helphelp

Leerlijn Aardrijkskunde vaardigheden (PO-vmbo), Geografisch vaardigheden

( )

kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouwkerndoelen ob vmbo kb/gl/tlvmbo bovenbouw bb exameneenhedenvmbo bovenbouw kb exameneenhedenvmbo bovenbouw gl/tl exameneenheden
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.

AK/K/3 Leervaardigheden in het vak aardrijkskunde
3. De kandidaat kan een aantal vakvaardigheden toepassen die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen. Bij het bestuderen van gebieden, aardrijkskundige verschijnselen en vraagstukken kan de kandidaat in dat verband:
  • verschillende typen aardrijkskundige vragen herkennen en formuleren;
  • aardrijkskundige werkwijzen toepassen;
  • gebruik maken van verschillende soorten kaarten en kaartvaardigheden, luchtfoto’s en satellietbeelden;
  • informatie ordenen, analyseren en daarover conclusies trekken;
  • eenvoudig aardrijkskundig onderzoek van beperkte omvang in de eigen omgeving uitvoeren over thematieken die aansluiten bij de inhouden van de exameneenheden K/4 tot en met K/9;
  • een standpunt innemen en beargumenteren.

AK/K/4 Weer en klimaat
4. De kandidaat kan het weer en klimaat in de eigen regio beschrijven en verklaren.
5. De kandidaat kan Weer en klimaat, klimaatverandering en klimaatbeleid van Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 5 geldt alleen voor KB en GL/TL.
 
6. De kandidaat kan Weer en klimaat, klimaatverandering en klimaatbeleid in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren.
 
Het cursieve deel van eindterm 6 geldt alleen voor KB en GL/TL.

AK/K/5 Bronnen van energie  
7. De kandidaat kan het gebruik van energie in de eigen regio beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van energie en de effecten ervan beschrijven.  
8. De kandidaat kan het gebruik van energie en de gevolgen ervan voor Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer energiegebruik en de effecten ervan beschrijven en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 8 geldt alleen voor KB en GL/TL.
 
9. De kandidaat kan het gebruik van energie en de gevolgen ervan in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van energie en de effecten ervan beschrijven.

AK/K/6 Water  
10. De kandidaat kan het gebruik van water in de eigen regio beschrijven en verklaren en maatregelen voor duurzamer gebruik van water beschrijven.  
11. De kandidaat kan de herkomst, het voorkomen, de kwaliteit en het gebruik van water in Nederland beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van water en de effecten ervan beschrijven.  
12. De kandidaat kan de herkomst, het voorkomen, de kwaliteit en het gebruik van water in een buiten-Europese macroregio en een contrasterende macroregio elders in de wereld beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van water en de effecten ervan beschrijven en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 12 geldt alleen voor KB en GL/TL.  

AK/K/7 Arm en rijk
13. De kandidaat kan verschillen tussen meer en minder welvarende wijken en voorstellen voor verbetering van de woon- en leefomstandigheden in de eigen regio beschrijven.  
14. De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in Nederland beschrijven en verklaren.  
15. De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in een buiten-Europese macroregio en een contrasterende macroregio elders in de wereld beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 15 geldt alleen voor KB en GL/TL.

AK/K/8 Bevolking en ruimte
16. De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in de eigen regio beschrijven en verklaren.
17. De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 17 geldt alleen voor KB en GL/TL.
18. De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren.

AK/K/9 Grenzen en identiteit
19. De kandidaat kan verschillende soorten grenzen in de eigen regio beschrijven en verklaren en verbanden leggen met identiteit.
20. De kandidaat kan verschillen in regionale identiteit en de manier waarmee men daarmee omgaat in Nederland en een contrasterende regio elders in Europa, beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 20 geldt alleen voor KB en GL/TL.
 
21. De kandidaat kan territoriale conflicten in een buiten-Europese macroregio en verklaren en verbanden leggen met grondstoffen en culturele verschillen.

AK/K/3 Leervaardigheden in het vak aardrijkskunde
3. De kandidaat kan een aantal vakvaardigheden toepassen die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen. Bij het bestuderen van gebieden, aardrijkskundige verschijnselen en vraagstukken kan de kandidaat in dat verband:
  • verschillende typen aardrijkskundige vragen herkennen en formuleren;
  • aardrijkskundige werkwijzen toepassen;
  • gebruik maken van verschillende soorten kaarten en kaartvaardigheden, luchtfoto’s en satellietbeelden;
  • informatie ordenen, analyseren en daarover conclusies trekken;
  • eenvoudig aardrijkskundig onderzoek van beperkte omvang in de eigen omgeving uitvoeren over thematieken die aansluiten bij de inhouden van de exameneenheden K/4 tot en met K/9;
  • een standpunt innemen en beargumenteren.

AK/K/4 Weer en klimaat
4. De kandidaat kan het weer en klimaat in de eigen regio beschrijven en verklaren.
5. De kandidaat kan Weer en klimaat, klimaatverandering en klimaatbeleid van Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 5 geldt alleen voor KB en GL/TL.
 
6. De kandidaat kan Weer en klimaat, klimaatverandering en klimaatbeleid in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren.
 
Het cursieve deel van eindterm 6 geldt alleen voor KB en GL/TL.

AK/K/5 Bronnen van energie  
7. De kandidaat kan het gebruik van energie in de eigen regio beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van energie en de effecten ervan beschrijven.  
8. De kandidaat kan het gebruik van energie en de gevolgen ervan voor Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer energiegebruik en de effecten ervan beschrijven en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 8 geldt alleen voor KB en GL/TL.
 
