helphelp

Exameneenheden

( )

ExameneenheidInhoudenVakkernen

NASK1/K/4  Stoffen en materialen
5. (BB)  De kandidaat kan:
− soorten materialen en hun stofeigenschappen herkennen en toepassen;
− gevaren van stoffen voor de mens en het milieu herkennen en vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan;
− chemische processen herkennen.

NASK1/K/4

Verband tussen soorten materialen, hun eigenschappen en toepassingen.

geleiding van warmte,
 geleiding van elektriciteit,
 geleiding van geluid,
 dichtheid,
 uitzetting en inkrimping,
 verspaanbaarheid,
 mogelijkheid tot verbinden en samenstellen,
 corrosiebestendigheid

Stoffen en hun herkenbaarheid door hun eigenschappen.

fase,
 kleur,
 geur,
 oplosbaarheid in water,
 kookpunt,
 smeltpunt,
 geleiding van elektriciteit, dichtheid

Verband tussen dichtheid en zinken-zweven-drijven.

massa,
 volume,
 dichtheid,
 zinken,
 zweven,
 drijven

Gevaren van het gebruik van bepaalde stoffen en de te nemen voorzorgsmaatregelen.

gevaarlijke stoffen,
 voorzorgsmaatregelingen, beschermingsbril, labjas, plastic handschoenen, gifwijzer,
 veiligheidskaarten,
 pictogrammen.
 
 

Bij keuze van (grond)stoffen en materialen rekening houden met effecten voor het milieu.

grondstoffen,
 productie,
 transport,
 recycling,
 afvalverwerking

Verantwoord omgaan met afval.

afvalstoffen,
 scheiden en hergebruik,
 composteren,
 storten,
 verbranden.

Onomkeerbare chemische reacties uit het dagelijks leven.

voedselbereiding,
 roesten,
 verbranding,
 uitharden van beton,
 lijmen,
 carbit.
Materie

NASK1/K/10  Bouw van de materie
16. (BB)  De kandidaat kan:
− de bouw van stoffen en materialen beschrijven in termen van moleculen en atomen;
− het gedrag van atomen en moleculen in de verschillende fasen uitleggen.

NASK1/K/10

Karakteristieke bouw van stoffen op het niveau van moleculen en atomen.

bouw van stoffen, moleculen,
 atomen.

Het gedrag van moleculen en atomen in de verschillende fases van stoffen.

beweging,
 onderlinge aantrekkingskracht

De bouw van atomen.

bouw van atoom
Materie

NASK1/K/6  Verbranden en verwarmen
9. (BB)  De kandidaat kan:
− het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen;
− de manieren van opwekking van elektrische energie en de gevolgen ervan beschrijven.

NASK1/K/6

Vormen van energie.

bewegings-, zwaarte, warmte-, elektrische-, chemische-, stralings-, kern-, veer- of elastische energie

Omzetten van energie, wet van behoud van energie.

energieomzetting,
 wet van behoud van energie,
 verbrandingswarmte,
 rendement,
 vermogen

Milieu en gezondheidseffecten die optreden als gevolg van energiegebruik.

luchtverontreiniging,
 zure regen,
 broeikaseffect,
 thermische verontreiniging,
 irritatie en beschadiging van slijmvliezen, ogen en luchtwegen

Het rendement berekenen.

energieomzetting,
 rendement,
 vermogen

Warmtebronnen.

kachel,
 c.v.,
 fornuis,
 vloerverwarming,
 gasbrander,
 elektrische kookplaat,
 elektrische dompelaar.

Meten van temperatuur.

thermometer,
 temperatuurschalen Kelvin en Celsius,
 temperatuursensor,
 absolute nulpunt

Isolatie toepassen

isoleerkan,
 spouwmuurisolatie,
 bouwmaterialen,
 radiatorfolie,
 handgrepen van pannen,
 dubbele beglazing

Transport van warmte.

geleiding,
 stroming,
 straling

Verband tussen temperatuur, tijd en warmte.

verbrandingswarmte,
 temperatuur
Energie

NASK1/K/5  Elektrische energie
7. (BB)  De kandidaat kan:
− elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren;
− beveiligingen voor elektriciteit verklaren en toepassen en keuzes tussen verschillende apparaten beargumenteren.

