helphelp

Tussendoelen

Rekenen en wiskunde ( 1F 1S )

  • = CE
  • = Basis
  • = Verdiepende keuzestof
  • = SE
  • = Verbredende keuzestof
  • = SE Papieren versie CE Digitale versie [bij digitale versie mag deze eindterm ook nog op SE]
  • = CE [mag op SE]
  • = Varieert per bb/kb/gt-leerweg en varieert ook door de keuze voor papieren of digitaal examen. Zie Syllabus 2014.
  • = CE en SE
  • = K
  • = Kgv
Inzicht en handelen
VaksubkernenInhouden1F1Skerndoelen
Vaktaal wiskundeVaktaal
Reken- en wiskundetaal (notatie, taal, betekenis) kennen en kunnen toepassen: getallen, bewerkingen, breuken, procenten, verhoudingen, maten, meetkundige begrippen, rekenmachine. (zie voor specificatie het betreffende domein)

Reken- en wiskundetaal (notatie, taal, betekenis) kennen en kunnen toepassen: getallen, bewerkingen, breuken, procenten, verhoudingen, maten, meetkundige begrippen, rekenmachine. (zie voor specificatie het betreffende domein)

PO 23
Bewerkingen en symbolen
plus, min, keer, gedeeld door, is, is gelijk aan, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen
Weten dat getallen verschillende betekenissen kunnen hebben en dat je ermee kunt rekenen in contexten en met formele wiskundetaal. De symbolen (+, -, x, :, =) kennen, de betekenis hiervan weten en relaties hiertussen kennen, bijvoorbeeld de stap van herhaald optellen naar vermenigvuldigen en gebruik van het keer-teken, of de inverserelatie tussen optellen en aftrekken
plus, min, keer, gedeeld door, is, is gelijk aan, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen

De symbolen (+, -, x, :, =) kennen, de betekenis hiervan weten en relaties hiertussen kennen, zoals de inverserelatie tussen vermenigvuldigen en delen, en tussen optellen en aftrekken of de relatie tussen delen en herhaald optellen/aftrekken
plus, min, keer, gedeeld door, is, is gelijk aan, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen

PO 23, PO 24, PO 26
Herkennen en gebruiken van wiskundeVertalen van situaties naar wiskundetaal
Kunnen vertalen van een eenvoudige situatie of contextprobleem naar een berekening en omgekeerd

Kunnen vertalen van een complexe situatie naar een berekening en omgekeerd
Standaardprocedures met inzicht kunnen gebruiken binnen situaties waarin gehele getallen, breuken en decimale getallen voorkomen. Dit betekent dat kinderen uit de context de bewerking kunnen halen en voor het oplossen een vaste procedure kunnen kiezen en gebruiken

PO 24
Wiskundig redenerenRelatieve grootte van getallen
relatieve grootte,
 context, miljoen,
 miljard
Inzien dat de grootte van getallen relatief is, afhankelijk van de context waarin de getallen worden gebruikt. En betekenis kunnen geven aan getallen door ze te relateren aan toepassingssituaties uit het dagelijks leven, waaronder ook begrip hebben van 'miljoen' en 'miljard'
relatieve grootte, context, miljoen,  miljard

Inzien dat de grootte van getallen relatief is, afhankelijk van de context waarin de getallen worden gebruikt. Betekenis kunnen geven aan getallen door ze te relateren aan toepassingssituaties uit het dagelijks leven, waaronder ook begrip hebben van 'miljoen' en 'miljard'
relatieve grootte,
 context, miljoen,
 miljard

PO 25
Redeneren bij functioneel gebruik van de rekenmachine
Een verstandige keuze kunnen maken bij het oplossen van eenvoudige rekenproblemen (zowel kaal als in contextsituaties) tussen zelf uitrekenen (uit het hoofd of op papier) of de rekenmachine gebruiken
De keuze hangt onder meer af van de complexiteit van de getallen, de eigen rekenvaardigheid en de nauwkeurigheid die nodig is in de context
Het is hiervoor nodig dat leerlingen eenvoudige bewerkingen met hele getallen en kommagetallen op de rekenmachine kunnen uitvoeren met behulp van de elementaire operatietoetsen (+  - x  : / * =). Ook moeten ze hiervoor eenvoudige contextproblemen kunnen vertalen in een bewerking

Een verstandige keuze kunnen maken bij het oplossen van rekenproblemen (zowel kaal als in contextsituaties) tussen zelf uitrekenen (uit het hoofd of op papier) of de rekenmachine gebruiken
De keuze hangt onder meer af van de complexiteit van de getallen, de eigen rekenvaardigheid en de nauwkeurigheid die nodig is in de context
Het is hiervoor nodig dat leerlingen bewerkingen met hele getallen en kommagetallen op de rekenmachine kunnen uitvoeren met behulp van de elementaire operatietoetsen (+  -  x  : / * =). Ook moeten ze hiervoor contextproblemen kunnen vertalen in een bewerking

PO 25, PO 31
Redeneren over breukenn.v.t.
Redeneren over breuken, bijvoorbeeld door ze te vergelijken of te ordenen of door na te denken over de eigenschappen van breuken. Bijvoorbeeld: is er een kleinste breuk? Leg uit waarom 24/50 kleiner is dan 1/2
 

PO 25
Redeneren met verschillende beschrijvingswijzen voor verhoudingenn.v.t.
Inzien dat je een verhouding kunt beschrijven als een vergelijking van 'zoveel op de zoveel', als een breuk of als een percentage en dus de verschillende beschrijvingswijzen in dezelfde situaties kunt gebruiken, afhankelijk van wat handig is. En op basis hiervan in eenvoudige situaties kunnen redeneren
Weten dat een percentage een standaardverhouding van 1 op 100 is en op basis hiervan in situaties kunnen redeneren
 

PO 23, PO 25
Getallen
VaksubkernenInhouden1F1Skerndoelen
Getallen: uitspraak, notatie en betekenisHele getallen : uitspraak en schrijfwijze
getal
Kunnen schrijven en uitspreken van hele getallen tot ongeveer 100.000
getal

Kunnen schrijven en uitspreken van hele getallen. Grote getallen kunnen zowel met een punt geschreven worden als met een spatie (65.389 of 6 789 231)
getal

PO 23, PO 26
Speciale benamingen van getallen
driekwart, miljoen, miljard, anderhalf
Kunnen gebruiken van speciale veel voorkomende benamingen van getallen zoals driekwart, anderhalf, miljoen
driekwart, miljoen, miljard, anderhalf

Kunnen gebruiken van speciale benamingen van getallen zoals driekwart, anderhalf, miljoen, miljard
 
driekwart, miljoen, miljard, anderhalf

PO 23, PO 26
Decimale getallen: schrijfwijze en betekenis
kommagetal, tienden, honderdsten, duizendsten
Weten wat kommagetallen zijn en hoe je die schrijft en uitspreekt: de hele getallen voor de komma (op de rekenmachine een punt) en daarachter tienden, honderdsten en duizendsten om het getal te verfijnen
Betekenis kunnen geven aan eenvoudige kommagetallen, zoals 0,2 of 0,25
kommagetal, tienden, honderdsten, duizendsten

Weten wat kommagetallen zijn en hoe je die schrijft: de hele getallen voor de komma (op de rekenmachine een punt) en daarachter tienden, honderdsten en duizendsten om het getal te verfijnen
Betekenis kunnen geven aan meer complexe kommagetallen, zoals 0,384
kommagetal, tienden, honderdsten, duizendsten

PO 23, PO 26
Breuken: schrijfwijze en betekenis
breuk, teller, noemer, breukstreep, deelstreep
Kennen van de begrippen 'teller', 'noemer' en 'breukstreep' en deze taal kunnen gebruiken bij het omgaan met breuken.Weten dat een breuk genoteerd wordt met een horizontale streep (breukstreep). Betekenis kunnen geven aan een eenvoudige breuk in een context
breuk, teller, noemer, breukstreep, deelstreep

Kennen van de begrippen 'teller', 'noemer' en 'breukstreep' en deze taal kunnen gebruiken bij het omgaan met breuken.Weten dat een breuk genoteerd wordt met een horizontale streep (breukstreep)
In de basisschool wordt voornamelijk de horizontale streep gebruikt bij het noteren van breuken. In kranten, recepten en op de computer en mobiele telefoon wordt de schuine 'deelstreep' gebruikt. De kinderen moeten ook deze notatie herkennen als breuk. Betekenis kunnen geven aan een breuk in een context
breuk, teller, noemer, breukstreep, deelstreep

PO 23, PO 26
Betekenis geven aan getallen: verschillende betekenissen.
context, wiskundetaal
Weten dat getallen verschillende betekenissen hebben en dat je ermee kunt rekenen in contexten en in wiskundetaal
context, wiskundetaal

Weten dat getallen verschillende betekenissen hebben en dat je ermee kunt rekenen in contexten en in wiskundetaal
context, wiskundetaal

PO 23
Gemengde getallen: schrijfwijze en betekenisn.v.t.
Betekenis geven aan en kunnen gebruiken van gemengde getallen als 2½  en 4¾

PO 23, PO 26
Relaties tussen breuken en decimale getallen
breuk, kommagetal
n.v.t.
De betekenis en schrijfwijze van eenvoudige breuken en kommagetallen kennen en de relatie hiertussen kennen en kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld: 3/4 is 0,75
breuk, kommagetal

PO 23, PO 26
Getallen: getalsysteemStructuur van de telrij en getallenrij
doortellen, terugtellen, telrij, getallenrij
In de telrij tot ±100.000 kunnen doortellen en terugtellen en deze rijen kunnen opschrijven op basis van de structuur in de telrij en de structuur van getallen
doortellen, terugtellen, telrij, getallenrij

