helphelp

Einddoelen

Engels ( bb kb gl/tl )

  • = CE
  • = Basis
  • = Verdiepende keuzestof
  • = SE
  • = Verbredende keuzestof
  • = SE Papieren versie CE Digitale versie [bij digitale versie mag deze eindterm ook nog op SE]
  • = CE [mag op SE]
  • = Varieert per bb/kb/gt-leerweg en varieert ook door de keuze voor papieren of digitaal examen. Zie Syllabus 2014.
  • = CE en SE
  • = K
  • = Kgv
Spreken123 leermiddelen
-Contexten en tekstkenmerkenbbkbgl/tlexameneenheden
Publiek toesprekenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement Publieke domein: reizen, actualiteiten Opleiding: uitwisseling, vorming, school en toekomst
De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven, verwerken en presenteren
A2 Kan een eenvoudig, kort, vooraf ingeoefend praatje houden over een bekend onderwerp. Kan op eenvoudige vragen reageren als hij/zij om herhaling kan vragen en enige hulp geboden wordt bij het formuleren van het antwoord.

De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot:
- het bereiken van verschillende lees-,luister-, en kijk-, spreek- en gespreksdoelen
- de bevordering van het eigen taalleerproces
- het compenseren van eigen tekortschietende taalkennis of communicatieve kennis
- kennis van land en samenleveing toepassen bij het herkennen van cultuuruitingen
A2 Kan een eenvoudig, kort, vooraf ingeoefend praatje houden over een bekend onderwerp. Kan op eenvoudige vragen reageren als hij/zij om herhaling kan vragen en enige hulp geboden wordt bij het formuleren van het antwoord.

De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven, verwerken en presenteren
A2 Kan een eenvoudig, kort, vooraf ingeoefend praatje houden over een bekend onderwerp. Kan op eenvoudige vragen reageren als hij/zij om herhaling kan vragen en enige hulp geboden wordt bij het formuleren van het antwoord.

De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot:
- het bereiken van verschillende lees-,luister-, en kijk-, spreek- en gespreksdoelen
- de bevordering van het eigen taalleerproces
- het compenseren van eigen tekortschietende taalkennis of communicatieve kennis
- kennis van land en samenleving toepassen bij het herkennen van cultuuruitingen
A2 Kan een eenvoudig, kort, vooraf ingeoefend praatje houden over een bekend onderwerp. Kan op eenvoudige vragen reageren als hij/zij om herhaling kan vragen en enige hulp geboden wordt bij het formuleren van het antwoord.

De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven, verwerken en presenteren
A2 Kan een eenvoudig, kort, vooraf ingeoefend praatje houden over een bekend onderwerp. Kan op eenvoudige vragen reageren als hij/zij om herhaling kan vragen en enige hulp geboden wordt bij het formuleren van het antwoord.

De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot:
- het bereiken van verschillende lees-,luister-, en kijk-, spreek- en gespreksdoelen
- de bevordering van het eigen taalleerproces
- het compenseren van eigen tekortschietende taalkennis of communicatieve kennis
- kennis van land en samenleving toepassen bij het herkennen van cultuuruitingen
A2 Kan een eenvoudig, kort, vooraf ingeoefend praatje houden over een bekend onderwerp. Kan op eenvoudige vragen reageren als hij/zij om herhaling kan vragen en enige hulp geboden wordt bij het formuleren van het antwoord.

MVT/K/3
Monologen2 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen Publieke domein: reizen, actualiteiten Opleiding: doeltaal op school, uitwisseling, vorming, school en toekomst
De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan zijn/haar familie, woonomstandigheden, onderwijservaring, huidige of meest recente baan beschrijven.  Kan in eenvoudige bewoordingen mensen, plaatsen en eigendommen beschrijven.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan zijn/haar familie, woonomstandigheden, onderwijservaring, huidige of meest recente baan beschrijven.  Kan in eenvoudige bewoordingen mensen, plaatsen en eigendommen beschrijven.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan zijn/haar familie, woonomstandigheden, onderwijservaring, huidige of meest recente baan beschrijven.  Kan in eenvoudige bewoordingen mensen, plaatsen en eigendommen beschrijven.