NASK1/K/5

Schakelingen.

huisinstallatie,
 elektrisch circuit van voertuigen,
 spanningsbron en ‘aarde’,
 verbindingsdraden

Aard en functie van componenten in schakelingen.

weerstand,
 NTC, LDR, LED en diode,
 schakelaar,
 drukschakelaar,
 reedcontact,
 relais,
 transistor als schakelaar,
 condensator,
 actuator, zoals motor of lamp,
 transformator

Meetinstrumenten

spanningsmeter,
 stroommeter,
 multimeter,
 kWh-meter,
 vermogensmeter

Principe van een gesloten stroomkring in serie- en parallelschakelingen.

gesloten stroomkring,
 serieschakeling,
 parallelschakeling

Diverse schema's van schakelingen in de praktijk.

inbrekersalarm,
 automatische deurbediening,
 elektronische temperatuursensor,
 schemerschakeling,
 dimmer,
 discolichten

Verband spanning en stroom.

spanning,
 stroom,
 weerstand

Vermogen van apparaten, totale vermogen en energiegebruik meten en berekenen.

vermogen,
 elektrische energie,
 energiegebruik,
 kWh,
 joule

Vegelijken van apparaten ten aanzien van energiegebruik, rendement en veiligheid.

rendement

Verband tussen gebruikstijd van accu en capaciteit.

capaciteit van accu

Beveiligen van stroomkringen.

hoofdzekering,
 groepzekering,
 aardlekschakelaar,
 randaarde,
 dubbele isolatie

Geleiders en isolatoren toepassen.

elektrische geleider,
 elektrische isolator

Magnetisme.

permanente magneet,
 noord- en zuidpool,
 aantrekking en afstoting tussen polen,
 veldlijnen,
 spoel,
 weekijzeren kern,
 elektromagneet

Magnetisme en toepassingen.

dynamo,
 transfomator,
 luidspreker,
 relais
 reedcontact

Onderdelen van een dynamo en de manier van opwekken van elektrische energie.

bewegingsenergie,
 elektrische energie,
 magneet,
 energieomzetting

Onderdelen van een transformator, de werking ervan en haar toepassingen.

primaire en secundaire kring,
 transformatie van spanning,
 overdracht van vermogen,
 toepassingen ten minste:
 . adapter
 . halogeenverlichting
 . elektriciteitstransport
Energie

NASK1/K/12  Het weer
19. De kandidaat kan:
− het meten van temperatuur en luchtdruk toepassen;
− het ontstaan van wolken, neerslag en bliksem beschrijven;
-  maatschappelijk.
 

NASK1/K/12

Weersverwachting.

temperatuur,
 luchtdruk,
 meetapparatuur,
 weersverwachting

Ontstaan van wolken, neerslag en bliksem.

stijgende en dalende lucht,
 condensatie,
 verdamping,
 ontlading

Invloed van het weer op maatschappelijke aspecten.

landbouw,
 recreatie,
 natuurverschijnselen,
 natuurrampen
Ruimte

NASK1/K/8  Geluid
12. (BB)  De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten.
 
13. (KB/GL/TL)  De kandidaat kan:
− de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten;
− geluid vastleggen met oscilloscoop of computer en daaruit de frequentie bepalen;
− de werking van een luidspreker uitleggen.

NASK1/K/8

Geluidsbronnen

stemvork,
 muziekinstrumenten,
 luidspreker,
 oortelefoon,
 machines,
 verkeer

Geluidsontvangers

oor,
 microfoon,
 geluidsensor

Geluidstoepassingen

echo,
 echolood,
 echoscopie

Geluidskenmerken.

toonhoogte,
 frequentie,
 amplitude,
 geluidssterkte

De geluidssnelheid in verschillende tussenstoffen berekenen.

geluidsafstand,
 geluidssnelheid

Verband tussen toonhoogte (frequentie) van een snaarinstrument en lengte en spankracht in de snaar.

frequentie,
 snaarlengte

Relatie tussen geluidsterkte en geluidshinder met metingen.

geluidssterktemeter,
 computermetingen,
 dB(A)-schaal,
 gehoorgrenzen (tussen 20 Hz en 20 kHz)

Gezondheidsschade door geluidssterkte en tijdsduur en het nemen van maatregelen.

geluidswal,
 geluidsscherm,
 gehoorbeschermers,
 dubbele beglazing

Trillingstijd van een toon bepalen met een oscilloscoopbeeld en berekening.

frequentie,
 trillingstijd.

De onderdelen en de werking van een luidspreker.

conus,
 magneet,
 spoel.
Licht, geluid en straling

NASK1/K/7  Licht en beeld
11.  De kandidaat kan:
− rechtlijnige lichtstralen, verschillende soorten lichtbundels, schaduwvorming, kleurvorming en verschillende soorten straling toepassen;
− verschillende soorten lenzen herkennen en de werking van de vlakke spiegel en de bolle lens toepassen;
− beeldvorming bij het menselijk oog en oogafwijkingen toepassen.

NASK1/K/7

Lichtbronnen, eigenschappen van lichtstralen, schaduwvorming.

zon,
 kunstlicht,
 rechtlijnige lichtstralen,
 schaduw,
 kleur.

Beeldvorming bij spiegel.

vlakke spiegel,
 spiegelbeeld,
 construeren.

Lens

beeldvorming bij bolle lens.

Beeldvorming door een bolle lens en relaties tussen v en b

brandpunt,
 beeldafstand,
 voorwerpafstand

Het oog als lens en andere toepassingen van een lens.

accomoderen,
 bijziend,
 verziend,
 pupil,
 netvlies,
 blinde vlek.