In de telrij tot ±100.000 kunnen doortellen en terugtellen en deze rijen kunnen opschrijven op basis van de structuur in de telrij en de structuur van getallen
doortellen, terugtellen, telrij, getallenrij

PO 26
Structuur en opbouw van het tientallig stelsel
tientallen, honderdtallen, duizendtallen, tienduizendtallen, honderdduizendtallen, tienden, honderdsten, duizendsten
Weten en begrijpen hoe ons tientallig positiestelsel is opgebouwd. De betekenis en waarde van cijfers en hun plaats in getallen kennen (honderdduizendtallen - tienduizendtallen- duizendtallen - honderdtallen - tientallen - eenheden - tienden - honderdsten - duizendsten). Splitsen van getallen in duizendtallen, honderdtallen, tientallen, eenheden, tienden en honderdsten. Aanvullen tot ronde getallen op basis van het tientallig stelsel (tot 1, 100, 500, 1000, 10.000)
De opbouw van het positiesysteem kunnen toepassen en uitleggen in eenvoudige contextsituaties (bijvoorbeeld met geld) en met kale getallen
tientallen, honderdtallen, duizendtallen, tienduizendtallen, honderdduizendtallen, tienden, honderdsten, duizendsten

Weten en begrijpen hoe ons tientallig positiestelsel is opgebouwd. De betekenis en waarde van cijfers en hun plaats in getallen kennen (honderdduizendtallen - tienduizendtallen- duizendtallen - honderdtallen - tientallen - eenheden - tienden - honderdsten - duizendsten)  
Splitsen van getallen ook in duizendsten, tienduizendtallen, honderdduizendtallen en miljoenen. In dit getalgebied ook aanvullen tot ronde getallen
De opbouw van het positiesysteem kunnen toepassen en uitleggen in complexere contextsituaties en met kale getallen
tientallen, honderdtallen, duizendtallen, tienduizendtallen, honderdduizendtallen, tienden, honderdsten, duizendsten

PO 26
Vergelijken en ordenen van hele getallen en decimale getallen
groter dan, kleiner dan, gelijk aan, even groot, grootste, kleinste
Weten dat je in getallen een volgorde kunt aanbrengen. Kunnen vergelijken en ordenenvan hele getallen onder ±100.000 en van elementaire kommagetallen. Weten wat de begrippen 'kleiner dan' en 'groter dan' in de context van getallen betekenen
groter dan, kleiner dan, gelijk aan, even groot, grootste, kleinste

Kunnen vergelijken en ordenen van hele getallen onder ±1.000.000 en van kommagetallen. Weten wat de begrippen 'kleiner dan' en 'groter dan' in de context van getallen betekenen
groter dan, kleiner dan, gelijk aan, even groot, grootste, kleinste

PO 26
Getalpositie
getallenlijn
Kunnen plaatsen van hele getallen en eenvoudige decimale getallen op de getallenlijn (of maatlijn), zowel precies als ongeveer
getallenlijn

Kunnen plaatsen van hele getallen, decimale getallen en breuken op de getallenlijn
getallenlijn

PO 26
Afronden van hele getallen
afronden
Kunnen afronden van hele getallen tot ±10.000 (20.000) in eenvoudige situaties, waarbij het doel (en eventueel context) bepaalt wat de nauwkeurigheid van die afronding is
afronden

Kunnen afronden van hele getallen tot ± 1 miljard, waarbij het doel (en eventueel context) bepaalt wat de nauwkeurigheid van die afronding is
afronden

PO 26
Vergelijken en ordenen van breuken
gelijknamig,
 gelijknamig maken, getallenlijn
Stambreuken en elementaire breuken kunnen vergelijken en ordenen en deze in betekenisvolle situaties op de getallenlijn plaatsen. 1/4 liter is minder dan 1/2 liter
gelijknamig,
 gelijknamig maken, getallenlijn

Breuken (zowel eenvoudige als moeilijker breuken) met elkaar kunnen vergelijken, ordenen en plaatsen op de getallenlijn.  Hierbij ook standaardprocedures kunnen gebruiken zoals gelijknamig maken of redeneren vanuit het complement). Zowel breuken in contextsituaties als kale breuken
gelijknamig,
 gelijknamig maken, getallenlijn

PO 26
Gelijkwaardigheid van breuken en decimale getallen
breuk, kommagetal, omzetten
Kunnen omzetten van eenvoudige breuken in decimale getallen en omgekeerd, op basis van parate kennis. 1/2 = 0,5; 0,01 = 1/100
 
breuk, kommagetal, omzetten

Breuken kunnen omzetten in een decimale breuk/kommagetal en omgekeerd. Dit kan eventueel berekend worden met behulp van de rekenmachine (en indien nodig afronden). 3/5 = 0,6
breuk, kommagetal, omzetten

PO 26
Plaatswaarde van cijfers in hele getallen en decimale getallen
cijfer
n.v.t.
Begrijpen dat cijfers (0 tot en met 9) symbolen zijn die gebruikt worden om getallen te noteren. De waarde van een cijfer wordt bepaald door de plaats waarop het cijfer staat in het getal. De nul is van belang om de waarden van andere cijfers in een getal correct te kunnen interpreteren Begrijpen wanneer de nul wel, en wanneer niet weggelaten mag worden
cijfer

PO 26
Afronden van decimale getallen
afronden
n.v.t.
Kunnen afronden van decimale getallen op een geheel getal, zowel kaal als in contextsituaties. In situaties rondom geld, kunnen afronden van bedragen wanneer contant moet worden afgerekend
afronden

PO 26
Rekenen: optellen en aftrekken met hele getallen en decimale getallenOptellen en aftrekken onder 100
splitsen, optellen, aftrekken
Uit het hoofd kunnen splitsen, optellen en aftrekken onder 100, ook met eenvoudige decimale getallen. 12 = 7 + 5; 67 - 30; 1 - 0,25; 0,8 + 0,7
splitsen, optellen, aftrekken

Uit het hoofd kunnen splitsen, optellen en aftrekken onder 100, ook met eenvoudige decimale getallen. 12 = 7 + 5; 67 - 30; 1 - 0,25; 0,8 + 0,7
splitsen, optellen, aftrekken

PO 27
Optellen en aftrekken met veelvouden van tien
hoofdrekenen met nullen
Uit het hoofd kunnen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met ‘nullen’, ook met eenvoudige decimale getallen. Voorbeeld: 9000 + 30, 1200 - 800
hoofdrekenen met nullen

Uit het hoofd kunnen optellen, aftrekken,  met 'nullen', ook met decimale getallen. Voorbeeld: 9000 + 30, 1200 – 800
hoofdrekenen met nullen

PO 29
Handig en efficiënt optellen en aftrekken
handig rekenen
Handig en efficiënt kunnen optellen en  aftrekken, waarbij een oplossingsmanier wordt gekozen op basis van eigenschappen van bewerkingen en van getallen. Dit met eenvoudige getallen die zich specifiek voor de oplossingsstrategieën lenen, zowel kaal als in eenvoudige contexten. Hierbij mag kladpapier worden gebruikt.17 + 61 = 61 + 17; 125 + 95 + 75 = 125 + 75 + 95; 165 - 49 - 65 = 165 - 65 - 49; 250 - 75 - 25 = 250 - (75+25); 12,99 + 1,99 = 13,00 + 2,00 - 0,02; 500 - 299 = 500 - 300 + 1.
 GcpF
handig rekenen

Handig en efficiënt kunnen optellenen aftrekken, waarbij een doelmatige oplossingsmanier wordt gekozen op basis van inzicht in de eigenschappen van bewerkingen en in de structuur van getallen. Dit met getallen die zich specifiek voor de oplossingsstrategieën lenen, zowel kaal als in eenvoudige contexten. Hierbij zijn notities op papier toegestaan
 17 + 61 = 61 + 17; 125 + 95 + 75 = 125 + 75 + 95; 165 - 49 - 65 = 165 - 65 - 49; 250 - 75 - 25 = 250 - (75+25); 12,99 + 1,99 = 13,00 + 2,00 - 0,02; 500 - 299 = 500 - 300 + 1. GcpS
handig rekenen

PO 29
Optellen en aftrekken: standaardprocedures
splitsen, handig rekenen, kolomsgewijs rekenen, cijferen
Kunnen optellen en aftrekken (waaronder ook verschil bepalen) met gehele getallen tot ongeveer 1000 (en iets er overheen) en met eenvoudige kommagetallen en dit kunnen toepassen in praktische situaties.  (Procedures kunnen zijn: splitsen, handig rekenen, vormen van kolomsgewijs rekenen, cijferen. Hierbij zijn notaties op papier toegestaan.)
 
splitsen, handig rekenen, kolomsgewijs rekenen, cijferen

Standaardprocedures kunnen gebruiken ook met gehele getallen boven 1000 en met complexere decimale getallen in complexere situaties zowel als in kale sommen. (Procedures kunnen zijn: splitsen, handig rekenen, vormen van kolomsgewijs rekenen, cijferen. Hierbij zijn notaties op papier toegestaan.) Verschillende stappen in die procedures kunnen uitleggen
splitsen, handig rekenen, kolomsgewijs rekenen, cijferen

PO 30
Eigenschappen van optellen en aftrekken
omkeersom of verwisseleigenschap
n.v.t.
Inzicht in en kennis over de (eigenschappen van) bewerkingen optellen en aftrekken. 3+5 = 5+3, maar 3-5 is niet gelijk aan 5-3
omkeersom of verwisseleigenschap

PO 29
Rekenen: vermenigvuldigen en delen met hele getallen en decimale getallenTafels van vermenigvuldiging
tafels
Producten uit de tafels van vermenigvuldiging (tot en met 10) vlot uit het hoofd kennen (vrijwel meteen weten). 3 x 5; 7 x 9
tafels