MVT/K/6
Lezen126 leermiddelen
-Contexten en tekstkenmerkenbbkbgl/tlexameneenheden
Correspondentie lezen2 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen Publieke domein: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten Opleiding: doeltaal op school, uitwisseling, vorming, school en toekomst
De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 
 
 

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 10 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 B2 circa 15 procent
 Kan correspondentie, die gerelateerd is aan eigen vakgebied en eigen interesses lezen en kan snel de essentie vatten. Kan zakelijke correspondentie van verschillende instanties begrijpen.
 
 
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 B2 circa 15 procent
 Kan correspondentie, die gerelateerd is aan eigen vakgebied en eigen interesses lezen en kan snel de essentie vatten. Kan zakelijke correspondentie van verschillende instanties begrijpen.
 
 
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 B2 circa 15 procent
 Kan correspondentie, die gerelateerd is aan eigen vakgebied en eigen interesses lezen en kan snel de essentie vatten. Kan zakelijke correspondentie van verschillende instanties begrijpen.
 
 
 

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 10 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 B2 circa 15 procent
 Kan correspondentie, die gerelateerd is aan eigen vakgebied en eigen interesses lezen en kan snel de essentie vatten. Kan zakelijke correspondentie van verschillende instanties begrijpen.
 
 
 

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 B2 circa 15 procent
 Kan correspondentie, die gerelateerd is aan eigen vakgebied en eigen interesses lezen en kan snel de essentie vatten. Kan zakelijke correspondentie van verschillende instanties begrijpen.
 
 
 

De kandidaat kan het gebruik van speciale stijlmiddelen herkennen
A2 circa 10 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 B2 circa 15 procent
 Kan correspondentie, die gerelateerd is aan eigen vakgebied en eigen interesses lezen en kan snel de essentie vatten. Kan zakelijke correspondentie van verschillende instanties begrijpen.
 
 
 

De kandidaat kan conclusies trekken met betrekking tot het schrijfdoel, de opvattingen, de gevoelens van de auteur en tot het beoogde publiek
A2 circa 10 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 B2 circa 15 procent
 Kan correspondentie, die gerelateerd is aan eigen vakgebied en eigen interesses lezen en kan snel de essentie vatten. Kan zakelijke correspondentie van verschillende instanties begrijpen.
 
 
 

MVT/V/1
Oriënterend lezen2 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen Publieke domein: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten Opleiding: doeltaal op school, uitwisseling, vorming, school en toekomst
De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.
 

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudig alledaags materiaal.
 Kan specifieke informatie in lijsten vinden en de benodigde informatie daaruit halen.
 Kan alledaagse borden en mededelingen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan in alledaags materiaal, zoals brieven, brochures en korte officiële documenten relevante informatie vinden en begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudig alledaags materiaal.
 Kan specifieke informatie in lijsten vinden en de benodigde informatie daaruit halen.
 Kan alledaagse borden en mededelingen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan in alledaags materiaal, zoals brieven, brochures en korte officiële documenten relevante informatie vinden en begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudig alledaags materiaal.
 Kan specifieke informatie in lijsten vinden en de benodigde informatie daaruit halen.
 Kan alledaagse borden en mededelingen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan in alledaags materiaal, zoals brieven, brochures en korte officiële documenten relevante informatie vinden en begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
 

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudig alledaags materiaal.
 Kan specifieke informatie in lijsten vinden en de benodigde informatie daaruit halen.
 Kan alledaagse borden en mededelingen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan in alledaags materiaal, zoals brieven, brochures en korte officiële documenten relevante informatie vinden en begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
 

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudig alledaags materiaal.
 Kan specifieke informatie in lijsten vinden en de benodigde informatie daaruit halen.
 Kan alledaagse borden en mededelingen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan in alledaags materiaal, zoals brieven, brochures en korte officiële documenten relevante informatie vinden en begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
 

De kandidaat kan het gebruik van speciale stijlmiddelen herkennen
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudig alledaags materiaal.
 Kan specifieke informatie in lijsten vinden en de benodigde informatie daaruit halen.
 Kan alledaagse borden en mededelingen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan in alledaags materiaal, zoals brieven, brochures en korte officiële documenten relevante informatie vinden en begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
 

De kandidaat kan conclusies trekken met betrekking tot het schrijfdoel, de opvattingen, de gevoelens van de auteur en tot het beoogde publiek
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudig alledaags materiaal.
 Kan specifieke informatie in lijsten vinden en de benodigde informatie daaruit halen.
 Kan alledaagse borden en mededelingen begrijpen.
 B1 circa 75 procent
 Kan in alledaags materiaal, zoals brieven, brochures en korte officiële documenten relevante informatie vinden en begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
 

