helphelp

Leerlijn Engels (PO-Havo/vwo)

( )

Voor meer informatie zie:

 

Sectoren
Vakkernen
kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenhedenvwo bovenbouw exameneenheden
1. Gesprekken voeren

14:
De leerlingen leren in het Engels informatie te vragen of geven over eenvoudige onderwerpen en zij ontwikkelen een attitude waarbij ze zich durven uit te drukken in die taal.

14

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

15:
De leerling leert in spreektaal anderen een beeld te geven van zijn dagelijks leven.

16:
De leerling leert standaardgesprekken te voeren om iets te kopen, inlichtingen te vragen en om hulp te vragen.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

12, 15, 16, 18

MVT Domein C: Gespreksvaardigheid
Subdomein C1: Gesprekken voeren
3. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- uitdrukking geven aan gevoelens;
- zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden;
- strategieën toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden.
Subdomein C2: Spreken
4. De kandidaat kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.

MVT/Domein C Gespreksvaardigheid

MVT Domein C: Gespreksvaardigheid
Subdomein C1: Gesprekken voeren
3. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- uitdrukking geven aan gevoelens;
- zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden;
- strategieën toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden.
Subdomein C2: Spreken
4. De kandidaat kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.

MVT/Domein C Gespreksvaardigheid
2. Lezen

13:
De leerlingen leren informatie te verwerven uit eenvoudige gesproken en geschreven Engelse teksten.

13

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

13:
De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engels, Duits, Frans of Spaanstalige teksten.

14:
De leerling leert in Engels, Duits, Frans of Spaanstalige schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

12, 13, 14, 18

MVT Domein A: Leesvaardigheid
1. De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- relaties tussen delen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur.

MVT/Domein A Leesvaardigheid

MVT Domein A: Leesvaardigheid
1. De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- relaties tussen delen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur.

MVT/Domein A Leesvaardigheid
3. Kijken en luisteren

13:
De leerlingen leren informatie te verwerven uit eenvoudige gesproken en geschreven Engelse teksten.

13

11:
De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Engels, Duits, Frans of Spaans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten.

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

13:
De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engels, Duits, Frans of Spaanstalige teksten.

14:
De leerling leert in Engels, Duits, Frans of Spaanstalige schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

11, 12, 13, 14, 18

MVT Domein B: Kijk- en luistervaardigheid
2. De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de spreker(s);
- anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek;
- aantekeningen maken als strategie om een tekst aan te pakken.

MVT/Domein B Kijk-en luistervaardigheid

MVT Domein B: Kijk- en luistervaardigheid
2. De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de spreker(s);
- anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek;
- aantekeningen maken als strategie om een tekst aan te pakken.

MVT/Domein B Kijk-en luistervaardigheid
4. Schrijven

15:
De leerlingen leren de schrijfwijze van enkele eenvoudige woorden over alledaagse onderwerpen.

16:
De leerlingen leren om woordbetekenissen en schrijfwijzen van Engelse woorden op te zoeken met behulp van het woordenboek.

15, 16

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

17:
De leerling leert informeel contact in het Engels, Duits, Frans of Spaans te onderhouden via e-mail, brief en chatten.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

12, 17, 18

MVT Domein D: Schrijfvaardigheid
Subdomein D1: Taalvaardigheden
5. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in schriftelijke contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en uitdrukking geven aan gevoelens en standpunten verwoorden;
- een verslag schrijven. Voor havo: geldt alleen voor Engelse en Turkse taal en literatuur.
Voor vwo: geldt niet voor Russische taal en literatuur.
Subdomein D2: Strategische vaardigheden
6. De kandidaat kan met behulp van:
- een tekstverwerkingsprogramma een tekst schrijven;
- (elektronisch) naslagmateriaal teksten opstellen.

MVT/Domein D Schrijfvaardigheid

MVT Domein D: Schrijfvaardigheid
Subdomein D1: Taalvaardigheden
5. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in schriftelijke contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en uitdrukking geven aan gevoelens en standpunten verwoorden;
- een verslag schrijven. Voor havo: geldt alleen voor Engelse en Turkse taal en literatuur.
Voor vwo: geldt niet voor Russische taal en literatuur.
Subdomein D2: Strategische vaardigheden
6. De kandidaat kan met behulp van:
- een tekstverwerkingsprogramma een tekst schrijven;
- (elektronisch) naslagmateriaal teksten opstellen.

MVT/Domein D Schrijfvaardigheid
5. Spreken

15:
De leerlingen leren de schrijfwijze van enkele eenvoudige woorden over alledaagse onderwerpen.

16:
De leerlingen leren om woordbetekenissen en schrijfwijzen van Engelse woorden op te zoeken met behulp van het woordenboek.

15, 16

12:
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse, Duitse, Franse of Spaanse woordenschat.

15:
De leerling leert in spreektaal anderen een beeld te geven van zijn dagelijks leven.

18:
De leerling leert welke rol het Engels, Duits, Frans of Spaans speelt in verschillende soorten internationale contacten.

12, 15, 18

MVT Domein C: Gespreksvaardigheid
Subdomein C1: Gesprekken voeren
3. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- uitdrukking geven aan gevoelens;
- zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden;
- strategieën toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden.
Subdomein C2: Spreken
4. De kandidaat kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.

MVT/Domein C Gespreksvaardigheid

MVT Domein C: Gespreksvaardigheid
Subdomein C1: Gesprekken voeren
3. De kandidaat kan:
- adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- uitdrukking geven aan gevoelens;
- zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden;
- strategieën toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden.
Subdomein C2: Spreken
4. De kandidaat kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.

MVT/Domein C Gespreksvaardigheid
6. Literatuur
n.v.t.
n.v.t.

MVT Domein E: Literatuur
Subdomein E1: Literaire ontwikkeling
7. De kandidaat kan beargumenteerd verslag uitbrengen van zijn leeservaringen met ten minste drie literaire werken.
Subdomein E2: Literaire begrippen (alleen vwo)
8. De kandidaat kan literaire tekstsoorten herkennen en onderscheiden, en literaire begrippen hanteren in de interpretatie van literaire teksten.
Subdomein E3: Literatuurgeschiedenis (alleen vwo)
9. De kandidaat kan een overzicht geven van de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis en de gelezen literaire werken plaatsen in dit historisch perspectief.

MVT/Domein E Literatuur

MVT Domein E: Literatuur
Subdomein E1: Literaire ontwikkeling
7. De kandidaat kan beargumenteerd verslag uitbrengen van zijn leeservaringen met ten minste drie literaire werken.
Subdomein E2: Literaire begrippen (alleen vwo)
8. De kandidaat kan literaire tekstsoorten herkennen en onderscheiden, en literaire begrippen hanteren in de interpretatie van literaire teksten.
Subdomein E3: Literatuurgeschiedenis (alleen vwo)
9. De kandidaat kan een overzicht geven van de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis en de gelezen literaire werken plaatsen in dit historisch perspectief.

MVT/Domein E Literatuur