Producten uit de tafels van vermenigvuldiging (tot en met 10) vlot uit het hoofd kennen (vrijwel meteen weten). 3 x 5; 7 x 9
tafels

PO 27
Deeltafels
deeltafels
Delingen uit de tafels (tot en met 10) kunnen uitrekenen. 45 : 5 ; 32 : 8
deeltafels

Delingen uit de tafels (tot en met 10) uit het hoofd kennen. 45 : 5 ; 32 : 8
deeltafels

PO 27
Vermenigvuldigen en delen met veelvouden van tien
hoofdrekenen met nullen
Uit het hoofd kunnen vermenigvuldigen en delen met ‘nullen’, ook met eenvoudige decimale getallen. Voorbeelden: 100 x 2,5; 3600 : 100
hoofdrekenen met nullen

Uit het hoofd kunnen vermenigvuldigen en delen met 'nullen', ook met decimale getallen. Voorbeelden: 1,8 x 1000; 18 : 100
hoofdrekenen met nullen

PO 29
Handig en efficiënt vermenigvuldigen en delen
handig rekenen
Handig en efficiënt kunnen vermenigvuldigen en delen, waarbij een oplossingsmanier wordt gekozen op basis van eigenschappen van bewerkingen en van getallen.
Dit met eenvoudige getallen die zich specifiek voor de oplossingsstrategieën lenen, zowel kaal als in eenvoudige contexten. Hierbij mag kladpapier worden gebruikt.
18 x 5 = 5 x 18; 2 x 8 x 5 = (2 x 5) x 8 = 10 x 8; 4 x 18 + 2 x 18 = 6 x 18; 3 x 2,98 = 3 x 3,00 - 3 x 0,02; 48 : 4 = 40 : 4 + 8 : 4
handig rekenen

Handig en efficiënt kunnen  vermenigvuldigen en delen, waarbij een doelmatige oplossingsmanier wordt gekozen op basis van inzicht in de eigenschappen van bewerkingen en in de structuur van getallen. Dit met getallen die zich specifiek voor de oplossingsstrategieën lenen, zowel kaal als in eenvoudige contexten. Hierbij zijn notities op papier toegestaan. 18 x 5 = 5 x 18; 2 x 8 x 5 = (2 x 5) x 8 = 10 x 8; 4 x 18 + 2 x 18 = 6 x 18; 3 x 2,98 = 3 x 3,00 - 3 x 0,02; 48 : 4 = 40 : 4 + 8 : 4
handig rekenen

PO 29
Schriftelijke vermenigvuldigen met grotere getallen
splitsen, kolomsgewijs rekenen, cijferen, handig rekenen
Kunnen vermenigvuldigen van een getal met één cijfer met een getal met twee of drie cijfers en met een getal van twee cijfers met een getal van twee cijfers in kale vermenigvuldigingen en dit toepassen in eenvoudige contextsituaties zoals berekeningen met geld. (Procedures kunnen zijn: splitsen, handig rekenen, vormen van kolomsgewijs rekenen, cijferen.)
Hierbij zijn notaties op papier toegestaan. 7 x 165 ; 5 uur werken voor 5,75 euro per uur; 35 x 67
splitsen, kolomsgewijs rekenen, cijferen, handig rekenen

Kunnen vermenigvuldigen van een getal met één cijfer met een getal met meer cijfers (boven 1000), ook met grotere getallen en met complexere decimale getallen. Dit in kale vermenigvuldigingen en dit toepassen zowel in complexere situaties  als in kale sommen. (Procedures kunnen zijn: splitsen, handig rekenen, vormen van kolomsgewijs rekenen, cijferen.)
Verschillende stappen in die procedures kunnen uitleggen. Hierbij zijn notaties op papier toegestaan. 7 x 165 ; 5 uur werken voor 5,75 euro per uur; 35 x 67
splitsen, kolomsgewijs rekenen, cijferen, handig rekenen

PO 30
Schriftelijk delen met/van grotere getallen
opvermenigvuldigen, verdeeleigenschap,  kolomsgewijs delen,  cijferend delen, rest
Kunnen delen van getallen met maximaal drie cijfers door een getal met maximaal 2 cijfers, al dan niet met een rest in kale delingen en in eenvoudige toepassingssituaties.  (Procedures kunnen zijn: opvermenigvuldigen, de verdeeleigenschap, een vorm van kolomsgewijs delen of cijferend delen.)  Hierbij zijn notaties op papier toegestaan. 132 : 16
opvermenigvuldigen, verdeeleigenschap,  kolomsgewijs delen,  cijferend delen, rest

Kunnen delen met grotere getallen, al dan niet met een rest in kale delingen en in toepassingssituaties
(Procedures kunnen zijn: opvermenigvuldigen, de verdeeleigenschap, een vorm van kolomsgewijs delen of cijferend delen.)
Verschillende stappen in die procedures kunnen uitleggen. Hierbij zijn notaties op papier toegestaan.  525 : 15; 325 : 13; 2665 : 31
 
 
opvermenigvuldigen, verdeeleigenschap,  kolomsgewijs delen,  cijferend delen, rest

PO 30
Delen met rest
rest, doordelen, afronden
Bij een deling in eenvoudige contexten de 'rest' kunnen interpreteren of verwerken. Voorbeeld: 35 kinderen gaan met auto's naar het watermuseum. In elke auto mogen vier kinderen. Hoeveel auto's zijn er in totaal nodig? Zitten alle auto's vol?
rest, doordelen, afronden

Delingen kunnen uitrekenen waarbij ofwel een rest wordt overgehouden of waarbij wordt doorgedeeld en de uitkomst een decimaal getal is (dat eventueel wordt afgerond)
Bij een deling in contexten de 'rest' kunnen interpreteren of verwerken.  Voorbeeld: Er gaan 5940 Ajaxsupporters met bussen naar de wedstrijd tegen PSV in Eindhoven. In elke bus mogen niet meer dan 48 supporters. Hoeveel bussen moeten er besteld worden?
rest, doordelen, afronden

PO 26, PO 28, PO 29, PO 30
Eigenschappen van vermenigvuldigen en delen
omkeersom of verwisseleigenschap, verdeeleigenschap
n.v.t.
Inzicht in en kennis over de (eigenschappen van) bewerkingen  vermenigvuldigen en delen. 3 x 5 = 5 x 3; 24 : 3 is niet gelijk aan 3 : 24; 12,5 x 7 x 8 = (12,5 x 8) x7; 4 x 29 = 4 x 20 + 4 x 9 of 4 x 30 - 4; de inverse relatie tussen vermenigvuldigen en delen doorzien
omkeersom of verwisseleigenschap, verdeeleigenschap

PO 29
Rekenen met breukenOptellen en aftrekken van gelijknamige en ongelijknamige breuken
helen eruit halen, gelijknamig maken
Kunnen optellen en aftrekken van veel voorkomende gelijknamige en ongelijknamige breuken binnen een betekenisvolle situatie. En eventueel hierbij gelijknamig maken en de 'helen eruit halen'. 1/4 + 1/8; 1/2 + 3/4
helen eruit halen, gelijknamig maken

Kunnen optellen en aftrekken van gelijknamige en ongelijknamige breuken en gemengde getallen, in betekenisvolle situaties maar ook via standaardprocedures in kale opgaven. Voorbeeld 6 3/4 + 3/8
helen eruit halen, gelijknamig maken

PO 26
Een heel getal vermenigvuldigen met een breuk en omgekeerd
het zoveelste deel van…
Een deel van een hoeveelheid kunnen berekenen, met elementaire breuken en eenvoudige ronde gehele getallen (of eenvoudig af te ronden getallen) in betekenisvolle situaties. 1/3 deel van 150 euro
het zoveelste deel van…

Een deel van een hoeveelheid berekenen, in contexten en met kale getallen, ook met moeilijker breuken en een breuk kunnen vermenigvuldigen met een geheel getal en omgekeerd. Voorbeeld: 2/3 deel van 1200 euro; 6 x 3/5
het zoveelste deel van…

PO 26
Vereenvoudigen en compliceren van breuken
breuk vereenvoudigen, helen eruit halen
n.v.t.
Kunnen vereenvoudigen en compliceren van breuken en breuken als gemengd getal kunnen schrijven (de helen eruit halen en omgekeerd). 6/8 = 3/4; 1/5 = 20/100; 25/4 = 6 1/4
breuk vereenvoudigen, helen eruit halen

PO 26
Vermenigvuldigen met breuken
het zoveelste deel van…
n.v.t.
Een breuk met een breuk kunnen vermenigvuldigen of een deel van een deel kunnen nemen, met name in contextsituaties. 1/2 deel van 1/2 liter; 3/4 x 5/8
het zoveelste deel van…

PO 26
Delen door een breukn.v.t.
Een geheel getal, een breuk of gemengd getal kunnen delen door een breuk of door een gemengd getal, met name in contextsituaties. 10 : 2 1/2; hoeveel glazen van 1/8 liter kun je vullen uit een fles van 1 liter

PO 26
Rekenen met de rekenmachineRekenmachine hanteren
rekenmachine, rekenen met rekenmachine
Bewerkingen met hele getallen en kommagetallen op de rekenmachine kunnen uitvoeren met behulp van de elementaire operatietoetsen (+  -  x  : / * =)
rekenmachine, rekenen met rekenmachine

Bewerkingen met hele getallen en kommagetallen op de rekenmachine kunnen uitvoeren met behulp van de elementaire operatietoetsen (+  -  x  : / * =)
rekenmachine, rekenen met rekenmachine