MVT/V/1
Lezen om informatie op te doen4 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen Publieke domein: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten Opleiding: doeltaal op school, uitwisseling, vorming, school en toekomst
De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke informatie vinden in eenvoudiger geschreven materiaal dat hij/zij tegenkomt zoals brieven, brochures of korte krantenartikelen die gebeurtenissen beschrijven.
 B1 circa 75 procent
 Kan significante punten herkennen in eenvoudige krantenartikelen over bekende onderwerpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan artikelen en rapporten begrijpen die gaan over actuele problemen waarbij de schrijver een bepaald standpunt inneemt.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke informatie vinden in eenvoudiger geschreven materiaal dat hij/zij tegenkomt zoals brieven, brochures of korte krantenartikelen die gebeurtenissen beschrijven.
 B1 circa 75 procent
 Kan significante punten herkennen in eenvoudige krantenartikelen over bekende onderwerpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan artikelen en rapporten begrijpen die gaan over actuele problemen waarbij de schrijver een bepaald standpunt inneemt.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke informatie vinden in eenvoudiger geschreven materiaal dat hij/zij tegenkomt zoals brieven, brochures of korte krantenartikelen die gebeurtenissen beschrijven.
 B1 circa 75 procent
 Kan significante punten herkennen in eenvoudige krantenartikelen over bekende onderwerpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan artikelen en rapporten begrijpen die gaan over actuele problemen waarbij de schrijver een bepaald standpunt inneemt.

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke informatie vinden in eenvoudiger geschreven materiaal dat hij/zij tegenkomt zoals brieven, brochures of korte krantenartikelen die gebeurtenissen beschrijven.
 B1 circa 75 procent
 Kan significante punten herkennen in eenvoudige krantenartikelen over bekende onderwerpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan artikelen en rapporten begrijpen die gaan over actuele problemen waarbij de schrijver een bepaald standpunt inneemt.

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke informatie vinden in eenvoudiger geschreven materiaal dat hij/zij tegenkomt zoals brieven, brochures of korte krantenartikelen die gebeurtenissen beschrijven.
 B1 circa 75 procent
 Kan significante punten herkennen in eenvoudige krantenartikelen over bekende onderwerpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan artikelen en rapporten begrijpen die gaan over actuele problemen waarbij de schrijver een bepaald standpunt inneemt.

De kandidaat kan het gebruik van speciale stijlmiddelen herkennen
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke informatie vinden in eenvoudiger geschreven materiaal dat hij/zij tegenkomt zoals brieven, brochures of korte krantenartikelen die gebeurtenissen beschrijven.
 B1 circa 75 procent
 Kan significante punten herkennen in eenvoudige krantenartikelen over bekende onderwerpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan artikelen en rapporten begrijpen die gaan over actuele problemen waarbij de schrijver een bepaald standpunt inneemt.

De kandidaat kan conclusies trekken met betrekking tot het schrijfdoel, de opvattingen, de gevoelens van de auteur en tot het beoogde publiek
A2 circa 10 procent
 Kan specifieke informatie vinden in eenvoudiger geschreven materiaal dat hij/zij tegenkomt zoals brieven, brochures of korte krantenartikelen die gebeurtenissen beschrijven.
 B1 circa 75 procent
 Kan significante punten herkennen in eenvoudige krantenartikelen over bekende onderwerpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan artikelen en rapporten begrijpen die gaan over actuele problemen waarbij de schrijver een bepaald standpunt inneemt.

MVT/V/1
Instructies lezen2 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement Publieke domein: reizen, winkelen, instanties Opleiding: doeltaal op school, uitwisseling, school en toekomst
De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 90 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 10 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 50 procent
 Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen.
 B1 circa 50 procent
 Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren.

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 circa 10 procent
 Kan eenvoudige instructies begrijpen bij apparatuur die men in het dagelijks leven tegenkomt.
 B1 circa 75 procent
 Kan duidelijk geschreven, ondubbelzinnige instructies bij een apparaat begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe instructies op het eigen terrein begrijpen, inclusief details over condities en waarschuwingen als hij/zij de gelegenheid heel moeilijke stukken te herlezen.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan eenvoudige instructies begrijpen bij apparatuur die men in het dagelijks leven tegenkomt.
 B1 circa 75 procent
 Kan duidelijk geschreven, ondubbelzinnige instructies bij een apparaat begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe instructies op het eigen terrein begrijpen, inclusief details over condities en waarschuwingen als hij/zij de gelegenheid heel moeilijke stukken te herlezen.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan eenvoudige instructies begrijpen bij apparatuur die men in het dagelijks leven tegenkomt.
 B1 circa 75 procent
 Kan duidelijk geschreven, ondubbelzinnige instructies bij een apparaat begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe instructies op het eigen terrein begrijpen, inclusief details over condities en waarschuwingen als hij/zij de gelegenheid heel moeilijke stukken te herlezen.

