken over een proces.
Subdomein C3: Energieberekeningen
23. De kandidaat kan een chemisch proces en de daarbij optredende energieomzetting en energie-uitwisseling beschrijven en met een berekening toelichten.
Subdomein C4: Chemisch evenwicht
24. De kandidaat kan bij experimenten metingen doen aan concentraties en energie-uitwisseling en beredeneren of er sprake is van evenwicht en hoe de ligging van het evenwicht kan worden beïnvloed.
Subdomein C5: Technologische aspecten
25. De kandidaat kan in contexten van technologische aard aspecten van schaal, verandering en reactiviteit herkennen en toelichten.
Subdomein C6: Reactiekinetiek
26. De kandidaat kan de reactiesnelheid berekenen uit de concentratieverandering en beredeneren hoe de reactiesnelheid beïnvloed wordt.
Subdomein C7: Behoudswetten en kringlopen
27. De kandidaat kan chemische processen relateren aan behoudswetten en beschrijven in termen van kringlopen.
Subdomein C8: Classificatie van reacties
28. De kandidaat kan eenvoudige reacties classificeren en gebruiken bij het beschrijven van polymerisatiereacties.

NA/H Domein C: Beweging en energie
Subdomein C1: Kracht en beweging
19. De kandidaat kan in contexten de relatie tussen kracht en bewegingsveranderingen analyseren en verklaren met behulp van de wetten van Newton.
Subdomein C2: Energieomzettingen
20. De kandidaat kan in contexten de begrippen energiebehoud, rendement, arbeid en warmte gebruiken om energieomzettingen te beschrijven en te analyseren.

NA/H Domein D: Materialen
Subdomein D1: Eigenschappen van stoffen en materialen
21. De kandidaat kan in contexten fysische eigenschappen van stoffen en materialen beschrijven en verklaren met behulp van atomaire en moleculaire modellen.
Subdomein D2: Functionele materialen
22. De kandidaat kan in de context van de ontwikkeling van functionele materialen fysische begrippen gebruiken en de mogelijke toepassingen van deze materialen toelichten en verklaren.

NA/H Domein E: Aarde en heelal
Subdomein E1: Zonnestelsel en heelal
23. De kandidaat kan het ontstaan en de ontwikkeling van structuren in het heelal beschrijven en bewegingen in het zonnestelsel analyseren en verklaren aan de hand van fysische principes.
Subdomein E2: Aarde en klimaat*
24. De kandidaat kan in de context van geofysische systemen fysische verschijnselen en processen beschrijven, analyseren en verklaren.

SK/H Domein F: Processen in de chemische industrie
Subdomein F1: Industriële processen
36. De kandidaat kan gegeven industriële processen beschrijven in blokschema's, rendementsberekeningen maken, en aangeven hoe aspecten van groene chemie bij het ontwerp van het proces een rol spelen.
Subdomein F2: Procestechnologie en duurzaamheid
37. De kandidaat kan kennis over procestechnologie en reactiekinetiek gebruiken bij redeneringen met betrekking tot duurzaamheid en veiligheid van een proces.
Subdomein F3: Energieomzettingen
38. De kandidaat kan in de context van duurzaamheid beschrijven welke chemische en/of technologische processen worden gebruikt bij energieomzettingen en kan beredeneren hoe duurzaamheid een rol speelt bij energieproductie.
Subdomein F4: Risico en veiligheid
39. De kandidaat kan in een gegeven industrieel proces veiligheidsrisico’s benoemen en veiligheidsmaatregelen aangeven.
Subdomein F5: Kwaliteit en gezondheid
40. De kandidaat kan kennis van chemische processen ten minste in de context van voeding of voedselproductie relateren aan uitspraken over kwaliteit en gezondheid.

ANW Domein E: Materie
Subdomein E1: Kenmerken van materie
16. De kandidaat weet dat stoffen in de levende en niet levende natuur uit elementen zijn opgebouwd en hoe stoffen met elkaar kunnen reageren.
Subdomein E2: Productie van materialen
17. De kandidaat heeft kennis van de ontwikkeling en betekenis van stoffen en materialen in de loop van de tijd en kan kenmerken van moderne productiemethoden noemen.
Subdomein E3: Ontstaan van kennis over de materie
18. De kandidaat kan de ontwikkeling van modellen voor de bouwstenen van de materie in de loop van de tijd beschrijven.

