helphelp

Einddoelen

Nask 1 ( bb kb gl/tl )

  • = CE
  • = Basis
  • = Verdiepende keuzestof
  • = SE
  • = Verbredende keuzestof
  • = SE Papieren versie CE Digitale versie [bij digitale versie mag deze eindterm ook nog op SE]
  • = CE [mag op SE]
  • = Varieert per bb/kb/gt-leerweg en varieert ook door de keuze voor papieren of digitaal examen. Zie Syllabus 2014.
  • = CE en SE
  • = K
  • = Kgv
Materie
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlexameneenheden
Materiaal-eigenschappenVerband tussen soorten materialen, hun eigenschappen en toepassingen.
geleiding van warmte,
 geleiding van elektriciteit,
 geleiding van geluid,
 dichtheid,
 uitzetting en inkrimping,
 verspaanbaarheid,
 mogelijkheid tot verbinden en samenstellen,
 corrosiebestendigheid
5.1 De kandidaat kan soorten materialen en hun stofeigen-schappen herkennen en toepassen
geleiding van warmte,
 geleiding van elektriciteit,
 geleiding van geluid,
 dichtheid,
 uitzetting en inkrimping,
 verspaanbaarheid,
 mogelijkheid tot verbinden en samenstellen,
 corrosiebestendigheid

6.1 De kandidaat kan soorten materialen en hun stofeigenschappen herkennen en toepassen
geleiding van warmte,
 geleiding van elektriciteit,
 geleiding van geluid,
 dichtheid,
 uitzetting en inkrimping,
 verspaanbaarheid,
 mogelijkheid tot verbinden en samenstellen,
 corrosiebestendigheid

6.1 De kandidaat kan soorten materialen en hun stofeigenschappen herkennen en toepassen
geleiding van warmte,
 geleiding van elektriciteit,
 geleiding van geluid,
 dichtheid,
 uitzetting en inkrimping,
 verspaanbaarheid,
 mogelijkheid tot verbinden en samenstellen,
 corrosiebestendigheid

NASK1/K/4
StofeigenschappenStoffen en hun herkenbaarheid door hun eigenschappen.
fase,
 kleur,
 geur,
 oplosbaarheid in water,
 kookpunt,
 smeltpunt,
 geleiding van elektriciteit, dichtheid
5.1 De kandidaat kan soorten materialen en hun stofeigen-schappen herkennen en toepassen
fase,
 kleur,
 geur,
 oplosbaarheid in water,
 kookpunt,
 smeltpunt,
 geleiding van elektriciteit, dichtheid

6.1 De kandidaat kan soorten materialen en hun stofeigenschappen herkennen en toepassen
fase,
 kleur,
 geur,
 oplosbaarheid in water,
 kookpunt,
 smeltpunt,
 geleiding van elektriciteit, dichtheid

6.1 De kandidaat kan soorten materialen en hun stofeigenschappen herkennen en toepassen
fase,
 kleur,
 geur,
 oplosbaarheid in water,
 kookpunt,
 smeltpunt,
 geleiding van elektriciteit, dichtheid

NASK1/K/4
Gevaarlijke stoffen en veilig werkenGevaren van het gebruik van bepaalde stoffen en de te nemen voorzorgsmaatregelen.
gevaarlijke stoffen,
 voorzorgsmaatregelingen, beschermingsbril, labjas, plastic handschoenen, gifwijzer,
 veiligheidskaarten,
 pictogrammen.
 
 
5.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen voor de mens en het milieu herkennen en vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
gevaarlijke stoffen,
 voorzorgsmaatregelingen, beschermingsbril, labjas, plastic handschoenen, gifwijzer,
 veiligheidskaarten,
 pictogrammen.
 
 

6.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen en effecten van chemische en natuurkundige processen voor de mens en het milieu herkennen, en maatregelen nemen om ongewenste effecten hiervan te vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
gevaarlijke stoffen,
 voorzorgsmaatregelingen, beschermingsbril, labjas, plastic handschoenen, gifwijzer,
 veiligheidskaarten,
 pictogrammen.
 
 

6.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen en effecten van chemische en natuurkundige processen voor de mens en het milieu herkennen, en maatregelen nemen om ongewenste effecten hiervan te vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
gevaarlijke stoffen,
 voorzorgsmaatregelingen, beschermingsbril, labjas, plastic handschoenen, gifwijzer,
 veiligheidskaarten,
 pictogrammen.
 