De kandidaat kan gegevens uit een of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
A2 circa 10 procent
 Kan eenvoudige instructies begrijpen bij apparatuur die men in het dagelijks leven tegenkomt.
 B1 circa 75 procent
 Kan duidelijk geschreven, ondubbelzinnige instructies bij een apparaat begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe instructies op het eigen terrein begrijpen, inclusief details over condities en waarschuwingen als hij/zij de gelegenheid heel moeilijke stukken te herlezen.

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven
A2 circa 10 procent
 Kan eenvoudige instructies begrijpen bij apparatuur die men in het dagelijks leven tegenkomt.
 B1 circa 75 procent
 Kan duidelijk geschreven, ondubbelzinnige instructies bij een apparaat begrijpen.
 B2 circa 15 procent
 Kan lange en complexe instructies op het eigen terrein begrijpen, inclusief details over condities en waarschuwingen als hij/zij de gelegenheid heel moeilijke stukken te herlezen.

MVT/K/4
Kijken en luisteren10 leermiddelen
-Contexten en tekstkenmerkenbbkbgl/tlexameneenheden
Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaan1 leermiddelDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement Publieke domein: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten Opleiding: uitwisseling, school en toekomst
De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
  

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
  

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
  

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
  

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
  

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
  

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
  

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
  

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
B1 Kan in het algemeen de hoofdpunten volgen van een uitgebreide discussie om hem/haar heen, op voorwaarde dat er duidelijk gearticuleerd wordt in de standaardtaal.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
B1 Kan in het algemeen de hoofdpunten volgen van een uitgebreide discussie om hem/haar heen, op voorwaarde dat er duidelijk gearticuleerd wordt in de standaardtaal.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
B1 Kan in het algemeen de hoofdpunten volgen van een uitgebreide discussie om hem/haar heen, op voorwaarde dat er duidelijk gearticuleerd wordt in de standaardtaal.

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
A2 Kan gewoonlijk het onderwerp bepalen in gesprekken om hem/haar heen, wanneer er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
B1 Kan in het algemeen de hoofdpunten volgen van een uitgebreide discussie om hem/haar heen, op voorwaarde dat er duidelijk gearticuleerd wordt in de standaardtaal.

MVT/K/5
Luisteren naar aankondigingen en instructies1 leermiddelDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: vrije tijd en amusement Publieke domein: reizen, winkelen, instanties Opleiding: doeltaal op school, uitwisseling
De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 B1 Kan eenvoudige technische informatie begrijpen, zoals gebruiksaanwijzingen voor apparaten. Kan gedetailleerde aanwijzingen opvolgen.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 B1 Kan eenvoudige technische informatie begrijpen, zoals gebruiksaanwijzingen voor apparaten. Kan gedetailleerde aanwijzingen opvolgen.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 B1 Kan eenvoudige technische informatie begrijpen, zoals gebruiksaanwijzingen voor apparaten. Kan gedetailleerde aanwijzingen opvolgen.

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
A2 Kan de hoofdzaken begrijpen in korte, heldere en eenvoudige boodschappen en aankondigingen. Kan eenvoudige aanwijzingen begrijpen.
 B1 Kan eenvoudige technische informatie begrijpen, zoals gebruiksaanwijzingen voor apparaten. Kan gedetailleerde aanwijzingen opvolgen.

MVT/K/5
Luisteren naar tv, video- en geluidsopnames3 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: vrije tijd en amusement Publieke domein: instanties, actualiteiten Opleiding: uitwisseling
De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 B1 Kan de hoofdpunten begrijpen van radionieuwsberichten en eenvoudig geluidsmateriaal over vertrouwde onderwerpen, indien langzaam en duidelijk gepresenteerd.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 B1 Kan de hoofdpunten begrijpen van radionieuwsberichten en eenvoudig geluidsmateriaal over vertrouwde onderwerpen, indien langzaam en duidelijk gepresenteerd.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 B1 Kan de hoofdpunten begrijpen van radionieuwsberichten en eenvoudig geluidsmateriaal over vertrouwde onderwerpen, indien langzaam en duidelijk gepresenteerd.