NA/H Domein F: Menselijk lichaam*
25. De kandidaat kan in de context van het menselijk lichaam fysische processen beschrijven, analyseren en verklaren en hun functie voor gezondheid en veiligheid toelichten.

NA/V Domein C: Beweging en wisselwerking
Subdomein C1: Kracht en beweging
18. De kandidaat kan in contexten de relatie tussen kracht en bewegingsveranderingen kwalitatief en kwantitatief analyseren en verklaren met behulp van de wetten van Newton.
Subdomein C2: Energie en wisselwerking
19. De kandidaat kan in contexten de begrippen energiebehoud, rendement, arbeid en warmte gebruiken om energieomzettingen te beschrijven en te analyseren.
Subdomein C3. Gravitatie
20. De kandidaat kan ten minste in de context van het heelal bewegingen analyseren en verklaren aan de hand van de gravitatiewisselwerking.

NA/V/Domein E: Straling en materie
Subdomein E1: Eigenschappen van stoffen en materialen
23. De kandidaat kan in contexten fysische eigenschappen van stoffen en materialen beschrijven en kan deze eigenschappen verklaren en analyseren aan de hand van deeltjesmodellen.
Subdomein E2: Elektromagnetische straling en materie
24. De kandidaat kan in astrofysische en andere contexten de wisselwerking tussen straling en materie beschrijven en verklaren aan de hand van de begrippen atoomspectrum, absorptie, emissie en stralingsenergie.
Subdomein E3: Kern- en deeltjesprocessen*
25. De kandidaat kan in contexten behoudswetten en de equivalentie van massa en energie gebruiken in het beschrijven en analyseren van deeltjes- en kernprocessen.

NA/V/Domein G: Leven en aarde
Subdomein G1: Biofysica*
28. De kandidaat kan in de context van levende systemen fysische verschijnselen en processen beschrijven, analyseren en verklaren.
Subdomein G2: Geofysica*
29. De kandidaat kan in de context van geofysische systemen fysische verschijnselen en processen beschrijven, analyseren en verklaren.

SK/H/Domein C: Kennis van chemische processen en kringlopen, NA/H/Domein C Beweging en energie, NA/H/Domein D Materialen, NA/H/Domein E Aarde en heelal, SK/H/Domein F: Processen in de chemische industrie, ANW/Domein E Materie, NA/H/Domein F Menselijk lichaam, NA/V/Domein C Beweging en wisselwerking, NA/V/Domein E Straling en materie, NA/V/Domein G Leven en aarde
6. Techniek

44:
De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

45:
De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.

44, 45
n.v.t.
7. Mens en gezondheid
n.v.t.

ANW Domein C: Leven
Subdomein C1: Kenmerken van leven
11. De kandidaat kan aan leken uitleggen dat levende wezens eigenschappen bezitten om zichzelf en de soort in stand te houden en aangeven op welke manier ze zich kunnen aanpassen aan veranderingen in hun omgeving.
Subdomein C2: Mens en gezondheid
12.De kandidaat kent de ontwikkeling van opvattingen, technieken en producten in de gezondheidszorg en kan positieve en negatieve effecten daarvan bespreken.
Subdomein C3: Evolutie van het leven
13. De kandidaat kan de ontwikkeling van het denken over de oorsprong van het leven beschrijven en in verband brengen met kennistheoretische, levensbeschouwelijke en sociologische opvattingen.

ANW/Domein C Leven
8. Ontstaan van heelal, aarde en leven
n.v.t.

ANW Domein B: Analyse van en reflectie op natuurwetenschap en techniek
Subdomein B1: Kennisvorming
8. De kandidaat kan weergeven hoe natuurwetenschappelijke kennis ontstaat, welke vragen natuurwetenschappelijke onderzoekers kunnen stellen en hoe ze aan betrouwbare antwoorden komen.
Subdomein B2: Toepassing van kennis
9. De kandidaat kan analyseren hoe natuurwetenschappelijke en technische kennis wordt toegepast en kan reflecteren op de wisselwerking tussen natuurwetenschap, techniek en samenleving.
Subdomein B3: De invloed van natuurwetenschap en techniek
10. De kandidaat kan oordelen over de betrouwbaarheid van toegepaste natuurwetenschappelijke kennis en een eigen mening over maatschappelijknatuurwetenschappelijke vraagstukken vormen.

ANW/Domein B Analyse van en reflectie op natuurwetenschap en techniek