helphelp

Leerlijn Horeca, Bakkerij en Recreatie Kern (po-vmbo)

( )

Sectoren
Vakkernen
vmbo bovenbouw bb exameneenhedenvmbo bovenbouw kb exameneenhedenbb vmbo gl exameneenheden
1. Algemene kennis en vaardigheden

a. Algemene kennis en vaardigheden
De kandidaat kan:
a.1. de Nederlandse taal in opleidings- en beroepssituaties gebruiken;
a.2. informatie op allerlei manieren overzichtelijk en efficiënt verzamelen, ordenen en weergeven;
a.3. voor opleiding en beroep relevante berekeningen uitvoeren;
a.4. plannen en organiseren in een beroeps(opleiding) gerelateerde situatie;
a.5. op systematische en doelgerichte wijze werkzaamheden uitvoeren op basis van een planning met de inzet van vakdeskundigheid en met aandacht voor een zo hoog mogelijke kwaliteit;
a.6. mondeling en schriftelijk rapporteren over de uitgevoerde werkzaamheden; onder meer over de planning, voorbereiding, proces en product;
a.7. reflecteren op de eigen werkwijze en op de kwaliteit van het eigen werk;
a.8. samenwerken en overleggen bij het uitvoeren van werkzaamheden;
a.9. werkzaamheden volgens de voorschriften en op een veilige wijze uitvoeren;
a.10. economisch bewust en duurzaam omgaan met materialen en middelen;
a.11. professionele hulpmiddelen gebruiken en hun werking uitleggen;
a.12. hygiënisch werken;
a.13. milieubewust handelen;
a.14. zich aan -en inpassen in een bedrijfscultuur;
a.15. voldoen aan de algemene gedrags- en houdingseisen die gesteld worden aan werknemers in de branche;
a.16. in een (gesimuleerde) beroepssituatie en stage in een bedrijf omgaan met verschillen op basis van culturele gebondenheid en geslacht.

PK/HBR/A

a. Algemene kennis en vaardigheden
De kandidaat kan:
a.1. de Nederlandse taal in opleidings- en beroepssituaties gebruiken;
a.2. informatie op allerlei manieren overzichtelijk en efficiënt verzamelen, ordenen en weergeven;
a.3. voor opleiding en beroep relevante berekeningen uitvoeren;
a.4. plannen en organiseren in een beroeps(opleiding) gerelateerde situatie;
a.5. op systematische en doelgerichte wijze werkzaamheden uitvoeren op basis van een planning met de inzet van vakdeskundigheid en met aandacht voor een zo hoog mogelijke kwaliteit;
a.6. mondeling en schriftelijk rapporteren over de uitgevoerde werkzaamheden; onder meer over de planning, voorbereiding, proces en product;
a.7. reflecteren op de eigen werkwijze en op de kwaliteit van het eigen werk;
a.8. samenwerken en overleggen bij het uitvoeren van werkzaamheden;
a.9. werkzaamheden volgens de voorschriften en op een veilige wijze uitvoeren;
a.10. economisch bewust en duurzaam omgaan met materialen en middelen;
a.11. professionele hulpmiddelen gebruiken en hun werking uitleggen;
a.12. hygiënisch werken;
a.13. milieubewust handelen;
a.14. zich aan -en inpassen in een bedrijfscultuur;
a.15. voldoen aan de algemene gedrags- en houdingseisen die gesteld worden aan werknemers in de branche;
a.16. in een (gesimuleerde) beroepssituatie en stage in een bedrijf omgaan met verschillen op basis van culturele gebondenheid en geslacht.

PK/HBR/A

a. Algemene kennis en vaardigheden
De kandidaat kan:
a.1. de Nederlandse taal in opleidings- en beroepssituaties gebruiken;
a.2. informatie op allerlei manieren overzichtelijk en efficiënt verzamelen, ordenen en weergeven;
a.3. voor opleiding en beroep relevante berekeningen uitvoeren;
a.4. plannen en organiseren in een beroeps(opleiding) gerelateerde situatie;
a.5. op systematische en doelgerichte wijze werkzaamheden uitvoeren op basis van een planning met de inzet van vakdeskundigheid en met aandacht voor een zo hoog mogelijke kwaliteit;
a.6. mondeling en schriftelijk rapporteren over de uitgevoerde werkzaamheden; onder meer over de planning, voorbereiding, proces en product;
a.7. reflecteren op de eigen werkwijze en op de kwaliteit van het eigen werk;
a.8. samenwerken en overleggen bij het uitvoeren van werkzaamheden;
a.9. werkzaamheden volgens de voorschriften en op een veilige wijze uitvoeren;
a.10. economisch bewust en duurzaam omgaan met materialen en middelen;
a.11. professionele hulpmiddelen gebruiken en hun werking uitleggen;
a.12. hygiënisch werken;
a.13. milieubewust handelen;
a.14. zich aan -en inpassen in een bedrijfscultuur;
a.15. voldoen aan de algemene gedrags- en houdingseisen die gesteld worden aan werknemers in de branche;
a.16. in een (gesimuleerde) beroepssituatie en stage in een bedrijf omgaan met verschillen op basis van culturele gebondenheid en geslacht.

