helphelp

Tussendoelen

Frans ( havo vwo )

​Er zijn verschillen in vaardigheden en te tekstkenmerken. Zie de toelichtingen:

  • = CE
  • = Basis
  • = Verdiepende keuzestof
  • = SE
  • = Verbredende keuzestof
  • = SE Papieren versie CE Digitale versie [bij digitale versie mag deze eindterm ook nog op SE]
  • = CE [mag op SE]
  • = Varieert per bb/kb/gt-leerweg en varieert ook door de keuze voor papieren of digitaal examen. Zie Syllabus 2014.
  • = CE en SE
  • = K
  • = Kgv
Gesprekken voeren5 leermiddelen
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenhavovwokerndoelen onderbouw
Bijeenkomsten en vergaderingen1 leermiddelDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Indien dat rechtstreeks gevraagd wordt, tijdens een groepsgesprek een mening geven, mits hij/zij om herhaling mag vragen en hij/zij hulp krijgt bij het formuleren van een antwoord
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Indien dat rechtstreeks gevraagd wordt, tijdens een groepsgesprek een mening geven, mits hij/zij om herhaling mag vragen en hij/zij hulp krijgt bij het formuleren van een antwoord
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Informatie uitwisselen3 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Beperkte informatie uitwisselen over eenvoudige en concrete zaken
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Informatie van persoonlijke aard vragen en geven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Eenvoudige feitelijke informatie achterhalen en doorgeven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

In beperkte mate initiatieven nemen in een vraaggesprek
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

In gesprekken informatie uitwisselen over vertrouwde onderwerpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

Meer gedetailleerde aanwijzingen vragen en ze opvolgen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

Meer gedetailleerde informatie achterhalen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

Telefonische informatie opvragen of doorgeven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Informele gesprekken1 leermiddelDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Iemand correct ontvangen en op zijn/haar gemak stellen, passend bij de situatie
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

In alledaagse situaties op eenvoudige manier bekenden en onbekenden aanspreken, groeten en zich voorstellen, zich bij hen voor iets verontschuldigen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

In beperkte mate meedoen aan eenvoudige gesprekken over alledaagse, bekende onderwerpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Op eenvoudige wijze een voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Gevoelens uiten en op gevoelens van anderen reageren
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

Persoonlijke standpunten, commentaar en meningen geven over onderwerpen binnen de eigen belevingssfeer
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Zaken regelen1 leermiddelDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Afspraken maken
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Communicatie in stand houden
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Een eenvoudig gesprek aan een balie voeren
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Een eenvoudig telefoongesprek voeren
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Eenvoudige informatie vragen over reizen en gebruikmaken van het openbaar vervoer
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Getallen uitspreken en verstaan en woorden spellen en dat verstaan
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Iemand uitnodigen en op uitnodigingen ingaan of afslaan
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Iets bestellen, reserveren en ergens naar vragen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

In een vertrouwde situatie eenvoudige voorstellen doen en op voorstellen reageren
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie over alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars vragen af en toe om herhaling.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Getallen uitspreken en verstaan en woorden spellen en dat verstaan
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

Iets bestellen, reserveren en ergens naar vragen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

Zich redden in minder routinematige situaties, zoals het terugbrengen van een aankoop naar een winkel
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

Zijn/haar mening geven en voorstellen doen voor het oplossen van problemen en het nemen van praktische beslissingen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties.
Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten
 
Interactie
Initiatief om eenvoudige korte sociale gesprekken gaande te houden.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte sociale gesprekken, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen kunnen voorkomen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan herhalen wat de ander gezegd heeft om (denk)tijd te winnen.
 

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Lezen15 leermiddelen
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenhavovwokerndoelen onderbouw
Correspondentie lezenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Een korte, eenvoudige (standaard)brief, e-mail of (algemene) kennisgeving, bijvoorbeeld van een officiële instantie over een tijdelijk parkeerverbod, begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.

Een eenvoudige formele brief of e-mail voldoende begrijpen om adequaat te kunnen reageren
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde en bekende onderwerpen.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Frequente en alledaagse woorden, eenvoudige zinsbouw.
 
Tekstindeling
Teksten zijn goed gestructureerd.
 
Tekstlengte
Teksten kunnen langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan uit de context de betekenis van onbekende woorden over onderwerpen die vertrouwd en bekend zijn, redelijk afleiden.

Persoonlijke brieven, e-mails en vormen van sociale media voldoende begrijpen om met iemand te kunnen corresponderen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde en bekende onderwerpen.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Frequente en alledaagse woorden, eenvoudige zinsbouw.
 
Tekstindeling
Teksten zijn goed gestructureerd.
 