PO 31
Controle van de uitkomst met de rekenmachine
schatten, rekenmachine
Kritisch kunnen controleren van uitgevoerde bewerkingen op de rekenmachine door ofwel precies (na)rekenen, ofwel door te schatten of door het antwoord in relatie te brengen met de context. Hieronder valt ook bij het gebruik van de rekenmachine attent zijn op leesfouten en typefouten.
De uitkomst op de rekenmachine in verband kunnen brengen met de ingetoetste bewerking: kan de uitkomst kloppen (globaal schatten) of nogmaals uitvoeren ter controle
schatten, rekenmachine

Kritisch kunnen controleren van uitgevoerde bewerkingen op de rekenmachine door ofwel precies (na)rekenen, ofwel door te schatten of door het antwoord in relatie te brengen met de context. Hieronder valt ook bij het gebruik van de rekenmachine attent zijn op leesfouten en typefouten
De uitkomst op de rekenmachine in verband kunnen brengen met de ingetoetste bewerking: kan de uitkomst kloppen (globaal schatten) of nogmaals uitvoeren ter controle
schatten, rekenmachine

PO 25, PO 28, PO 31
Interpretatie van een uitkomst ‘met rest’ bij gebruik van een rekenmachine
rest, rekenmachine
Kunnen interpreteren van een ‘rest’ op de rekenmachine bij een deling in een eenvoudige contextsituatie
rest, rekenmachine

Kunnen interpreteren van een ‘rest’ op de rekenmachine bij een deling in een contextsituatie
 
rest, rekenmachine

PO 25, PO 31
Rekenen: combinaties van bewerkingenRelaties tussen bewerkingen, waaronder de inverse
herhaald optellen, herhaald aftrekken
Relaties tussen bewerkingen kennen, bijvoorbeeld de stap van herhaald optellen naar vermenigvuldigen en gebruik van het keer-teken, of de inverserelatie tussen optellen en aftrekken
herhaald optellen, herhaald aftrekken

Relaties tussen bewerkingen kennen, zoals de inverserelatie tussen vermenigvuldigen en delen, en tussen optellen en aftrekken of de relatie tussen delen en herhaald optellen/aftrekken
herhaald optellen, herhaald aftrekken

PO 24, PO 26
Globale uitkomst
schatten, schattend rekenen, ongeveer rekenen
Globaal bepalen van de uitkomst door schattend te rekenen en te redeneren
schatten, schattend rekenen, ongeveer rekenen

Globaal schatten van de uitkomst in een situatie waarin niet alle getallen bekend zijn of waarbij er meer mogelijkheden zijn
schatten, schattend rekenen, ongeveer rekenen

PO 28
Schattend rekenen
schatten, afronden, rond getal, schattend rekenen, ongeveer rekenen
Globaal of schattend kunnen rekenen door de gegeven eenvoudige getallen eerst af te ronden en er daarna berekeningen mee uit te voeren. Dit als de context zich daartoe leent of als controle voor het rekenen met de rekenmachine
schatten, afronden, rond getal, schattend rekenen, ongeveer rekenen

Globaal of schattend kunnen rekenen door gegeven hele getallen en kommagetallen af te ronden en er vervolgens berekeningen mee te maken, ook in complexere contexten. En globaal kunnen rekenen en redeneren als controle voor rekenen met de rekenmachine
schatten, afronden, rond getal, schattend rekenen, ongeveer rekenen

PO 28
Volgorde van bewerkingen
haakjes, volgorde bij uitrekenen
n.v.t.
Weten in welke volgorde bewerkingen moeten worden uitgevoerd in samengestelde opgaven, zowel zonder haakjes als met haakjes
haakjes, volgorde bij uitrekenen

PO 24, PO 25, PO 29
Het gemiddelde
gemiddelde
n.v.t.
Het kennen van de procedure om het gemiddelde te berekenen van een beperkt aantal getallen.  Gemiddelde kunnen berekenen
gemiddelde

PO 26, PO 29, PO 30
Verhoudingen
VaksubkernenInhouden1F1Skerndoelen
Vaktaal verhoudingen, breuken, procentenVerhoudingen: benaming en notatie
verhouding, 'zoveel op de zoveel', 'het zoveelste deel', breuk, percentage
Verhoudingen kunnen benoemen en schrijven als 'zoveel op de zoveel', deel van een geheel, als breuk of als percentage. Een telling kunnen verwoorden als verhouding, bijvoorbeeld ‘zes van de vierentwintig’, ‘een op elke vier’, ‘een vierde deel’, ‘een kwart’ of ‘vijfentwintig procent’ en kunnen noteren als 1 op de 4, of 1/4 deel, of 25%
verhouding, 'zoveel op de zoveel', 'het zoveelste deel', breuk, percentage

Verhoudingen kunnen benoemen en schrijven als 'zoveel op de zoveel', deel van een geheel, als breuk of als percentage.  Een telling kunnen verwoorden als verhouding, bijvoorbeeld ‘zes van de vierentwintig’,  ‘een op elke vier’, ‘een vierde deel’, ‘een kwart’ of ‘vijfentwintig procent’ en kunnen noteren als 1 op de 4, of 1/4 deel, of 25%.  Ook met moeilijker getallen, met kale getallen en in meer complexe situaties
 
 
 
verhouding, 'zoveel op de zoveel', 'het zoveelste deel', breuk, percentage

PO 23, PO 26
Verhoudingen: betekenis
prijs per stuk/kg/liter,
 vergroten en verkleinen, schaal
Verhouding herkennen bij eenvoudige verhoudings-situaties uit het dagelijks leven zoals: gebruik van recepten, snelheid, prijs per stuk/kg/liter, vergelijken van groepen met een kenmerk, vergroten en verkleinen, schaal
prijs per stuk/kg/liter,
 vergroten en verkleinen, schaal

Verhouding herkennen bij eenvoudige en meer complexe verhoudingssituaties zoals: gebruik van recepten, snelheid, prijs per stuk/kg/liter, mengen, afstanden, vergelijken van groepen met een kenmerk, vergroten en verkleinen, schaal
prijs per stuk/kg/liter,
 vergroten en verkleinen, schaal

PO 23, PO 26
Breuken: uitspraak, notatie en betekenis
breuk, breukstreep
Eenvoudige breuken kunnen uitspreken en noteren en de verschillende betekenissen van breuken in verschillende situaties kennen. Voorbeeld: een vijfde deel van alle Nederlanders kun je schrijven als 1/5 deel van alle Nederlanders
breuk, breukstreep

Breuken, ook met een diagonale streep, kunnen uitspreken en noteren, ook bij samengestelde breuken. Aan een breuk betekenis kunnen geven in verschillende situaties en in kale opgaven. De notatie van een breuk interpreteren en kunnen schrijven als een deling.
Voorbeeld: Vier van elke vijf Nederlanders kunnen interpreteren en noteren als 4/5 deel van de Nederlanders. 1/4 x 260 = 260/4
 
breuk, breukstreep

PO 23, PO 26
Decimale getallen: uitspraak en notatie
kommagetal
Eenvoudige kommagetallen kunnen uitspreken, lezen en noteren, ook als breuk. 3,5 is 3 en 5/10
kommagetal

Eenvoudige kommagetallen kunnen uitspreken, lezen en noteren, ook met moeilijkere getallen en zonder context. 2,678 kilogram is 2 kilogram en 678 gram; 2,2 miljoen mensen is 2 200 000 mensen
kommagetal

PO 23, PO 26
Procenten: uitspraak en notatie
procent, %
Notaties van procenten kunnen lezen, uitspreken en herkennen
procent, %

Notaties van procenten kunnen lezen, uitspreken en herkennen
procent, %

PO 23, PO 26
Verhoudingen: formele notatie
 ‘een staat tot honderd’,  ‘1 op 100’
n.v.t.
De formele notatie van verhoudingen als 1 : 100 herkennen als verhouding, kunnen uitspreken als ‘een staat tot honderd’ of ‘1 op 100’ en er betekenis aan kunnen geven, met name bij de schaal van kaarten, plattegronden, maquettes en schaalmodellen
 ‘een staat tot honderd’,  ‘1 op 100’

PO 23, PO 26
Relatie tussen verhoudingen, breuken, procenten, en decimale getallenVerschillende beschrijvingen voor verhoudingen
verhouding, breuk, kommagetal, percentage, 'zoveel op de zoveel', 'zoveel per zoveel'
Verschillende beschrijvingen waarmee een verhouding wordt aangeduid kunnen gebruiken in toepassingssituaties. Bijvoorbeeld: Een auto rijdt 1 op 12. Wat wordt hiermee bedoeld?
verhouding, breuk, kommagetal, percentage, 'zoveel op de zoveel', 'zoveel per zoveel'

De verschillende verwoordingen en schrijfwijzen om een verhouding uit te drukken met elkaar in verband brengen en kunnen gebruiken in toepassingssituaties, ook in minder voor de hand liggende situaties en verwarrende situaties. Inzien dat je verschillende beschrijvingswijzen in dezelfde situaties kunt gebruiken, afhankelijk van wat handig is en op basis hiervan kunnen redeneren in eenvoudige situaties. Voorbeeld: In groep 4 en 5 zitten evenveel kinderen. In groep 4 heeft 1/4 van de kinderen nog geen zwemdiploma; in groep 5 heeft 20% nog geen zwemdiploma. In welke groep zitten de meeste kinderen zonder zwemdiploma? Leg uit hoe je aan je antwoord komt
verhouding, breuk, kommagetal, percentage, 'zoveel op de zoveel', 'zoveel per zoveel'