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
A2 Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv begrijpen als onderwerp en context bekend zijn en wanneer er langzaam en duidelijk wordt gesproken.
 B1 Kan de hoofdpunten begrijpen van radionieuwsberichten en eenvoudig geluidsmateriaal over vertrouwde onderwerpen, indien langzaam en duidelijk gepresenteerd.

MVT/K/5
Luisteren als lid van een live publiekDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: vrije tijd en amusement Publieke domein: reizen, actualiteiten Opleiding: uitwisseling, school en toekomst
n.v.t.n.v.t.
De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
B1 Kan ongecompliceerde korte praatjes over vertrouwde onderwerpen in grote lijnen volgen, op voorwaarde dat er duidelijk gearticuleerde standaardtaal gesproken wordt.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
B1 Kan ongecompliceerde korte praatjes over vertrouwde onderwerpen in grote lijnen volgen, op voorwaarde dat er duidelijk gearticuleerde standaardtaal gesproken wordt.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
B1 Kan ongecompliceerde korte praatjes over vertrouwde onderwerpen in grote lijnen volgen, op voorwaarde dat er duidelijk gearticuleerde standaardtaal gesproken wordt.

De kandidaat kan anticiperen op het meest waarschijnlijke gevolg van een gesprek
B1 Kan ongecompliceerde korte praatjes over vertrouwde onderwerpen in grote lijnen volgen, op voorwaarde dat er duidelijk gearticuleerde standaardtaal gesproken wordt.

MVT/K/5
Gesprekken voeren116 leermiddelen
-Contexten en tekstkenmerkenbbkbgl/tlexameneenheden
Informele gesprekkenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen Publieke domein: reizen, winkelen, horeca, actualiteiten Opleiding: doeltaal op school, opleidingsinstanties, uitwisseling, vorming, school en toekomst
De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan sociale contacten tot stand brengen: groeten en afscheid nemen, zichzelf of anderen voorstellen, bedanken, reageren op uitnodigingen, suggesties en verontschuldigingen indien direct tot hem/haar gericht en langzaam en duidelijk gesproken, en ze zelf doen. Is echter niet een staat zonder medewerking van de gesprekspartner het gesprek op gang te houden. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen.
 

MVT/K/6
Bijeenkomsten en vergaderingenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, relaties met anderen Publieke domein: actualiteiten Opleiding: doeltaal op school, opleidingsinstanties, uitwisseling, school en toekomst
De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan zeggen wat hij/zij denkt in een formele vergadering als hij/zij rechtstreeks wordt aangesproken, op voorwaarde dat hij/zij, indien nodig, om herhaling kan vragen.

MVT/K/6
Zaken regelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, vrije tijd en amusement, relaties met anderen Publieke domein: reizen, winkelen, horeca Opleiding: doeltaal op school, opleidingsinstanties, uitwisseling, school en toekomst
De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan aangeven dat hij/zij de gesprekspartner volgt en kan, als de gesprekspartner zich daarvoor inspant, begrijpen wat er gedaan moet worden. Kan informatie vragen over reizen en kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Kan informatie vragen over zaken en kan eenvoudige transacties doen in winkels, postkantoren en banken. Kan informatie geven en ontvangen over hoeveelheden, nummers, prijzen, etc.

MVT/K/6
Informatie uitwisselen1 leermiddelDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen Publieke domein: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten Opleiding: doeltaal op school, opleidingsinstanties, uitwisseling, vorming, school e
De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals begroeten, informatie geven en vragen
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

De kandidaat kan adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten zoals een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven
A2 Kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. Kan communiceren binnen eenvoudige en dagelijkse taken waarin gevraagd wordt om een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie.
 

MVT/K/6
Schrijven136 leermiddelen
-Contexten en tekstkenmerkenbbkbgl/tlexameneenheden
Correspondentie3 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement Publieke domein: reizen, actualiteiten Opleiding: uitwisseling, school en toekomst
De kandidaat kan (persoonlijke) gegevens verstrekken en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A1 Kan een korte eenvoudige mededeling doen.
 
 

De kandidaat kan een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen en  op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A1 Kan een korte eenvoudige mededeling doen.
 