 

NASK1/K/4
Stoffen en milieuBij keuze van (grond)stoffen en materialen rekening houden met effecten voor het milieu.
grondstoffen,
 productie,
 transport,
 recycling,
 afvalverwerking
5.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen voor de mens en het milieu herkennen en vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
grondstoffen,
 productie,
 transport,
 recycling,
 afvalverwerking

6.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen en effecten van chemische en natuurkundige processen voor de mens en het milieu herkennen, en maatregelen nemen om ongewenste effecten hiervan te vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
grondstoffen,
 productie,
 transport,
 recycling,
 afvalverwerking

6.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen en effecten van chemische en natuurkundige processen voor de mens en het milieu herkennen, en maatregelen nemen om ongewenste effecten hiervan te vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
grondstoffen,
 productie,
 transport,
 recycling,
 afvalverwerking

NASK1/K/4
Verantwoord omgaan met afval.
afvalstoffen,
 scheiden en hergebruik,
 composteren,
 storten,
 verbranden.
5.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen voor de mens en het milieu herkennen en vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
afvalstoffen,
 scheiden en hergebruik,
 composteren,
 storten,
 verbranden.

6.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen en effecten van chemische en natuurkundige processen voor de mens en het milieu herkennen, en maatregelen nemen om ongewenste effecten hiervan te vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
afvalstoffen,
 scheiden en hergebruik,
 composteren,
 storten,
 verbranden.

6.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen en effecten van chemische en natuurkundige processen voor de mens en het milieu herkennen, en maatregelen nemen om ongewenste effecten hiervan te vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
afvalstoffen,
 scheiden en hergebruik,
 composteren,
 storten,
 verbranden.

NASK1/K/4
Chemische reactiesOnomkeerbare chemische reacties uit het dagelijks leven.
voedselbereiding,
 roesten,
 verbranding,
 uitharden van beton,
 lijmen,
 carbit.
5.3 De kandidaat kan chemische processen herkennnen
voedselbereiding,
 roesten,
 verbranding,
 uitharden van beton,
 lijmen,
 carbit.

6.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen en effecten van chemische en natuurkundige processen voor de mens en het milieu herkennen, en maatregelen nemen om ongewenste effecten hiervan te vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
voedselbereiding,
 roesten,
 verbranding,
 uitharden van beton,
 lijmen,
 carbit.

6.2 De kandidaat kan gevaren van stoffen en effecten van chemische en natuurkundige processen voor de mens en het milieu herkennen, en maatregelen nemen om ongewenste effecten hiervan te vermijden door veilig te werken en verantwoord met afvalstoffen om te gaan
voedselbereiding,
 roesten,
 verbranding,
 uitharden van beton,
 lijmen,
 carbit.

NASK1/K/4
Bouw van stoffenKarakteristieke bouw van stoffen op het niveau van moleculen en atomen.
bouw van stoffen, moleculen,
 atomen.
16.1 De kandidaat kan de bouw van stoffen en materialen beschrijven in termen van moleculen en atomen
bouw van stoffen, moleculen,
 atomen.

17.1 De kandidaat kan de bouw van stoffen en materialen beschrijven in termen van moleculen en atomen
bouw van stoffen, moleculen,
 atomen.

17.1 De kandidaat kan de bouw van stoffen en materialen beschrijven in termen van moleculen en atomen
bouw van stoffen, moleculen,
 atomen.

NASK1/K/10
Het gedrag van moleculen en atomen in de verschillende fases van stoffen.
beweging,
 onderlinge aantrekkingskracht
16.2 De kandidaat kan het gedrag van atomen en moleculen in de verschillende fasen uitleggen
beweging,
 onderlinge aantrekkingskracht

17.2 De kandidaat kan het gedrag van atomen en moleculen in de verschillende fasen uitleggen
beweging,
 onderlinge aantrekkingskracht

17.2 De kandidaat kan het gedrag van atomen en moleculen in de verschillende fasen uitleggen
beweging,
 onderlinge aantrekkingskracht

NASK1/K/10
De bouw van atomen.
bouw van atoom
n.v.t.
17.3 De kandidaat kan de bouw van een atoom beschrijven
bouw van atoom

17.3 De kandidaat kan de bouw van een atoom beschrijven
bouw van atoom

NASK1/K/10
DichtheidVerband tussen dichtheid en zinken-zweven-drijven.
massa,
 volume,
 dichtheid,
 zinken,
 zweven,
 drijven
n.v.t.
6.3 De kandidaat kan zinken-zweven-drijven toepassen met behulp van dichtheid
p = m / V
massa,
 volume,
 dichtheid,
 zinken,
 zweven,
 drijven

6.3 De kandidaat kan zinken-zweven-drijven toepassen met behulp van dichtheid
p = m / V
massa,
 volume,
 dichtheid,
 zinken,
 zweven,
 drijven

NASK1/K/4
Energie
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlexameneenheden
Vormen van energieVormen van energie.
bewegings-, zwaarte, warmte-, elektrische-, chemische-, stralings-, kern-, veer- of elastische energie
9.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
warmte, elektrische energie

10.3 De kandidaat kan het omzetten van energie van de ene vorm in de andere vorm beschrijven en hierover berekeningen uitvoeren
bewegings-, zwaarte, warmte-, elektrische-, chemische-, stralings-, kern-, veer- of elastische energie

