helphelp

Leerlijn Groen Kern (po-vmbo)

( )

Sectoren
Vakkernen
vmbo bovenbouw bb exameneenhedenvmbo bovenbouw kb exameneenhedenbb vmbo gl exameneenheden
1. Competenties

a. Competenties
De kandidaat kan:
a.1. beslissen en activiteiten uitvoeren;
a.2. met mensen samenwerken en overleggen;
a.3. verantwoordelijk, ethisch en integer, handelen;
a.4. relaties opbouwen en netwerken onderhouden;
a.5. communiceren en zich presenteren, zowel verbaal als non-verbaal;
a.6. schriftelijk formuleren en rapporteren;
a.7. beroepshandelingen uitvoeren en vakdeskundigheid toepassen;
a.8. juiste materialen en middelen inzetten;
a.9. analyseren en problemen oplossen;
a.10. informatie verwerven en verwerken om iets doelgericht te onderzoeken;
a.11. leren en reflecteren op eigen toekomstmogelijkheden en interesses;
a.12. planmatig en doelgericht werken;
a.13. op de behoefte en verwachtingen van de klant richten en klanten helpen;
a.14. zorgdragen voor een goede werkuitvoering en een goede kwaliteit van het eindproduct;
a.15. volgens instructie en geldende procedures werken;
a.16. met veranderingen omgaan en zich aanpassen;
a.17. omgaan met druk en tegenslagen;
a.18. met productiemiddelen omgaan en bedrijfsmatig handelen
 

PK/GR/A

a. Competenties
De kandidaat kan:
a.1. beslissen en activiteiten uitvoeren;
a.2. met mensen samenwerken en overleggen;
a.3. verantwoordelijk, ethisch en integer, handelen;
a.4. relaties opbouwen en netwerken onderhouden;
a.5. communiceren en zich presenteren, zowel verbaal als non-verbaal;
a.6. schriftelijk formuleren en rapporteren;
a.7. beroepshandelingen uitvoeren en vakdeskundigheid toepassen;
a.8. juiste materialen en middelen inzetten;
a.9. analyseren en problemen oplossen;
a.10. informatie verwerven en verwerken om iets doelgericht te onderzoeken;
a.11. leren en reflecteren op eigen toekomstmogelijkheden en interesses;
a.12. planmatig en doelgericht werken;
a.13. op de behoefte en verwachtingen van de klant richten en klanten helpen;
a.14. zorgdragen voor een goede werkuitvoering en een goede kwaliteit van het eindproduct;
a.15. volgens instructie en geldende procedures werken;
a.16. met veranderingen omgaan en zich aanpassen;
a.17. omgaan met druk en tegenslagen;
a.18. met productiemiddelen omgaan en bedrijfsmatig handelen
 

PK/GR/A

a. Competenties
De kandidaat kan:
a.1. beslissen en activiteiten uitvoeren;
a.2. met mensen samenwerken en overleggen;
a.3. verantwoordelijk, ethisch en integer, handelen;
a.4. relaties opbouwen en netwerken onderhouden;
a.5. communiceren en zich presenteren, zowel verbaal als non-verbaal;
a.6. schriftelijk formuleren en rapporteren;
a.7. beroepshandelingen uitvoeren en vakdeskundigheid toepassen;
a.8. juiste materialen en middelen inzetten;
a.9. analyseren en problemen oplossen;
a.10. informatie verwerven en verwerken om iets doelgericht te onderzoeken;
a.11. leren en reflecteren op eigen toekomstmogelijkheden en interesses;
a.12. planmatig en doelgericht werken;
a.13. op de behoefte en verwachtingen van de klant richten en klanten helpen;
a.14. zorgdragen voor een goede werkuitvoering en een goede kwaliteit van het eindproduct;
a.15. volgens instructie en geldende procedures werken;
a.16. met veranderingen omgaan en zich aanpassen;
a.17. omgaan met druk en tegenslagen;
a.18. met productiemiddelen omgaan en bedrijfsmatig handelen
 

PK/GR/A
2. Professionele kennis en vaardigheden

b. Professionele kennis en vaardigheden.
De kandidaat kan:
b.1. het economisch en maatschappelijk belang van de groene sector benoemen en de positie van de sector op de wereldmarkt aangeven;
b.2. de begrippen duurzaamheid en kringloop (her)kennen, benoemen en hanteren;
b.3. het belang beschrijven en voorbeelden noemen van technologische en innovatieve ontwikkelingen in de groene sector;
b.4. gangbare technieken hanteren ten behoeve van onderhoud, reparatie, creatie en realisatie in een groene context;
b.5. gangbare gereedschappen, apparaten en materialen gebruiken en onderhouden in een groene context;
b.6. met behulp van informatiebronnen organismen of groepen van organismen op naam brengen;
b.7. onderzoeksactiviteiten verrichten en daarbij onder andere vergelijken, meten en wegen, resultaten verwerken en beargumenteerde keuzes maken;
b.8. meerdere oplossingen en variaties bedenken voor een ontwerp of een probleem en daarbij verschillende denkstrategieën gebruiken.