PK/HBR/A
2. Professionele kennis en vaardigheden

b. Professionele kennis en vaardigheden
De kandidaat kan:
b.1. commerciële instelling tonen, met name:
    • gast-, klant- en servicegerichte houding,
    • aankleden/ inrichten
b.2. communicatieve vaardigheden toepassen
b.3. ICT-vaardigheden toepassen, correspondentie
b.4. ondernemersvaardigheden tonen; onder meer initiatief tonen, creatief zijn
b.5. werken volgens een bedrijfsformule
b.6. innovatie:
    • inspelen op trends en ontwikkelingen op het gebied van smaak, creatie en duurzaamheid
    • de invloed van sociale media
b.7. berekenen van opbrengsten, kosten en winst
b.8. ambachtelijke vaardigheden tonen en koppelen aan moderne technieken/ productie methoden
b.9. relevante technologische ontwikkelingen en vaardigheden toepassen
b.10. wet-en regelgeving toepassen.

PK/HBR/B

b. Professionele kennis en vaardigheden
De kandidaat kan:
b.1. commerciële instelling tonen, met name:
    • gast-, klant- en servicegerichte houding,
    • aankleden/ inrichten
b.2. communicatieve vaardigheden toepassen
b.3. ICT-vaardigheden toepassen, correspondentie
b.4. ondernemersvaardigheden tonen; onder meer initiatief tonen, creatief zijn
b.5. werken volgens een bedrijfsformule
b.6. innovatie:
    • inspelen op trends en ontwikkelingen op het gebied van smaak, creatie en duurzaamheid
    • de invloed van sociale media
b.7. berekenen van opbrengsten, kosten en winst
b.8. ambachtelijke vaardigheden tonen en koppelen aan moderne technieken/ productie methoden
b.9. relevante technologische ontwikkelingen en vaardigheden toepassen
b.10. wet-en regelgeving toepassen.

PK/HBR/B

b. Professionele kennis en vaardigheden
De kandidaat kan:
b.1. commerciële instelling tonen, met name:
    • gast-, klant- en servicegerichte houding,
    • aankleden/ inrichten
b.2. communicatieve vaardigheden toepassen
b.3. ICT-vaardigheden toepassen, correspondentie
b.4. ondernemersvaardigheden tonen; onder meer initiatief tonen, creatief zijn
b.5. werken volgens een bedrijfsformule
b.6. innovatie:
    • inspelen op trends en ontwikkelingen op het gebied van smaak, creatie en duurzaamheid
    • de invloed van sociale media
b.7. berekenen van opbrengsten, kosten en winst
b.8. ambachtelijke vaardigheden tonen en koppelen aan moderne technieken/ productie methoden
b.9. relevante technologische ontwikkelingen en vaardigheden toepassen
b.10. wet-en regelgeving toepassen.

PK/HBR/B
3. Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling

c. Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling
De kandidaat is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen.
 
c.1. De kandidaat heeft de vaardigheid de eigen loopbaan vorm te geven door op systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’:
    1. kwaliteitenreflectie (wat kan ik het best en hoe weet ik dat?)
    2. motievenreflectie (waar ga en sta ik voor en waarom dan?)
    3. werkexploratie (waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar?)
    4. loopbaansturing (hoe bereik ik mijn doel en waarom zo?)
    5. netwerken (wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?)
c.2. De kandidaat maakt zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen doormiddel van een ‘loopbaandossier’. In een loopbaandossier is opgenomen welke activiteiten zijn uitgevoerd die hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de ‘loopbaancompetenties’. In het loopbaandossier wordt beschreven bij een aantal uitgevoerde activiteiten:
I. de beoogde doelen
II.  de resultaten
III. de evaluatie en een conclusie
IV. welke vervolgactiviteiten zijn gepland op basis van de opgedane ervaringen en de daarbij horende conclusies.

PK/HBR/C

c. Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling
De kandidaat is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen.
 
c.1. De kandidaat heeft de vaardigheid de eigen loopbaan vorm te geven door op systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’:
    1. kwaliteitenreflectie (wat kan ik het best en hoe weet ik dat?)
    2. motievenreflectie (waar ga en sta ik voor en waarom dan?)
    3. werkexploratie (waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar?)
    4. loopbaansturing (hoe bereik ik mijn doel en waarom zo?)
    5. netwerken (wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?)
c.2. De kandidaat maakt zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen doormiddel van een ‘loopbaandossier’. In een loopbaandossier is opgenomen welke activiteiten zijn uitgevoerd die hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de ‘loopbaancompetenties’. In het loopbaandossier wordt beschreven bij een aantal uitgevoerde activiteiten:
I. de beoogde doelen
II.  de resultaten
III. de evaluatie en een conclusie
IV. welke vervolgactiviteiten zijn gepland op basis van de opgedane ervaringen en de daarbij horende conclusies.

PK/HBR/C

c. Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling
De kandidaat is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen.
 
c.1. De kandidaat heeft de vaardigheid de eigen loopbaan vorm te geven door op systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’:
    1. kwaliteitenreflectie (wat kan ik het best en hoe weet ik dat?)
    2. motievenreflectie (waar ga en sta ik voor en waarom dan?)
    3. werkexploratie (waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar?)
    4. loopbaansturing (hoe bereik ik mijn doel en waarom zo?)
    5. netwerken (wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?)
c.2. De kandidaat maakt zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen doormiddel van een ‘loopbaandossier’. In een loopbaandossier is opgenomen welke activiteiten zijn uitgevoerd die hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de ‘loopbaancompetenties’. In het loopbaandossier wordt beschreven bij een aantal uitgevoerde activiteiten:
I. de beoogde doelen
II.  de resultaten
III. de evaluatie en een conclusie
IV. welke vervolgactiviteiten zijn gepland op basis van de opgedane ervaringen en de daarbij horende conclusies.

PK/HBR/C