 

De kandidaat kan een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A1 Kan een korte eenvoudige mededeling doen.
 
 

De kandidaat kan (persoonlijke) gegevens verstrekken en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan heel eenvoudige persoonlijke brieven schrijven om dankbaarheid of verontschuldigingen over te brengen.
 
 

De kandidaat kan een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen en  op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan heel eenvoudige persoonlijke brieven schrijven om dankbaarheid of verontschuldigingen over te brengen.
 
 

De kandidaat kan een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan heel eenvoudige persoonlijke brieven schrijven om dankbaarheid of verontschuldigingen over te brengen.
 
 

De kandidaat kan (persoonlijke) gegevens verstrekken en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan heel eenvoudige persoonlijke brieven schrijven om dankbaarheid of verontschuldigingen over te brengen.
 B1 Kan vrij gedetailleerde persoonlijke brieven schrijven over ervaringen, gevoelens en gebeurtenissen. Kan een korte, eenvoudige zakelijke brief schrijven.
 

De kandidaat kan een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen en  op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan heel eenvoudige persoonlijke brieven schrijven om dankbaarheid of verontschuldigingen over te brengen.
 B1 Kan vrij gedetailleerde persoonlijke brieven schrijven over ervaringen, gevoelens en gebeurtenissen. Kan een korte, eenvoudige zakelijke brief schrijven.
 

De kandidaat kan een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan heel eenvoudige persoonlijke brieven schrijven om dankbaarheid of verontschuldigingen over te brengen.
 B1 Kan vrij gedetailleerde persoonlijke brieven schrijven over ervaringen, gevoelens en gebeurtenissen. Kan een korte, eenvoudige zakelijke brief schrijven.
 

De kandidaat kan een formele brief schrijven om informatie te vragen of om iets te arrangeren of af te zeggen
De kandidaat kan strategieën toepassen om tekorten in taalkennis te compenseren door omschrijvingen te gebruiken en/of te parafraseren
B1 Kan vrij gedetailleerde persoonlijke brieven schrijven over ervaringen, gevoelens en gebeurtenissen. Kan een korte, eenvoudige zakelijke brief schrijven.

MVT/V/2
Aantekeningen, berichten, formulieren4 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen Publieke domein: reizen, winkelen, horeca, instanties, actualiteiten Opleiding: uitwisseling, school en toekomst
De kandidaat kan (persoonlijke) gegevens verstrekken en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A1 Kan nummers en data, eigen naam, nationaliteit, adres, leeftijd, geboortedatum of aankomstdatum in een land, etc. schrijven zoals bijvoorbeeld op een inschrijvingsformulier.
 

De kandidaat kan een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen en  op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A1 Kan nummers en data, eigen naam, nationaliteit, adres, leeftijd, geboortedatum of aankomstdatum in een land, etc. schrijven zoals bijvoorbeeld op een inschrijvingsformulier.
 

De kandidaat kan een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A1 Kan nummers en data, eigen naam, nationaliteit, adres, leeftijd, geboortedatum of aankomstdatum in een land, etc. schrijven zoals bijvoorbeeld op een inschrijvingsformulier.
 

De kandidaat kan (persoonlijke) gegevens verstrekken en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een korte, eenvoudige boodschap noteren als om herhaling of herformulering gevraagd kan worden. Kan korte, eenvoudige aantekeningen of boodschappen gerelateerd aan zaken van onmiddellijke noodzaak schrijven.
 

De kandidaat kan een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen en  op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een korte, eenvoudige boodschap noteren als om herhaling of herformulering gevraagd kan worden. Kan korte, eenvoudige aantekeningen of boodschappen gerelateerd aan zaken van onmiddellijke noodzaak schrijven.
 

De kandidaat kan een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een korte, eenvoudige boodschap noteren als om herhaling of herformulering gevraagd kan worden. Kan korte, eenvoudige aantekeningen of boodschappen gerelateerd aan zaken van onmiddellijke noodzaak schrijven.
 

De kandidaat kan (persoonlijke) gegevens verstrekken en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een korte, eenvoudige boodschap noteren als om herhaling of herformulering gevraagd kan worden. Kan korte, eenvoudige aantekeningen of boodschappen gerelateerd aan zaken van onmiddellijke noodzaak schrijven.
 B1 Kan notities/berichten schrijven waarin eenvoudige informatie van onmiddellijke relevantie voor vrienden, mensen van diensten, docenten en anderen die in zijn/haar dagelijks leven een rol spelen overgebracht wordt, waarbij de belangrijke punten begrijpelijk overkomen.