PO 23, PO 26
Relatieve vergelijking
gelijke verhouding', relatief veel/weinig
Eenvoudige verhoudingen met elkaar kunnen vergelijken, uitspraken doen over de verschillende verhoudingen en daarbij kunnen uitleggen waarom de ene verhouding wel of niet gelijk is aan de andere of in aantal meer of minder objecten bevat. Bijvoorbeeld: 1 op de 3 kinderen gaat deze vakantie naar het buitenland. Is dat meer of minder dan de helft?
gelijke verhouding', relatief veel/weinig

Verhoudingen met elkaar kunnen vergelijken, uitspraken doen over de verschillende verhoudingen en daarbij kunnen uitleggen waarom de ene verhouding wel of niet gelijk is aan de andere of in aantal meer of minder objecten bevat. Inzien wanneer het handig is om dat via breuken of via percentages te berekenen of uit te zoeken. Bijvoorbeeld: aanbieding schrijfbloks bij H&D 4 halen 3 betalen en bij VEMA 50% korting. Als de schrijfbloks even duur zijn, waar krijg je dan de meeste korting? Hoe zie je dat?
Het inzicht hebben dat je relatief kunt vergelijken en dat dit niets zegt over de grootte van de hoeveelheden die je vergelijkt
gelijke verhouding', relatief veel/weinig

PO 26
Veel voorkomende omzettingen en verhoudingsrelaties
verhouding, breuk, percentage
Weten dat je een verhouding kunt aangeven als ‘zoveel van de zoveel’, als breuk of als percentage. Eenvoudige omzettingen of relaties uit het hoofd kennen. 50% is de helft nemen of delen door 2; 25% is 1/4
verhouding, breuk, percentage

Weten dat je een verhouding kunt aangeven als ‘zoveel van de zoveel’, als breuk of als percentage. Veel voorkomende omzettingen en relaties uit het hoofd kennen. 10% nemen is hetzelfde als delen door 10; 40% is 4/10
verhouding, breuk, percentage

PO 26
Breuk als deel van een geheel of deel van een hoeveelheid
breuk, deel van
Een deel van een geheel of een deel van een hoeveelheid kunnen uitdrukken in een breuk, in gevallen waar het gaat om elementaire breuken en eenvoudige ronde getallen in contextsituaties (ook schattend/ongeveer rekenen). Een vruchtenvlaai wordt in tien punten gesneden. Hoe groot is elk stuk? Schrijf het op als breuk ; 8 van de 24 kinderen komen op de fiets naar school. Welk deel van de klas is dat?
breuk, deel van

Een deel van een geheel of een deel van een hoeveelheid kunnen uitdrukken in een breuk, ook met minder eenvoudige getallen en in meer formele opgaven. 16 van de 24 kinderen uit de klas zitten op zwemles. Welk deel van de klas is dat? ; Vier liter melk wordt uitgeschonken in zestien bekers. Hoeveel melk zit er in elke beker?
breuk, deel van

PO 26
Relatie tussen breuken en percentages
breuk, percentage, omzetten
Breuken met noemer 2, 4, 10 kunnen omzetten in bijbehorende percentages en mooie percentages omzetten in een breuk. (bijvoorbeeld met behulp van een strook of cirkel of een verhoudingstabel.) 3/4 deel van de klas, hoeveel procent is dat?
breuk, percentage, omzetten

Veel voorkomende breuken, met name breuken met noemer 2, 4, 5, 10, 20, 25, 50 en 100 kunnen omzetten in bijbehorende percentages en veelvoorkomende percentages kunnen omzetten in breuken, ook in contextsituaties of toepassingssituaties
breuk, percentage, omzetten

PO 26
Relatie tussen verhoudingen en percentages
verhoudingstabel, procent, omzetten
Eenvoudige verhoudingen kunnen omzetten in procenten (bijvoorbeeld door middel van een verhoudingstabel waarin naar 100 toegewerkt wordt)
verhoudingstabel, procent, omzetten

Verhoudingen kunnen omzetten in procenten (bijvoorbeeld door middel van een verhoudingstabel waarin naar 100 toegewerkt wordt)
Weten dat een percentage een standaardverhouding van 1 op 100 is en op basis hiervan in situaties kunnen redeneren
verhoudingstabel, procent, omzetten

PO 26
Breuk als (on-)eindig decimaal getal
afronden, kommagetal, breuk, omzetten
n.v.t.
Weten dat het bij breuken om een deling gaat en dat het bijbehorende kommagetal niet altijd eindigt. Weten dat je deze breuken mag omzetten in een eindig decimaal getal, bijvoorbeeld door afronden op twee cijfers achter de komma
Begrijpen hoe je een breuk kunt omzetten in een kommagetal en andersom, door te redeneren met tienden en honderdsten. 1/3 is ongeveer 0,33; Wat is meer: 1/5 of 0,21? Leg uit waarom?
afronden, kommagetal, breuk, omzetten

PO 26
Verhoudingen omzetten met de rekenmachine
rekenmachine, verhouding, breuk, kommagetal, afronden
n.v.t.
Verhoudingen en breuken met een rekenmachine kunnen omzetten in een (afgerond) kommagetal. Bijvoorbeeld: Zet met de rekenmachine de breuk 3/7 om in een kommagetal en rondt het af op twee cijfers achter de komma. Wat moet je dan intoetsen en wat komt eruit?
rekenmachine, verhouding, breuk, kommagetal, afronden

PO 26
Rekenen met verhoudingenEenvoudige verhoudingsproblemen
Eenvoudige verhoudingsproblemen met mooie getallen kunnen oplossen.  Voorbeeld: Volgens een recept heb je twee eieren nodig voor drie personen. Je maakt het recept voor zes personen. Hoeveel eieren heb je dan nodig?

In toepassingssituaties verhoudingsproblemen kunnen oplossen, ook met minder mooie getallen en met kommagetallen.  Voorbeeld: in een recept staat dat je 4 dl melk nodig hebt voor een vruchtenvlaai. Hoeveel melk heb je nodig voor drie vlaaien?

PO 24, PO 26
Complexere verhoudingsproblemen
In eenvoudige toepassingssituaties verhoudingsproblemen kunnen oplossen, waarin de verhoudingsrelatie niet direct te leggen is (via een vermenigvuldiging of deling). Bijvoorbeeld: 6 pakken voor 18 euro, voor 5 pakken betaal je dan…

In meer complexe contexten met minder mooie getallen verhoudingsproblemen kunnen oplossen, waarin de verhoudingsrelatie niet direct te leggen is (via een vermenigvuldiging of deling).
 Bijvoorbeeld: Nico betaalt voor een stuk kaar van 800 gram 10 euro. Hoeveel kost die kaas per kilogram?

PO 24, PO 26
Vergrotingen en verkleiningen
vergroten, verkleinen, verhouding
n.v.t.
Bij eenvoudige verhoudingssituaties met vergrotingen en verkleiningen, zoals bij foto's, kunnen berekenen wat nieuwe afmetingen worden als de lengte of de breedte vergroot of verkleind wordt
Begrijpen dat je bij het vergroten of verkleinen van een afbeelding of plattegrond, zowel de lengte als de breedte in dezelfde verhouding moet vergroten/verkleinen, omdat de afbeelding anders vervormt
vergroten, verkleinen, verhouding

PO 26
Schaal
schaal, schaallijn, 1:50000
n.v.t.
Het begrip 'schaal' kennen en weten hoe deze aanduiding gebruikt kan worden bij een plattegrond of kaart of bij modelbouw
Kunnen rekenen met schaallijnen en schaalnotaties in eenvoudige situaties en met eenvoudige getallen. Voorbeeld: Mehmed wil van huis naar het stadscentrum fietsen. Op de kaart is dat 8 cm. De kaart heeft een schaal van 1:50 000. Hoeveel km moet Mehmed fietsen?
schaal, schaallijn, 1:50000

PO 26
Rekenen met percentagesPercentage: 100% is geheel
100%
Weten dat een geheel kan worden uitgedrukt in percentages en genoteerd wordt als 100% en dat de delen van het geheel dus samen 100% zijn
100%

Weten dat een geheel kan worden uitgedrukt in percentages en genoteerd wordt als 100% en dat de delen van het geheel dus samen 100% zijn
100%

PO 26
Percentages in toepassingssituaties
In toepassingssituaties kunnen rekenen met eenvoudige percentages en mooie getallen via het rekenen met breuken, verhoudingen of via de 1%-regel. Deze rekenprocedures paraat hebben. Bijvoorbeeld: Jantine koopt een broek van 80 euro. Bij de kassa krijgt zij 10% korting. Hoeveel moet zij nu betalen voor de broek?

In toepassingssituaties kunnen rekenen met eenvoudige percentages, ook boven 100% en mooie getallen via het rekenen met breuken, verhoudingen of via de 1%-regel. Ook met moeilijkere getallen en minder mooie percentages. Voorbeeld: Bart koopt een oude auto voor 1200 euro. Hij knapt de auto o en verkoopt hem dan met 150% winst. Voor hoeveel euro verkoopt hij de auto?

PO 26
Percentage boven 100%n.v.t.
Betekenis kunnen geven aan percentages boven 100%, hiermee rekenen en kunnen uitleggen wat meer dan 100% betekent in de gegeven context

PO 26
Percentage als deel nemen van of vermenigvuldigingsfactorn.v.t.
Weten dat je percentages kunt uitrekenen door gebruik te maken van 'deel nemen van' of 'vermenigvuldigen met een bijbehorend kommagetal'
Weten welke percentages en kommagetallen bij elkaar horen

PO 26
Procentenberekeningen maken op basis van 100% is geheeln.v.t.
In toepassingssituaties de kennis benutten dat het totaal van de delen van het geheel, 100% is en in rekensituaties tot een oplossing komen. Voorbeeld: een watermeloen van 500 g bestaat voor 400 g uit water. Hoeveel procent van de meloen is water?