Tekstlengte
Teksten kunnen langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan uit de context de betekenis van onbekende woorden over onderwerpen die vertrouwd en bekend zijn, redelijk afleiden.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Instructies lezen3 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Eenvoudige, goed gestructureerde instructies begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.

Duidelijk geschreven, ondubbelzinnige instructies begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde en bekende onderwerpen.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Frequente en alledaagse woorden, eenvoudige zinsbouw.
 
Tekstindeling
Teksten zijn goed gestructureerd.
 
Tekstlengte
Teksten kunnen langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan uit de context de betekenis van onbekende woorden over onderwerpen die vertrouwd en bekend zijn, redelijk afleiden.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Lezen om informatie op te doen6 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
De hoofdlijn begrijpen van eenvoudige teksten in een tijdschrift, krant of op een website
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.

Korte, beschrijvende teksten over vertrouwde onderwerpen begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.

Specifieke informatie begrijpen in eenvoudige teksten
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.

Belangrijke feitelijke informatie begrijpen in korte verslagen en artikelen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde en bekende onderwerpen.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Frequente en alledaagse woorden, eenvoudige zinsbouw.
 
Tekstindeling
Teksten zijn goed gestructureerd.
 
Tekstlengte
Teksten kunnen langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan uit de context de betekenis van onbekende woorden over onderwerpen die vertrouwd en bekend zijn, redelijk afleiden.

Eenvoudige jeugdliteratuur lezen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde en bekende onderwerpen.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Frequente en alledaagse woorden, eenvoudige zinsbouw.
 
Tekstindeling
Teksten zijn goed gestructureerd.
 
Tekstlengte
Teksten kunnen langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan uit de context de betekenis van onbekende woorden over onderwerpen die vertrouwd en bekend zijn, redelijk afleiden.

Het hoofdthema en de belangrijkste argumenten begrijpen in eenvoudige teksten op internet of in andere media
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde en bekende onderwerpen.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Frequente en alledaagse woorden, eenvoudige zinsbouw.
 
Tekstindeling
Teksten zijn goed gestructureerd.
 
Tekstlengte
Teksten kunnen langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan uit de context de betekenis van onbekende woorden over onderwerpen die vertrouwd en bekend zijn, redelijk afleiden.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Oriënterend lezen3 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Eenvoudige advertenties met weinig afkortingen begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.

In lijsten, overzichten en formulieren specifieke informatie vinden en begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.

Specifieke informatie vinden en begrijpen in eenvoudig, alledaags materiaal
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.

Veelvoorkomende borden en mededelingen begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.

In langere teksten op internet of in andere media informatie zoeken over thema's binnen het eigen interessegebied
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde en bekende onderwerpen.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Frequente en alledaagse woorden, eenvoudige zinsbouw.
 
Tekstindeling
Teksten zijn goed gestructureerd.
 
Tekstlengte
Teksten kunnen langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan uit de context de betekenis van onbekende woorden over onderwerpen die vertrouwd en bekend zijn, redelijk afleiden.

Relevante informatie vinden en begrijpen in brochures en korte officiële documenten op internet of in andere media
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde en bekende onderwerpen.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Frequente en alledaagse woorden, eenvoudige zinsbouw.
 
Tekstindeling
Teksten zijn goed gestructureerd.
 
Tekstlengte
Teksten kunnen langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan uit de context de betekenis van onbekende woorden over onderwerpen die vertrouwd en bekend zijn, redelijk afleiden.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Kijken en luisteren
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenhavovwokerndoelen onderbouw
Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaanDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Het onderwerp bepalen van een langzaam en duidelijk gesproken gesprek
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en vertrouwde onderwerpen en van direct belang voor hem/haar.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt rustig en duidelijk.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

De hoofdlijnen volgen van discussies over actuele en vertrouwde thema's
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

Het onderwerp bepalen van een langzaam en duidelijk gesproken gesprek
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Luisteren naar aankondigingen en instructiesDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Aanwijzingen begrijpen over de werking van vertrouwde apparaten, bijvoorbeeld 'smart phones', mits het apparaat voorhanden is
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en vertrouwde onderwerpen en van direct belang voor hem/haar.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt rustig en duidelijk.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Een korte uitleg begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en vertrouwde onderwerpen en van direct belang voor hem/haar.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt rustig en duidelijk.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

In vertrouwde situaties eenvoudige feitelijke informatie begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en vertrouwde onderwerpen en van direct belang voor hem/haar.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt rustig en duidelijk.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Concrete aanwijzingen en opdrachten begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