PK/GR/B

b. Professionele kennis en vaardigheden.
De kandidaat kan:
b.1. het economisch en maatschappelijk belang van de groene sector benoemen en de positie van de sector op de wereldmarkt aangeven;
b.2. de begrippen duurzaamheid en kringloop (her)kennen, benoemen en hanteren;
b.3. het belang beschrijven en voorbeelden noemen van technologische en innovatieve ontwikkelingen in de groene sector;
b.4. gangbare technieken hanteren ten behoeve van onderhoud, reparatie, creatie en realisatie in een groene context;
b.5. gangbare gereedschappen, apparaten en materialen gebruiken en onderhouden in een groene context;
b.6. met behulp van informatiebronnen organismen of groepen van organismen op naam brengen;
b.7. onderzoeksactiviteiten verrichten en daarbij onder andere vergelijken, meten en wegen, resultaten verwerken en beargumenteerde keuzes maken;
b.8. meerdere oplossingen en variaties bedenken voor een ontwerp of een probleem en daarbij verschillende denkstrategieën gebruiken.

PK/GR/B

b. Professionele kennis en vaardigheden.
De kandidaat kan:
b.1. het economisch en maatschappelijk belang van de groene sector benoemen en de positie van de sector op de wereldmarkt aangeven;
b.2. de begrippen duurzaamheid en kringloop (her)kennen, benoemen en hanteren;
b.3. het belang beschrijven en voorbeelden noemen van technologische en innovatieve ontwikkelingen in de groene sector;
b.4. gangbare technieken hanteren ten behoeve van onderhoud, reparatie, creatie en realisatie in een groene context;
b.5. gangbare gereedschappen, apparaten en materialen gebruiken en onderhouden in een groene context;
b.6. met behulp van informatiebronnen organismen of groepen van organismen op naam brengen;
b.7. onderzoeksactiviteiten verrichten en daarbij onder andere vergelijken, meten en wegen, resultaten verwerken en beargumenteerde keuzes maken;
b.8. meerdere oplossingen en variaties bedenken voor een ontwerp of een probleem en daarbij verschillende denkstrategieën gebruiken.

PK/GR/B
3. Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling

c. Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling
De kandidaat is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen.
 
c.1. De kandidaat heeft de vaardigheid de eigen loopbaan vorm te geven door op systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’:
    1. kwaliteitenreflectie (wat kan ik het best en hoe weet ik dat?)
    2. motievenreflectie (waar ga en sta ik voor en waarom dan?)
    3. werkexploratie (waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar?)
    4. loopbaansturing (hoe bereik ik mijn doel en waarom zo?)
    5. netwerken (wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?)
c.2. De kandidaat maakt zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen doormiddel van een ‘loopbaandossier’. In een loopbaandossier is opgenomen welke activiteiten zijn uitgevoerd die hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de ‘loopbaancompetenties’. In het loopbaandossier wordt beschreven bij een aantal uitgevoerde activiteiten:
I. de beoogde doelen
II.  de resultaten
III. de evaluatie en een conclusie
IV. welke vervolgactiviteiten zijn gepland op basis van de opgedane ervaringen en de daarbij horende conclusies.

PK/GR/C

c. Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling
De kandidaat is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen.
 
c.1. De kandidaat heeft de vaardigheid de eigen loopbaan vorm te geven door op systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’:
    1. kwaliteitenreflectie (wat kan ik het best en hoe weet ik dat?)
    2. motievenreflectie (waar ga en sta ik voor en waarom dan?)
    3. werkexploratie (waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar?)
    4. loopbaansturing (hoe bereik ik mijn doel en waarom zo?)
    5. netwerken (wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?)
c.2. De kandidaat maakt zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen doormiddel van een ‘loopbaandossier’. In een loopbaandossier is opgenomen welke activiteiten zijn uitgevoerd die hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de ‘loopbaancompetenties’. In het loopbaandossier wordt beschreven bij een aantal uitgevoerde activiteiten:
I. de beoogde doelen
II.  de resultaten
III. de evaluatie en een conclusie
IV. welke vervolgactiviteiten zijn gepland op basis van de opgedane ervaringen en de daarbij horende conclusies.

PK/GR/C

c. Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling
De kandidaat is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen.
 
c.1. De kandidaat heeft de vaardigheid de eigen loopbaan vorm te geven door op systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’:
    1. kwaliteitenreflectie (wat kan ik het best en hoe weet ik dat?)
    2. motievenreflectie (waar ga en sta ik voor en waarom dan?)
    3. werkexploratie (waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar?)
    4. loopbaansturing (hoe bereik ik mijn doel en waarom zo?)
    5. netwerken (wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?)
c.2. De kandidaat maakt zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen doormiddel van een ‘loopbaandossier’. In een loopbaandossier is opgenomen welke activiteiten zijn uitgevoerd die hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de ‘loopbaancompetenties’. In het loopbaandossier wordt beschreven bij een aantal uitgevoerde activiteiten:
I. de beoogde doelen
II.  de resultaten
III. de evaluatie en een conclusie
IV. welke vervolgactiviteiten zijn gepland op basis van de opgedane ervaringen en de daarbij horende conclusies.

PK/GR/C