PO 26
Procedures voor rekenen met percentages
rekenmachine
n.v.t.
In toepassingssituaties de procedures kennen en gebruiken om te kunnen rekenen met percentages, waarbij met moeilijker getallen gebruik gemaakt mag worden van een rekenmachine
rekenmachine

PO 26, PO 31
Toename of afname
winst, verlies, toename, afname
n.v.t.
In een context met eenvoudige getallen kunnen berekenen hoeveel procent de toename of afname bedraagt (hoeveel procent winst/verlies/toename)
winst, verlies, toename, afname

PO 26
Optellen en aftrekken van percentagesn.v.t.
Begrijpen en kunnen uitleggen dat je percentages alleen bij elkaar mag optellen of aftrekken, als wordt uitgegaan van hetzelfde getal/hoeveelheid

PO 26
Meten en meetkunde
VaksubkernenInhouden1F1Skerndoelen
Vaktaal metenBetekenis van lengte, omtrek, oppervlakte en inhoud
lengte, breedte, omtrek, oppervlakte, inhoud
Weten wat er met de begrippen ‘lengte’, ‘breedte’, 'omtrek', 'oppervlakte' en 'inhoud' wordt bedoeld en deze begrippen in de juiste situaties gebruiken
lengte, breedte, omtrek, oppervlakte, inhoud

Weten wat er met de begrippen ‘lengte’, ‘breedte’, 'omtrek', 'oppervlakte' en 'inhoud' wordt bedoeld en deze begrippen in de juiste situaties gebruiken
lengte, breedte, omtrek, oppervlakte, inhoud

PO 23, PO 33
Betekenis van het voorvoegsel ‘vierkante’
vierkante meter
Begrijpen dat een vierkante (centi-, deci-, kilo-)meter de grootte van een oppervlakte aangeeft, maar dat die oppervlakte verschillende vormen kan hebben, dus niet 'vierkant' hoeft te zijn
vierkante meter

Begrijpen dat een vierkante (centi-, deci-, kilo-)meter de grootte van een oppervlakte aangeeft, maar dat die oppervlakte verschillende vormen kan hebben, dus niet 'vierkant' hoeft te zijn
 
vierkante meter

PO 23, PO 33
Betekenis van het voorvoegsel ‘kubieke’
kubieke decimeter, kubieke meter
Begrijpen dat het voorvoegsel ‘kubieke’ van het woord ‘kubus’ komt en een inhoudsmaat aangeeft
Weten dat er 10 x 10 x 10 kubieke centimeters in een kubieke decimeter gaan (idem kubieke decimeters in een kubieke meter)
kubieke decimeter, kubieke meter

Begrijpen dat het voorvoegsel ‘kubieke’ van het woord ‘kubus’ komt en een inhoudsmaat aangeeft
Weten dat er 10 x 10 x 10 kubieke centimeters in een kubieke decimeter gaan (idem kubieke decimeters in een kubieke meter)
kubieke decimeter, kubieke meter

PO 23, PO 33
Maten: uitspraak en notatie
km, m, dm, cm, mm, vierkante meter, kubieke meter, liter, ml, kg, gram, mg, graden, euro, eurocent
Weten hoe je maten voor lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, temperatuur, data, tijden en geldbedragen uitspreekt en noteert. Het gaat om: km, m, dm, cm, mm, vierkante meter, kubieke meter, liter, ml, kg, gram, mg, graden, euro, eurocent
km, m, dm, cm, mm, vierkante meter, kubieke meter, liter, ml, kg, gram, mg, graden, euro, eurocent

Weten hoe je maten voor lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, temperatuur, data, tijden en geldbedragen uitspreekt en noteert. Het gaat om: km, hm, dam, m, dm, cm, mm, liter, dl, cl, ml, kg, gram, mg, graden, euro, eurocent. Zie ook onder oppervlaktematen, inhoudsmaten en tijdseenheden
km, m, dm, cm, mm, vierkante meter, kubieke meter, liter, ml, kg, gram, mg, graden, euro, eurocent

PO 23, PO 33
Tijdseenheden
etmaal, uur, minuut, seconde; eeuw, jaar, maand, dag, week, kwartaal
Weten welke verschillende tijdseenheden er zijn (uur, kwartier, minuut, seconde; eeuw, jaar, maand, dag, week) en in welke situaties die gebruikt worden
etmaal, uur, minuut, seconde; eeuw, jaar, maand, dag, week, kwartaal

Weten welke verschillende tijdseenheden er zijn (etmaal, uur, minuut, seconde; eeuw, jaar, maand, dag, week, kwartaal) en in welke situaties die gebruikt worden
etmaal, uur, minuut, seconde; eeuw, jaar, maand, dag, week, kwartaal

PO 23, PO 33
Oppervlaktematen: uitspraak en notatie
km2, m2, dm2, cm2 , are, hectare
n.v.t.
Kunnen noteren en uitspreken van de oppervlaktematen km2, m2, dm2, cm2, are, hectare  en weten in welke situaties deze gebruikt worden. Weten dat are en hectare oppervlaktematen zijn, hoe deze worden uitgesproken en worden genoteerd
km2, m2, dm2, cm2 , are, hectare

PO 23, PO 33
Inhoudsmaten: uitspraak en notatie
dm3, liter, kubieke meter, een kuub
n.v.t.
Weten welke standaardmaten gebruikt worden voor het aangeven van de inhoud, deze kunnen uitspreken en noteren. Veel gebruikte termen uit de dagelijkse taal kennen en kunnen interpreteren. (‘een kuub zand’). Weten dat 1 dm3 overeenkomt met 1 liter. Weten in welke situaties deze maten gebruikt worden
dm3, liter, kubieke meter, een kuub

PO 23, PO 33
Speciale benamingen: 'ton', 'kuub', are, hectare
ton, kuub, are, hectare
n.v.t.
Weten dat een 'ton' gebruikt wordt als benaming voor een gewicht van 1000 kg of voor een geldbedrag van 100.000 euro
Weten dat een 'kuub' als benaming gebruikt wordt voor een kubieke meter
Weten dat een are 100 m2 is en een hectare 10.000 m2
ton, kuub, are, hectare

PO 23, PO 33
MetenVergelijken en ordenen
lengte, inhoud, gewicht
Kunnen vergelijken en ordenen van voorwerpen naar lengte, inhoud of gewicht, door te schatten of op basis van gegeven aanduidingen. Bijvoorbeeld: welke voorwerpen in dit lokaal zijn ongeveer 1 meter lang?
lengte, inhoud, gewicht

Kunnen vergelijken en ordenen van voorwerpen naar lengte, inhoud of gewicht, door te schatten of op basis van gegeven aanduidingen. Bijvoorbeeld: flesjes met gegeven inhouden in volgorde zetten van minder inhoud naar meer inhoud
lengte, inhoud, gewicht

PO 33
Afmetingen schatten
In toepassingssituaties afmetingen en hoeveelheden kunnen schatten

In toepassingssituaties afmetingen en hoeveelheden kunnen schatten, ook in complexere situaties en met moeilijker getallen.

PO 33
Tijd
dag, week, maand, kwartaal, jaar, etmaal, uur, kwartier, minuut, seconde
In betekenisvolle situaties kunnen omrekenen van veel voorkomende tijdmaten, met name:
 - maanden, weken en dagen in een jaar
 - dagen in de maanden en de week
 - uren in een dag
 - minuten en kwartieren in een uur
 - seconden in een minuut
dag, week, maand, kwartaal, jaar, etmaal, uur, kwartier, minuut, seconde

Veel voorkomende tijdmaten kunnen omrekenen, ook in ingewikkelder situaties en minder makkelijke getallen.
 - kwartalen, maanden, weken en dagen in een jaar
 - dagen in de maanden en de dagen in de week
 - etmalen en uren in een dag
 - minuten en kwartieren in een uur
 - seconden in een minuut
dag, week, maand, kwartaal, jaar, etmaal, uur, kwartier, minuut, seconde

PO 33
Afmetingen op schaal
afpassen, schaal
Afmetingen bepalen met behulp van afpassen en schaal en hiermee rekenen in eenvoudige situaties en met eenvoudige getallen. Bijvoorbeeld schatten hoe hoog een huis is door gebruik te maken van de hoogte van de deur
afpassen, schaal

Afmetingen bepalen met behulp van afpassen en schaal en hiermee rekenen. Bijvoorbeeld schatten hoe hoog een object is op een foto
afpassen, schaal

PO 33
Berekeningen met maten in toepassingssituaties
In toepassingssituaties eenvoudige berekeningen kunnen maken en veel voorkomende maten kunnen omrekenen, ook met samengestelde grootheden

In toepassingssituaties berekeningen kunnen maken en veel voorkomende maten kunnen omrekenen, ook met samengestelde grootheden
 

PO 33
Geld
gepast betalen, inwisselen
In toepassingssituaties eenvoudige berekeningen kunnen maken met geld. Geld kunnen inwisselen en gepast betalen
gepast betalen, inwisselen

In toepassingssituaties berekeningen kunnen maken met geld.  Geld kunnen inwisselen en gepast betalen
gepast betalen, inwisselen

PO 33
Omtrek en oppervlakte
rechthoek, formule, omtrek, oppervlakte
Kunnen berekenen van de omtrek en oppervlakte van rechthoekige figuren met eenvoudige getallen. Hierbij hoeft geen gebruik gemaakt te worden van formules, maar wel van het begrip van wat omtrek en oppervlakte is
rechthoek, formule, omtrek, oppervlakte

Omtrek en oppervlakte bepalen/berekenen van figuren (ook niet rechthoekige) via (globaal) rekenen. Bij rechthoekige figuren de  omtrek en oppervlakte kunnen berekenen. Hierbij mag gebruik gemaakt worden van formules voor omtrek en oppervlakte:
 - Bij omtrek: lengte+lengte+breedte+breedte of varianten hierop
 - Bij oppervlakte lengte x breedte
rechthoek, formule, omtrek, oppervlakte

PO 33
Oppervlakte benaderen via rooster
Oppervlakten globaal en precies kunnen vergelijken, ordenen en berekenen door gebruik te maken van een natuurlijke maat (rooster, voorwerpen). Bijvoorbeeld: op de plattegrond van de wijk zie je de schoolpleinen van twee scholen. Welke school heeft het grootste schoolplein?