Eenvoudige technische informatie begrijpen zoals de uitleg van de werking van een apparaat
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

Eenvoudige, duidelijke informatie van algemene aard begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Luisteren naar tv, video- en geluidsopnames2 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Herkennen wat de hoofdpunten zijn van nieuwsberichten, als er een duidelijke visuele ondersteuning is
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en vertrouwde onderwerpen en van direct belang voor hem/haar.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt rustig en duidelijk.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Korte, duidelijke berichten van computers en antwoordapparaten begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en vertrouwde onderwerpen en van direct belang voor hem/haar.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt rustig en duidelijk.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Relevante informatie uit korte, voorspelbare luisterteksten begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en vertrouwde onderwerpen en van direct belang voor hem/haar.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt rustig en duidelijk.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Herkennen wat de hoofdpunten zijn van nieuwsberichten, als er een duidelijke visuele ondersteuning is
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

Korte, duidelijke berichten van computers en antwoordapparaten begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

Relevante informatie uit korte, voorspelbare luisterteksten begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Luisteren als lid van een live publiek1 leermiddelDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
n.v.t.
Een beschrijving begrijpen van iets wat vertrouwd is of wat hem/haar persoonlijk interesseert
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

Hoofdpunten begrijpen in korte praatjes over vertrouwde onderwerpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op vertrouwde onderwerpen, op actuele thema's of gaan over zaken van persoonlijk belang.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. Binnen vertrouwde onderwerpen van persoonlijk belang wordt complexer taalgebruik begrepen.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt duidelijk en in een rustig tot normaal tempo.
 
Tekstlengte
Teksten zijn over het algemeen kort, maar kunnen soms ook iets langer zijn.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan redelijk de betekenis van onbekende woorden over vertrouwde en alledaagse onderwerpen, over actuele zaken en zaken van persoonlijk belang afleiden uit de context.
 

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Schrijven11 leermiddelen
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenhavovwokerndoelen onderbouw
Aantekeningen, berichten, formulieren2 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Eenvoudige notities en aantekeningen maken voor anderen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht .
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van  eenvoudige constructies, bevat echter systematisch elementaire fouten.
 
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch redelijk correct.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.
 

Eenvoudige notities en aantekeningen maken voor zichzelf
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht .
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van  eenvoudige constructies, bevat echter systematisch elementaire fouten.
 
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch redelijk correct.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.
 

Korte, eenvoudige berichten schrijven over zaken van direct belang
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht .
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van  eenvoudige constructies, bevat echter systematisch elementaire fouten.
 
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch redelijk correct.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.
 

Standaardformulieren invullen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht .
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van  eenvoudige constructies, bevat echter systematisch elementaire fouten.
 
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch redelijk correct.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.
 

Formulieren waarin wat meer informatie gevraagd wordt, gedetailleerd invullen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Memo's maken waarin eenvoudige informatie wordt doorgegeven aan mensen in de directe omgeving
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Standaardformulieren invullen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Telefonische boodschappen opschrijven en doorgeven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Correspondentie3 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Aan een eenvoudige chatsessie deelnemen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht .
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van  eenvoudige constructies, bevat echter systematisch elementaire fouten.
 
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch redelijk correct.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.
 

Een eenvoudig persoonlijk briefje schrijven via de post, e-mail of via andere sociale media
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht .
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van  eenvoudige constructies, bevat echter systematisch elementaire fouten.
 
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch redelijk correct.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.
 

Deelnemen aan discussies over bekende thema's of over thema's uit het interessegebied via sociale media zoals internet
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Eenvoudige brieven schrijven aan instanties en zakelijke contacten
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Feitelijke zaken beschrijven en nieuwtjes uitwisselen via brieven, e-mails of via andere vormen van sociale media
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Op advertenties reageren
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Over persoonlijke zaken schrijven via brieven, e-mails of via andere vormen van sociale media
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Vrij schrijven3 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
In korte, eenvoudige zinnen een persoon beschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht .
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van  eenvoudige constructies, bevat echter systematisch elementaire fouten.
 
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch redelijk correct.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.
 

In korte, eenvoudige zinnen vertrouwde zaken beschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht .
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van  eenvoudige constructies, bevat echter systematisch elementaire fouten.
 
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch redelijk correct.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.
 

Kort en eenvoudig een gebeurtenis of een ervaring beschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht .
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van  eenvoudige constructies, bevat echter systematisch elementaire fouten.
 
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch redelijk correct.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.
 