Kleurschifting en kleurvorming.

prisma,
 primaire kleuren,
 kleurvorming.
Licht, geluid en straling

NASK1/K/11  Straling en stralingsbescherming
18.  De kandidaat kan:
− bronnen van ioniserende straling noemen;
− radioactief verval en toepassingen ervan beschrijven;
− veiligheidsmaatregelen tegen ongewenste effecten van straling en radioactieve stoffen beschrijven.
 

NASK1/K/11

Stralingsbronnen en soorten straling.

alfa-,
 bèta-,
 gammastraling.

Vervalreacties van alfa, bèta en gamma straling.

halveringstijd als maat voor de activiteit van een stof.

Gebruik van straling in diagnostische medische toepassingen.

röntgenfoto,
 hoogtezon,
 rode lamp.

Veiligheidsmaatregelen tegen straling.

opslag kernafval,
 afscherming met lood.
Licht, geluid en straling

NASK1/K/9  Kracht en veiligheid
14. (BB)  De kandidaat kan:
− de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen;
− bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen;
− veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen.
 
15. (KB/GL/TL) De kandidaat kan:
− de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond berekenen en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen;
− bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen;
− veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen en verschijnselen van traagheid verklaren.

NASK1/K/9

Soorten krachten, de werking en toepassingen.

spierkracht,
 veerkracht,
 spankracht,
 zwaartekracht,
 wrijvingskracht,
 magnetische kracht,
 elektrische kracht,
 grootte en richting,
 vectorvoorstelling,
 kracht meten met veerunster of krachtsensor

Werking van de hefboomwet en toepassingen.

kracht,
 arm,
 evenwicht,
 tang,
 klauwhamer,
 breekijzer,
 steekwagen,
 steek/ringsleutel,
 momentsleutel

Krachten samenstellen bij een rijdend voertuig.

aandrijfkracht en remkracht
 - tegenwerkende krachten,  luchtwrijving, rolwrijving
 - nettokracht

De druk van een voorwerp op de ondergrond in relatie met kracht en oppervlak, zoals rupsband en punaise.

druk,
 kracht,
 oppervlak,
 rupsband,
 punaise

De druk van een voorwerp berekenen.

druk,
 kracht,
 oppervlak,
 veiligheidsgordel,
 veiligheidshelm,
 rijplaten,
 rupsband,
 tractorbanden,
 mes,
 punaise

Gebruik en werking van een katrol.

vaste katrol,
 losse katrol,
 takels

Berekenen van gemiddelde snelheid.

gemiddelde snelheid,
 afstand,
 tijd.

(s, t)- en (v,t)-diagrammen van bewegingen aflezen en maken.

bewegingen met constante snelheid,
 eenparig versnelde bewegingen,
 eenparig vertraagde bewegingen,
 andere bewegingen.

Veiligheidsmaatregelingen in het verkeer.

veiligheidsgordel,
 veiligheidshelm,
 kreukelzone,
 hoofdsteun,
 kooiconstructie,
 airbag

Omstandigheden die invoed hebben op verkeersveiligheid.

reactietijd,
 rijsnelheid,
 staat van de banden en van het wegdek,
 weersomstandigheden.

Verschijnselen van traagheid, die zich bij snelheidsverandering voordoen.

traagheid,
 snelheidverandering
Kracht en beweging

NASK1/V/2  Constructies
21. De kandidaat kan:
− in constructies krachten onderscheiden, ontbinden, samenstellen en berekenen;
− de plaats van het massamiddelpunt bepalen en berekeningen met de hefboomwet uitvoeren.
 

NASK1/V/2

Massamiddelpunt bepalen en de hefboomwet toepassen.

resultante,
 massamiddelpunt,
 zwaartekracht,
 hefboomwet

In constructies krachten onderscheiden, samenstellen en berekenen.

veerkracht en zwaartekracht,
 spankracht,
 trekkracht, duwkracht,
 massamiddelpunt,
 moment van een kracht,
 momentenwet bij
 evenwicht,
 vector,
 nettokracht
Kracht en beweging

NASK1/V/1  Veiligheid in het verkeer
20.  De kandidaat kan:
− berekeningen uitvoeren en redeneringen opzetten in situaties van verkeer en veiligheid;
− uit bronnen over bewegingen of botsingen gegevens selecteren en verwerken.
 

NASK1/V/1

In de context van veiligheidsgordel, airbag, valhelm, kreukelzone, kooiconstructie, hoofdsteun berekeningen maken.

snelheid,
 vertraging/versnelling,
 kracht,
 arbeid,
 bewegingsenergie,
 zwaarte-energie,
 vermogen

Gegevens verzamelen en verwerken over bewegingen of botsingen.

meten,
 videometen,
 ontwerpen,
 berekenen,
 beredeneren,
 selecteren,
 tekenen,
 uitlezen
Kracht en beweging