De kandidaat kan een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen en  op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een korte, eenvoudige boodschap noteren als om herhaling of herformulering gevraagd kan worden. Kan korte, eenvoudige aantekeningen of boodschappen gerelateerd aan zaken van onmiddellijke noodzaak schrijven.
 B1 Kan notities/berichten schrijven waarin eenvoudige informatie van onmiddellijke relevantie voor vrienden, mensen van diensten, docenten en anderen die in zijn/haar dagelijks leven een rol spelen overgebracht wordt, waarbij de belangrijke punten begrijpelijk overkomen.

De kandidaat kan een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een korte, eenvoudige boodschap noteren als om herhaling of herformulering gevraagd kan worden. Kan korte, eenvoudige aantekeningen of boodschappen gerelateerd aan zaken van onmiddellijke noodzaak schrijven.
 B1 Kan notities/berichten schrijven waarin eenvoudige informatie van onmiddellijke relevantie voor vrienden, mensen van diensten, docenten en anderen die in zijn/haar dagelijks leven een rol spelen overgebracht wordt, waarbij de belangrijke punten begrijpelijk overkomen.

MVT/K/7
Vrij schrijven8 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector. Opleiding.
Dagelijks leven: persoonlijke zaken, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, relaties met anderen Publieke domein: reizen, winkelen, horeca, actualiteiten Opleiding: uitwisseling, vorming, school en toekomst
De kandidaat kan (persoonlijke) gegevens verstrekken
A1 Kan eenvoudige frases en zinnen schrijven over zichzelf of denkbeeldige personen, over waar ze wonen en wat ze doen.
 
 

De kandidaat kan een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen en  op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A1 Kan eenvoudige frases en zinnen schrijven over zichzelf of denkbeeldige personen, over waar ze wonen en wat ze doen.
 
 

De kandidaat kan een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A1 Kan eenvoudige frases en zinnen schrijven over zichzelf of denkbeeldige personen, over waar ze wonen en wat ze doen.
 
 

De kandidaat kan (persoonlijke) gegevens verstrekken
A2 Kan een aantal eenvoudige frases en zinnen over familie, leefomstandigheden, educatieve achtergrond, huidige of meest recente baan schrijven.
 
 

De kandidaat kan een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen en  op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een aantal eenvoudige frases en zinnen over familie, leefomstandigheden, educatieve achtergrond, huidige of meest recente baan schrijven.
 
 

De kandidaat kan een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een aantal eenvoudige frases en zinnen over familie, leefomstandigheden, educatieve achtergrond, huidige of meest recente baan schrijven.
 
 

De kandidaat kan (persoonlijke) gegevens verstrekken
A2 Kan een aantal eenvoudige frases en zinnen over familie, leefomstandigheden, educatieve achtergrond, huidige of meest recente baan schrijven.
 B1 Kan eenvoudige, gedetailleerde beschrijvingen maken over een aantal bekende onderwerpen binnen het eigen interessegebied. Kan verslag doen van ervaringen, en daarbij gevoelens en reacties beschrijven in eenvoudige lopende tekst. Kan een gebeurtenis, een recent uitstapje - waar gebeurd of verzonnen - beschrijven.
 

De kandidaat kan een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen en  op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een aantal eenvoudige frases en zinnen over familie, leefomstandigheden, educatieve achtergrond, huidige of meest recente baan schrijven.
 B1 Kan eenvoudige, gedetailleerde beschrijvingen maken over een aantal bekende onderwerpen binnen het eigen interessegebied. Kan verslag doen van ervaringen, en daarbij gevoelens en reacties beschrijven in eenvoudige lopende tekst. Kan een gebeurtenis, een recent uitstapje - waar gebeurd of verzonnen - beschrijven.
 

De kandidaat kan een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen en op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken
A2 Kan een aantal eenvoudige frases en zinnen over familie, leefomstandigheden, educatieve achtergrond, huidige of meest recente baan schrijven.
 B1 Kan eenvoudige, gedetailleerde beschrijvingen maken over een aantal bekende onderwerpen binnen het eigen interessegebied. Kan verslag doen van ervaringen, en daarbij gevoelens en reacties beschrijven in eenvoudige lopende tekst. Kan een gebeurtenis, een recent uitstapje - waar gebeurd of verzonnen - beschrijven.
 

MVT/K/7