Een eenvoudig verhaaltje of opstel schrijven over een onderwerp dat hem/haar interesseert
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Gedetailleerde beschrijvingen geven van bekende onderwerpen binnen het eigen interessegebied
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Verslag doen van ervaringen en daarbij gevoelens en reacties op gebeurtenissen beschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Verslagen en rapportenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
n.v.t.
De informatie die hij/zij belangrijk acht, duidelijk opschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Een kort, eenvoudig verslag schrijven volgens een vast format
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Feitelijke informatie over vertrouwde onderwerpen samenvatten en becommentariëren
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten gaan over vertrouwde onderwerpen uit de leefwereld van de schrijver of over eenvoudige alledaagse zaken.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om over alledaagse onderwerpen binnen de eigen leefwereld te schrijven, eventueel met behulp van omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Spelling en interpunctie
Tekst is niet altijd samenhangend, maar over het algemeen als geheel begrijpelijk. Spelling, interpunctie en lay-out zijn niet altijd accuraat genoeg om te kunnen volgen.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Compenserende strategieën
Kan gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Spreken4 leermiddelen
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenhavovwokerndoelen onderbouw
Monologen2 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
In een serie korte zinnen informatie geven over zichzelf en anderen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Vloeiendheid
Overwegend zeer korte uitingen, met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om de spreker te kunnen volgen, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

In eenvoudige, korte zinnen vertellen over ervaringen, gebeurtenissen en activiteiten
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Vloeiendheid
Overwegend zeer korte uitingen, met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om de spreker te kunnen volgen, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

Op een eenvoudige manier vertellen hoe iets gedaan moet worden
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Vloeiendheid
Overwegend zeer korte uitingen, met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om de spreker te kunnen volgen, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

Vertrouwde zaken en personen op een eenvoudige manier beschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Vloeiendheid
Overwegend zeer korte uitingen, met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om de spreker te kunnen volgen, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

Een eenvoudige beschrijving geven van vertrouwde zaken binnen het eigen interessegebied
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling of hebben betrekking op het dagelijks leven.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte monologen en presentaties, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen zijn.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan tijdens de voorbereiding gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

In een serie korte zinnen informatie geven over zichzelf en anderen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling of hebben betrekking op het dagelijks leven.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte monologen en presentaties, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen zijn.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan tijdens de voorbereiding gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

Met enig detail verslag doen van ervaringen, en meningen en reacties beschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling of hebben betrekking op het dagelijks leven.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte monologen en presentaties, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen zijn.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan tijdens de voorbereiding gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

Vertrouwde zaken en personen op een eenvoudige manier beschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling of hebben betrekking op het dagelijks leven.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte monologen en presentaties, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen zijn.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan tijdens de voorbereiding gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

VO 12, VO 15, VO 18
Publiek toespreken1 leermiddelDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Frans geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Frans speelt in (internationale) contacten.
Een kort, eenvoudig, vooraf ingestudeerd praatje houden voor een groep
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Vloeiendheid
Overwegend zeer korte uitingen, met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om de spreker te kunnen volgen, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

Voor een groep in korte, vooraf ingestudeerde zinnen iets aankondigen of meedelen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd.
 
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van eenvoudige grammaticale constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten.
 
Vloeiendheid
Overwegend zeer korte uitingen, met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk genoeg om de spreker te kunnen volgen, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

In alledaagse of vertrouwde situaties duidelijke mededelingen en aankondigingen doen aan een groep
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling of hebben betrekking op het dagelijks leven.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte monologen en presentaties, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen zijn.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan tijdens de voorbereiding gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

Voor een groep in korte, vooraf ingestudeerde zinnen iets aankondigen of meedelen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd en vallen binnen de persoonlijke belangstelling of hebben betrekking op het dagelijks leven.
 
Woordenschat en woordgebruik
De woordenschat is meestal toereikend om onvoorbereid deel te nemen aan gesprekken, over alledaagse onderwerpen en over actuele gebeurtenissen eventueel met omschrijvingen.
 
Grammaticale correctheid
Correct gebruik van eenvoudige constructies die horen bij voorspelbare situaties. Frequente routines en patronen bevatten nog systematische fouten.
 
Vloeiendheid
Is redelijk goed te volgen in korte monologen en presentaties, hoewel er nog pauzes, valse starts en herformuleringen zijn.
 
Coherentie
Groepen woorden en series van korte, eenvoudige afzonderlijke elementen zijn verbonden, maar vormen nog niet altijd een samenhangende lineaire reeks van punten.
 
Uitspraak
De uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen omdat de uitspraak van een aantal woorden het begrip in de weg staat.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan gebruikmaken van een overkoepelend begrip. Kan tijdens de voorbereiding gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

VO 12, VO 15, VO 18