Oppervlakten globaal en precies kunnen vergelijken, ordenen en berekenen door gebruik te maken van een natuurlijke maat (rooster, voorwerpen). Bijvoorbeeld: Kijk op de kaart van Nederland. Welke provincie is het grootst? Gebruik het rooster

PO 33
Referentiematen
Verschillende veel voorkomende referentiematen voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, temperatuur, snelheid, tijd en geld kennen en kunnen gebruiken. Begrijpen dat referentiematen handig zijn om je een voorstelling van een hoeveelheid te maken of om een hoeveelheid/maat te schatten. Enkele eigen referentiematen ontwikkelen. Voorbeeld: een hele grote stap is ongeveer 1 meter, een pak suiker weegt 1 kg

Verschillende veel voorkomende referentiematen voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, temperatuur, snelheid, tijd en geld kennen en kunnen gebruiken. Begrijpen dat referentiematen handig zijn om je een voorstelling van een hoeveelheid te maken of om een hoeveelheid te schatten. Specifiek voor tijd het besef dat tijd relatief is.  Bijvoorbeeld weten dat een hectare ongeveer 2 voetbalvelden groot is en dat een pak suiker 1 kg weegt. Wanneer 'vliegt' de tijd, waar ligt dat aan?

PO 33
Meetinstrumenten
meetlat, liniaal, rolmaat, meetlint, kilometerteller, maatbeker, personenweegschaal, keukenweegschaal, winkelweegschaal en (digitale) thermometer, klok
In toepassingssituaties kunnen afmeten met een geschikt meetinstrument. Lengte, inhoud, gewicht en temperatuur kunnen afmeten en het meetresultaat correct opschrijven. Aflezen van tijden, zowel analoog als digitaal en analoge en digitale tijden koppelen
meetlat, liniaal, rolmaat, meetlint, kilometerteller, maatbeker, personenweegschaal, keukenweegschaal, winkelweegschaal en (digitale) thermometer, klok

In toepassingssituaties kunnen afmeten met een geschikt meetinstrument. Lengte, inhoud, gewicht en temperatuur kunnen afmeten en het meetresultaat correct opschrijven. Aflezen van tijden, zowel analoog als digitaal en analoge en digitale tijden koppelen. Gegevens van meetinstrumenten kunnen interpreteren. Voorbeeld: na een fietstocht staat je kilometerteller op 42.27. Hoe ver heb je gefietst? Wat betekent .27?
meetlat, liniaal, rolmaat, meetlint, kilometerteller, maatbeker, personenweegschaal, keukenweegschaal, winkelweegschaal en (digitale) thermometer, klok

PO 33
De juiste maat kiezen
maateenheid
n.v.t.
Kiezen van de juiste maateenheid bij een situatie of berekening. Inzicht hebben in de geschiktheid van een maat in een situatie, zowel ten aanzien van de grootheid waar het om gaat, als ten aanzien van de verfijning van de maat. Bijvoorbeeld: met welke maateenheid druk je de lengte uit van: een fietstocht, een paperclip, een baby, de woonkamer?
maateenheid

PO 33
Samengestelde grootheden
snelheid, prijs per stuk, prijs per gewicht, km/u, m/s
n.v.t.
Kunnen gebruiken en interpreteren van samengestelde grootheden: - snelheid: afstand en tijd; - prijs per stuk, per gewichtseenheid, per lengte-eenheid, per inhoudseenheid, per oppervlakte-eenheid, per tijdseenheid
 
snelheid, prijs per stuk, prijs per gewicht, km/u, m/s

PO 33
Formules voor oppervlakte en inhoud
rechthoek, formule, oppervlakte, inhoud
n.v.t.
De formules voor berekenen van de oppervlakte van een rechthoek  l x b (lengte x breedte) en van een balk l x b x h (lengte x breedte x hoogte) kennen, kunnen toepassen en kunnen verklaren met standaardmaten. Voorbeeld: (bij een afbeelding van een rechthoekige tuin) Wat is de oppervlakte van deze tuin? Kun je de vierkante meters erin tekenen? Leg eens uit dat de formule lxb voor de oppervlakte juist is?
rechthoek, formule, oppervlakte, inhoud

PO 33
Relatie tussen omtrek en oppervlakten.v.t.
Kunnen toelichten dat een gelijke oppervlakte verschillende vormen kan hebben, en dus ook verschillende omtrekken

PO 33
Relatie tussen lengtematen, oppervlaktematen en inhoudsmatenn.v.t.
De relatie begrijpen tussen lengtematen en oppervlaktematen en tussen lengtematen, oppervlaktematen en inhoudsmaten en die relatie kunnen uitleggen. Voorbeeld: op een tekening zie je een balkon van een meter breed en drie meter lang. Kun je daarin tekenen hoeveel vierkante meters de oppervlakte van het balkon is?

PO 33
Metriek stelselInzicht in meetgetallen
Inzicht hebben in de waarde van de cijfers in eenvoudige meetgetallen met een komma, zowel passief (kunnen interpreteren) als actief (kunnen noteren) en op basis van die waarde kunnen omzetten in een andere maat. Voorbeeld: Lisa is 1,65 meter lang. Dat is 1 meter en ... cm. Wat is de 6 achter de komma waard?
 

Inzicht hebben in de waarde van de cijfers in eenvoudige meetgetallen met een komma, en op basis van die waarde kunnen omzetten in een andere maat.
Voorbeeld: Op de kilometerteller staat als afgelegde afstand 14,51. Hoeveel is de 1 waard? Hoeveel kilometer en hoeveel meter heeft de fietser afgelegd?

PO 33
Veelvoorkomende maten herleiden
lengte, km, hm, m, dm, cm, mm, inhoud, l, dl, cl, ml, gewicht, kg, hg, gram, milligram
In betekenisvolle situaties veelvoorkomende maten kunnen herleiden, vooral van grotere maten naar kleinere maten, met name:
- Lengte:  van km naar m en van m naar dm, cm, mm
- Inhoud: van l naar dl, cl en ml
- Gewicht: van kg naar gram en van gram naar milligram
lengte, km, hm, m, dm, cm, mm, inhoud, l, dl, cl, ml, gewicht, kg, hg, gram, milligram

Samenhang tussen veelvoorkomende maten zien en deze maten kunnen herleiden, ook zonder steun van een betekenisvolle situatie. Zowel herleidingen van kleinere maateenheden naar grotere maateenheden als omgekeerd én ook herleidingen van oppervlakte- en inhoudsmaten.
- Lengte:  van km naar hm en m; van m naar dm, cm, mm.
- Inhoud: van l naar dl, cl en ml
- Gewicht: van kg naar hg en gram; van gram naar milligram
lengte, km, hm, m, dm, cm, mm, inhoud, l, dl, cl, ml, gewicht, kg, hg, gram, milligram

PO 33
Metriek stelsel: samenhang inhoudsmaten
dm3, liter, ml, m3
Het verband kennen tussen verschillende inhoudsmaten: 1 dm3 = 1 liter = 1000 ml
dm3, liter, ml, m3

Het verband kennen tussen verschillende inhoudsmaten: 1 dm3 = 1 liter = 1000 ml en 1 m3 = 1000 liter
 
dm3, liter, ml, m3

PO 33
Metriek stelsel: voorvoegsels
milli-, centi-, deci-deca, hecto- en kilo-
n.v.t.
De betekenis weten van de voorvoegsels milli-, centi-, deci-deca, hecto- en kilo- en weten in welke maten deze voorvoegsels gebruikt worden
milli-, centi-, deci-deca, hecto- en kilo-

PO 23, PO 33
Inzicht in de tientallige opbouw van het metriek stelseln.v.t.
Begrijpen dat het metriek stelsel tientallig is opgebouwd en inzien wat de (tientallige) relatie is tussen de verschillende aanduidingen binnen een maateenheid. Voorbeeld: Een meter is 10 dm; een vierkante meter is 100 vierkante decimeter. Hoe zit dat?

