helphelp

Exameneenheden

( )

ExameneenheidContexten en tekstkenmerkenVakkernen

MVT/K/6 Gespreksvaardigheid
6. De kandidaat kan:
− adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten, zoals begroeten;
− informatie geven en vragen;
− naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven;
− uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens;
− een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven.
 

MVT/K/6
Gesprekken voeren
Spreken

MVT/K/2 Basisvaardigheden
2. De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven, verwerken en presenteren.
 

MVT/K/2
Spreken

MVT/K/7 Schrijfvaardigheid
7. De kandidaat kan:
− (persoonlijke) gegevens verstrekken;
− een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen;
− een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen;
− op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken.
 

MVT/K/7
Schrijven

MVT/K/4 Leesvaardigheid
4. De kandidaat kan:
− aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte;
− de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven;
− de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
− gegevens uit één of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken;
− verbanden tussen delen van een tekst aangeven.
 

MVT/K/4
Lezen

MVT/K/5 Luister- en kijkvaardigheid
5. De kandidaat kan:
− aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte;
− de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven;
− de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
− anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek.
 

MVT/K/5
Kijken en luisteren

MVT/K/3 Leervaardigheden in de Moderne Vreemde Talen
3. De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot:
− het bereiken van verschillende lees-, schrijf-, luister- en kijk-, en spreek-en gespreksdoelen;
− de bevordering van het eigen taalleerproces;
− het compenseren van eigen tekortschietende taalkennis of communicatieve kennis;
− kennis van land en samenleving toepassen bij het herkennen van cultuuruitingen.

MVT/K/3
Spreken

MVT/V/1 Leesvaardigheid
8. De kandidaat kan:
− het gebruik van speciale stijlmiddelen herkennen;
− conclusies trekken met betrekking tot het schrijfdoel, de opvattingen, de gevoelens van de auteur en tot het beoogde publiek.

MVT/V/1
Lezen

MVT/V/3 Kennis van land en samenleving
10. De kandidaat kan kennis van land en samenleving rond bepaalde onderwerpen toepassen bij het herkennen en interpreteren van cultuuruitingen die specifiek zijn voor het taalgebied of daarmee in directe relatie staan.
 

MVT/V/3
Lezen