helphelp

Leerlijn Duits (Havo/vwo)

( )

 
Voor meer informatie zie:

Er zijn geen kerndoelen geformuleerd voor andere moderne vreemde talen dan Engels. De kerndoelen voor Engels kunnen worden gebruikt als leidraad voor het onderwijs in andere moderne vreemde talen.

Sectoren
Vakkernen
kerndoelen onderbouw havo/vwo bovenbouw exameneenheden
1. Gesprekken voeren

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

15:
De leerling leert in spreektaal anderen een beeld te geven van zijn dagelijks leven.

16:
De leerling leert standaardgesprekken te voeren om iets te kopen, inlichtingen te vragen en om hulp te vragen.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

12, 15, 16, 18

MVT Domein C: Gespreksvaardigheid
Subdomein C1: Gesprekken voeren
3. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- uitdrukking geven aan gevoelens;
- zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden;
- strategieën toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden.
Subdomein C2: Spreken
4. De kandidaat kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.

MVT/Domein C Gespreksvaardigheid
2. Lezen

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

13:
De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engels, Duits, Frans of Spaanstalige teksten.

14:
De leerling leert in Engels, Duits, Frans of Spaanstalige schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

12, 13, 14, 18

MVT Domein A: Leesvaardigheid
1. De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- relaties tussen delen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur.

MVT Domein E: Literatuur
Subdomein E1: Literaire ontwikkeling
7. De kandidaat kan beargumenteerd verslag uitbrengen van zijn leeservaringen met ten minste drie literaire werken.
Subdomein E2: Literaire begrippen (alleen vwo)
8. De kandidaat kan literaire tekstsoorten herkennen en onderscheiden, en literaire begrippen hanteren in de interpretatie van literaire teksten.
Subdomein E3: Literatuurgeschiedenis (alleen vwo)
9. De kandidaat kan een overzicht geven van de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis en de gelezen literaire werken plaatsen in dit historisch perspectief.

MVT/Domein A Leesvaardigheid, MVT/Domein E Literatuur
3. Kijken en luisteren

11:
De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Engels, Duits, Frans of Spaans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten.

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

13:
De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engels, Duits, Frans of Spaanstalige teksten.

14:
De leerling leert in Engels, Duits, Frans of Spaanstalige schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

11, 12, 13, 14, 18

MVT Domein B: Kijk- en luistervaardigheid
2. De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de spreker(s);
- anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek;
- aantekeningen maken als strategie om een tekst aan te pakken.

MVT/Domein B Kijk-en luistervaardigheid
4. Schrijven

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

17:
De leerling leert informeel contact in het Engels, Duits, Frans of Spaans te onderhouden via e-mail, brief en chatten.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

12, 17, 18

MVT Domein D: Schrijfvaardigheid
Subdomein D1: Taalvaardigheden
5. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in schriftelijke contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en uitdrukking geven aan gevoelens en standpunten verwoorden;
- een verslag schrijven. Voor havo: geldt alleen voor Engelse en Turkse taal en literatuur.
Voor vwo: geldt niet voor Russische taal en literatuur.
Subdomein D2: Strategische vaardigheden
6. De kandidaat kan met behulp van:
- een tekstverwerkingsprogramma een tekst schrijven;
- (elektronisch) naslagmateriaal teksten opstellen.

MVT/Domein D Schrijfvaardigheid
5. Spreken

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

15:
De leerling leert in spreektaal anderen een beeld te geven van zijn dagelijks leven.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

12, 15, 18

MVT Domein C: Gespreksvaardigheid
Subdomein C1: Gesprekken voeren
3. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- uitdrukking geven aan gevoelens;
- zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden;
- strategieën toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden.
Subdomein C2: Spreken
4. De kandidaat kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.

MVT/Domein C Gespreksvaardigheid