PO 33
Metriek stelsel: samenhang oppervlaktematen
km2, m2, ha, are
n.v.t.
Het verband kennen tussen verschillende oppervlaktematen: 1 km2 = 1000.000 m2  = 100 ha, 1 ha = 100 are en 1 are = 100 m2
 
km2, m2, ha, are

PO 33
MeetkundeAanzichten van ruimtelijke objecten (2D, 3D)
tweedimensionaal, driedimensionaal, plattegrond, uitslag, bouwplaat, vooraanzicht, patroontekening
Een 3D object herkennen in een 2D representatie, zoals in een plattegrond, uitslag, bouwplaat, vooraanzicht, patroontekening
tweedimensionaal, driedimensionaal, plattegrond, uitslag, bouwplaat, vooraanzicht, patroontekening

Een 3D object herkennen in een 2D representatie, zoals in een plattegrond, uitslag, bouwplaat, vooraanzicht, patroontekening. Kunnen beredeneren of een afbeelding past bij een 3D situatie of situatie in de werkelijkheid, waaronder inzicht in de relatie tussen afstand en grootte op afbeeldingen
tweedimensionaal, driedimensionaal, plattegrond, uitslag, bouwplaat, vooraanzicht, patroontekening

PO 32
Routes op een kaart
plattegrond, bouwtekening, legenda, schaallijn, rooster, coördinaten, standpunt
Kunnen lezen en interpreteren van gegevens op plattegronden, waarbij gebruik gemaakt wordt van de legenda, schaallijn en/of een rooster met coördinaten
plattegrond, bouwtekening, legenda, schaallijn, rooster, coördinaten, standpunt

Kunnen lezen en interpreteren van gegevens op plattegronden, waarbij gebruik gemaakt wordt van de legenda, schaallijn en/of een rooster met coördinaten
plattegrond, bouwtekening, legenda, schaallijn, rooster, coördinaten, standpunt

PO 32
Symmetrie
symmetrisch, spiegellijn, spiegelen
n.v.t.
Begrijpen wat symmetrie is in 3D en 2D situaties. Kunnen uitleggen wat de spiegellijnen zijn en waarom en redeneren over de vraag wanneer en op welke manier figuren symmetrisch zijn
symmetrisch, spiegellijn, spiegelen

PO 32
Vergrotingsfactor
vergrotingsfactor, vergroten
n.v.t.
Beredeneren welke vergrotingsfactor nodig is om de ene (eenvoudige) figuur uit de andere te vormen
vergrotingsfactor, vergroten

PO 32
Meetkundige patronen
patroon, rij
n.v.t.
Begrijpen hoe meetkundige patronen moeten worden voortgezet (hoe weet je wat het volgende figuur uit de rij moet zijn)
patroon, rij

PO 32
Vaktaal meetkundeMeetkundige begrippen
boven, onder, rond, recht, schuin, midden, horizontaal, verticaal, diagonaal
Kennen van meetkundige begrippen zoals: boven, onder, rond, recht, schuin, midden, horizontaal, verticaal
boven, onder, rond, recht, schuin, midden, horizontaal, verticaal, diagonaal

Kennen van meetkundige begrippen zoals: boven, onder, rond, recht, schuin, midden, horizontaal, verticaal, diagonaal
boven, onder, rond, recht, schuin, midden, horizontaal, verticaal, diagonaal

PO 23, PO 32
Routebeschrijving en richting
richting, linksaf, rechtsaf, rechtdoor, naar/in het noorden, oosten, zuiden, westen
Kunnen hanteren van richting aanwijzingen als linksaf, rechtsaf, rechtdoor, naar/in het noorden, oosten, zuiden, westen, zowel bij het beschrijven als bij het volgen van een richting of route
richting, linksaf, rechtsaf, rechtdoor, naar/in het noorden, oosten, zuiden, westen

Kunnen hanteren van richtingaanwijzingen als linksaf, rechtsaf, rechtdoor, naar/in het noorden, oosten, zuiden, westen, zowel bij het beschrijven als bij het volgen van een richting of route. Kunnen gebruiken van de aanduidingen op de windroos of op een kompas: N, NO, O, ZO, Z, ZW, W, NW
richting, linksaf, rechtsaf, rechtdoor, naar/in het noorden, oosten, zuiden, westen

PO 23, PO 32
Vlakke en ruimtelijke figuren
rechthoek, cirkel, vierkant, driehoek, ruit, vierhoek, vijfhoek, zeshoek, bol, kubus, balk, piramide
Kennen van de namen van veel voorkomende ruimtelijke figuren, zowel tweedimensionaal als driedimensionaal: rechthoek, cirkel, vierkant, driehoek, vierhoek, vijfhoek, zeshoek, bol, kubus, balk
rechthoek, cirkel, vierkant, driehoek, ruit, vierhoek, vijfhoek, zeshoek, bol, kubus, balk, piramide

Kennen van de namen van veel voorkomende ruimtelijke figuren, zowel tweedimensionaal als driedimensionaal:  rechthoek, cirkel, vierkant, driehoek, ruit, vierhoek, vijfhoek, zeshoek, bol, kubus, balk, piramide
rechthoek, cirkel, vierkant, driehoek, ruit, vierhoek, vijfhoek, zeshoek, bol, kubus, balk, piramide

PO 23, PO 32
Verbanden en formules
VaksubkernenInhouden1F1Skerndoelen
Tabellen en grafiekenTabel
tabel
Weten dat een eenvoudige tabel wordt gebruikt om informatie uit een situatie te ordenen. Kunnen aflezen uit tabellen van eenvoudige, voor kinderen betekenisvolle gegevens, zoals een dienstregeling van bus of trein, of een lesrooster
tabel

Weten dat je gegevens uit een tabel zoals een dienstregeling van bus of trein, of een lesrooster kunt aflezen. Kunnen aflezen van gegevens uit complexere tabellen, ook waarin meer gegevens gecombineerd worden
Tabel gebruiken om informatie met verschillende gegevens uit een situatie te ordenen
tabel

PO 23
Staafdiagram en cirkeldiagram
staafdiagram, cirkeldiagram
Diagrammen (beschrijving van een situatie) lezen, interpreteren en hierbij vragen kunnen beantwoorden. Eenvoudig (staaf-)diagram kunnen maken op basis van gegevens
staafdiagram, cirkeldiagram

Weten wat een staafdiagram en cirkeldiagram zijn en wat ze weergeven. Gegevens hieruit kunnen aflezen en gebruiken in toepassingssituaties. Een eenvoudig diagram (staafdiagram, cirkeldiagram) kunnen maken op basis van gegevens of een beschrijving in woorden
staafdiagram, cirkeldiagram

PO 04, PO 23
Grafieken lezen en interpreteren
grafiek, stijging, daling, constant
Eenvoudige globale grafieken lezen, interpreteren en hierbij vragen kunnen beantwoorden
grafiek, stijging, daling, constant

Grafieken lezen, interpreteren en hierbij vragen kunnen beantwoorden. Gegevens kunnen aflezen,  met elkaar in verband brengen en hierbij trends herkennen zoals bijvoorbeeld stijgingen, dalingen, constant (gelijk) blijven. Weten dat een grafiek (of diagram) een beschrijving is van gegevens en de relatie kunnen uitleggen tussen de verzamelde gegevens (bijvoorbeeld in een tabel) en de verwerking ervan in een grafiek
grafiek, stijging, daling, constant

PO 04, PO 23
Verschillende representaties
grafiek, tabel, diagram
Kunnen uitleggen dat informatie en gegevens op verschillende manieren geordend en weergegeven kunnen worden, zoals in grafieken, tabellen en diagrammen en dit in eenvoudige probleemsituaties kunnen gebruiken
grafiek, tabel, diagram

Kunnen uitleggen dat informatie en gegevens op verschillende manieren geordend en weergegeven kunnen worden, zoals in grafieken, tabellen en diagrammen en dit in probleemsituaties kunnen gebruiken
Kunnen uitleggen waarom de ene grafische voorstelling beter past bij de gegevens dan de andere
grafiek, tabel, diagram

PO 25
Berekeningen met informatie uit tabellen en grafieken
grafiek, tabel, diagram
Kwantitatieve informatie uit tabellen en grafieken gebruiken om eenvoudige berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken
grafiek, tabel, diagram

Kwantitatieve informatie uit tabellen en grafieken gebruiken om eenvoudige berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken
 
grafiek, tabel, diagram

PO 23
Legenda
legenda
Kunnen lezen van een eenvoudige legenda en de informatie gebruiken bij het interpreteren van een grafische voorstelling
legenda

Kunnen lezen en interpreteren van een legenda en de informatie gebruiken bij het oplossen van problemen
 
legenda

PO 23
Grafieken tekenen en vergelijkenn.v.t.
Globale grafiek kunnen tekenen op basis van een beschrijving in woorden, bijvoorbeeld: afstand-tijd grafiek of een temperatuur-tijd grafiek
Globale grafieken kunnen vergelijken

PO 04, PO 23
Conclusies op basis van informatie uit tabellen en grafieken
grafiek, tabel, diagram
n.v.t.
Conclusies trekken of voorspellingen doen over een toekomstige situatie door gegevens uit verschillende informatiebronnen, zoals tabellen en grafieken, in eenvoudige situaties met elkaar in verband te brengen en hierbij vragen beantwoorden
grafiek, tabel, diagram

PO 04, PO 23
Assenstelsel
as, coördinaten
n.v.t.
Weten wat een assenstelsel is en aflezen welke gegevens er op de assen staan. Punten in een assenstelsel plaatsen en coördinaten aflezen (alleen positieve getallen). Weten dat een grafiek of diagram het verband tussen twee gegevens weergeeft
as, coördinaten

PO 23
Patronen en regelmaatPatronen en regelmaat herkennen
patroon
Weten dat in sommige beschrijvingen of patronen een regelmaat (of herhaling) kan zitten, deze regelmaat herkennen en kunnen uitleggen
patroon

Weten dat in sommige beschrijvingen of patronen een regelmaat (of herhaling) kan zitten, deze regelmaat herkennen en kunnen uitleggen
patroon

PO 24, PO 32
Patronen en regelmaat beschrijven
Eenvoudige patronen (vanuit situatie) beschrijven in woorden. Bijvoorbeeld: vogels vliegen in V-vorm. “Er komen er steeds 2 bij

Patronen (vanuit situatie) beschrijven in woorden. Bijvoorbeeld:  vogels vliegen in V-vorm. “Er komen er steeds 2 bij.”

PO 24
Patronen en regelmaat voortzettenn.v.t.
Eenvoudige patronen in rijen getallen en in figuren herkennen en voortzetten
Herkennen van de regelmaat in (stip-)patronen en deze regelmaat gebruiken om patronen voort te zetten

PO 24, PO 26, PO 32