9. De kandidaat kan het gebruik van energie en de gevolgen ervan in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van energie en de effecten ervan beschrijven.

AK/K/6 Water  
10. De kandidaat kan het gebruik van water in de eigen regio beschrijven en verklaren en maatregelen voor duurzamer gebruik van water beschrijven.  
11. De kandidaat kan de herkomst, het voorkomen, de kwaliteit en het gebruik van water in Nederland beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van water en de effecten ervan beschrijven.  
12. De kandidaat kan de herkomst, het voorkomen, de kwaliteit en het gebruik van water in een buiten-Europese macroregio en een contrasterende macroregio elders in de wereld beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van water en de effecten ervan beschrijven en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 12 geldt alleen voor KB en GL/TL.  

AK/K/7 Arm en rijk
13. De kandidaat kan verschillen tussen meer en minder welvarende wijken en voorstellen voor verbetering van de woon- en leefomstandigheden in de eigen regio beschrijven.  
14. De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in Nederland beschrijven en verklaren.  
15. De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in een buiten-Europese macroregio en een contrasterende macroregio elders in de wereld beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 15 geldt alleen voor KB en GL/TL.

AK/K/8 Bevolking en ruimte
16. De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in de eigen regio beschrijven en verklaren.
17. De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 17 geldt alleen voor KB en GL/TL.
18. De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren.

AK/K/9 Grenzen en identiteit
19. De kandidaat kan verschillende soorten grenzen in de eigen regio beschrijven en verklaren en verbanden leggen met identiteit.
20. De kandidaat kan verschillen in regionale identiteit en de manier waarmee men daarmee omgaat in Nederland en een contrasterende regio elders in Europa, beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 20 geldt alleen voor KB en GL/TL.
 
21. De kandidaat kan territoriale conflicten in een buiten-Europese macroregio en verklaren en verbanden leggen met grondstoffen en culturele verschillen.

AK/K/3 Leervaardigheden in het vak aardrijkskunde
3. De kandidaat kan een aantal vakvaardigheden toepassen die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen. Bij het bestuderen van gebieden, aardrijkskundige verschijnselen en vraagstukken kan de kandidaat in dat verband:
  • verschillende typen aardrijkskundige vragen herkennen en formuleren;
  • aardrijkskundige werkwijzen toepassen;
  • gebruik maken van verschillende soorten kaarten en kaartvaardigheden, luchtfoto’s en satellietbeelden;
  • informatie ordenen, analyseren en daarover conclusies trekken;
  • eenvoudig aardrijkskundig onderzoek van beperkte omvang in de eigen omgeving uitvoeren over thematieken die aansluiten bij de inhouden van de exameneenheden K/4 tot en met K/9;
  • een standpunt innemen en beargumenteren.

AK/K/4 Weer en klimaat
4. De kandidaat kan het weer en klimaat in de eigen regio beschrijven en verklaren.
5. De kandidaat kan Weer en klimaat, klimaatverandering en klimaatbeleid van Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 5 geldt alleen voor KB en GL/TL.
 
6. De kandidaat kan Weer en klimaat, klimaatverandering en klimaatbeleid in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren.
 
Het cursieve deel van eindterm 6 geldt alleen voor KB en GL/TL.

AK/K/5 Bronnen van energie  
7. De kandidaat kan het gebruik van energie in de eigen regio beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van energie en de effecten ervan beschrijven.  
8. De kandidaat kan het gebruik van energie en de gevolgen ervan voor Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer energiegebruik en de effecten ervan beschrijven en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 8 geldt alleen voor KB en GL/TL.
 
9. De kandidaat kan het gebruik van energie en de gevolgen ervan in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van energie en de effecten ervan beschrijven.

AK/K/6 Water  
10. De kandidaat kan het gebruik van water in de eigen regio beschrijven en verklaren en maatregelen voor duurzamer gebruik van water beschrijven.  
11. De kandidaat kan de herkomst, het voorkomen, de kwaliteit en het gebruik van water in Nederland beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van water en de effecten ervan beschrijven.  
12. De kandidaat kan de herkomst, het voorkomen, de kwaliteit en het gebruik van water in een buiten-Europese macroregio en een contrasterende macroregio elders in de wereld beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van water en de effecten ervan beschrijven en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 12 geldt alleen voor KB en GL/TL.  

AK/K/7 Arm en rijk
13. De kandidaat kan verschillen tussen meer en minder welvarende wijken en voorstellen voor verbetering van de woon- en leefomstandigheden in de eigen regio beschrijven.  
14. De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in Nederland beschrijven en verklaren.  
15. De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in een buiten-Europese macroregio en een contrasterende macroregio elders in de wereld beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 15 geldt alleen voor KB en GL/TL.

AK/K/8 Bevolking en ruimte
16. De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in de eigen regio beschrijven en verklaren.
17. De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 17 geldt alleen voor KB en GL/TL.
18. De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren.

AK/K/9 Grenzen en identiteit
19. De kandidaat kan verschillende soorten grenzen in de eigen regio beschrijven en verklaren en verbanden leggen met identiteit.
20. De kandidaat kan verschillen in regionale identiteit en de manier waarmee men daarmee omgaat in Nederland en een contrasterende regio elders in Europa, beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken.
 
Het cursieve deel van eindterm 20 geldt alleen voor KB en GL/TL.
 
21. De kandidaat kan territoriale conflicten in een buiten-Europese macroregio en verklaren en verbanden leggen met grondstoffen en culturele verschillen.