10.3 De kandidaat kan het omzetten van energie van de ene vorm in de andere vorm beschrijven en hierover berekeningen uitvoeren
bewegings-, zwaarte, warmte-, elektrische-, chemische-, stralings-, kern-, veer- of elastische energie

NASK1/K/6
Energie en milieuMilieu en gezondheidseffecten die optreden als gevolg van energiegebruik.
luchtverontreiniging,
 zure regen,
 broeikaseffect,
 thermische verontreiniging,
 irritatie en beschadiging van slijmvliezen, ogen en luchtwegen
9.2 De kandidaat kan de manieren van opwekking van elektrische energie en de gevolgen ervan beschrijven
luchtverontreiniging,
 zure regen,
 broeikaseffect,
 thermische verontreiniging,
 irritatie en beschadiging van slijmvliezen, ogen en luchtwegen

10.2 De kandidaat kan de manieren van opwekking van elektrische energie en de gevolgen ervan beschrijven
luchtverontreiniging,
 zure regen,
 broeikaseffect,
 thermische verontreiniging,
 irritatie en beschadiging van slijmvliezen, ogen en luchtwegen

10.2 De kandidaat kan de manieren van opwekking van elektrische energie en de gevolgen ervan beschrijven
luchtverontreiniging,
 zure regen,
 broeikaseffect,
 thermische verontreiniging,
 irritatie en beschadiging van slijmvliezen, ogen en luchtwegen

NASK1/K/6
Verbranden en verwarmenWarmtebronnen.
kachel,
 c.v.,
 fornuis,
 vloerverwarming,
 gasbrander,
 elektrische kookplaat,
 elektrische dompelaar.
9.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
kachel,
 c.v.,
 fornuis,
 vloerverwarming,
 gasbrander,
 elektrische kookplaat,
 elektrische dompelaar

10.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
kachel,
 c.v.,
 fornuis,
 vloerverwarming,
 gasbrander,
 elektrische kookplaat,
 elektrische dompelaar.

10.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
kachel,
 c.v.,
 fornuis,
 vloerverwarming,
 gasbrander,
 elektrische kookplaat,
 elektrische dompelaar.

NASK1/K/6
Meten van temperatuur.
thermometer,
 temperatuurschalen Kelvin en Celsius,
 temperatuursensor,
 absolute nulpunt
9.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
thermometer,
 temperatuursensor

10.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
T(K) = T (gr. C) + 273
thermometer,
 temperatuurschalen Kelvin en Celsius,
 temperatuursensor,
 absolute nulpunt

10.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
T(K) = T (gr. C) + 273
thermometer,
 temperatuurschalen Kelvin en Celsius,
 temperatuursensor,
 absolute nulpunt

NASK1/K/6
Isolatie toepassen
isoleerkan,
 spouwmuurisolatie,
 bouwmaterialen,
 radiatorfolie,
 handgrepen van pannen,
 dubbele beglazing
9.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
isoleerkan,
 spouwmuurisolatie,
 bouwmaterialen,
 radiatorfolie,
 handgrepen van pannen,
 dubbele beglazing

10.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
isoleerkan,
 spouwmuurisolatie,
 bouwmaterialen,
 radiatorfolie,
 handgrepen van pannen,
 dubbele beglazing

10.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
isoleerkan,
 spouwmuurisolatie,
 bouwmaterialen,
 radiatorfolie,
 handgrepen van pannen,
 dubbele beglazing

NASK1/K/6
Transport van warmte.
geleiding,
 stroming,
 straling
9.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
geleiding,
 stroming,
 straling

10.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
geleiding,
 stroming,
 straling

10.1 De kandidaat kan het proces van verbranden beschrijven en de verspreiding en isolatie van warmte verklaren en toepassen
geleiding,
 stroming,
 straling

NASK1/K/6
Verband tussen temperatuur, tijd en warmte.
verbrandingswarmte,
 temperatuur
n.v.t.
10.3 De kandidaat kan het omzetten van energie van de ene vorm in de andere vorm beschrijven en hierover berekeningen uitvoeren
Eel = Pel.t,
verbrandingswarmte,
 temperatuur

10.3 De kandidaat kan het omzetten van energie van de ene vorm in de andere vorm beschrijven en hierover berekeningen uitvoeren
Eel = Pel.t,
verbrandingswarmte,
 temperatuur

NASK1/K/6
Elektriciteit en magnetismeSchakelingen.
huisinstallatie,
 elektrisch circuit van voertuigen,
 spanningsbron en ‘aarde’,
 verbindingsdraden
7.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
huisinstallatie,
 elektrisch circuit van voertuigen,
 spanningsbron en ‘aarde’,
 verbindingsdraden

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
huisinstallatie,
 elektrisch circuit van voertuigen,
 spanningsbron en ‘aarde’,
 verbindingsdraden

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
huisinstallatie,
 elektrisch circuit van voertuigen,
 spanningsbron en ‘aarde’,
 verbindingsdraden

NASK1/K/5
Aard en functie van componenten in schakelingen.
weerstand,
 NTC, LDR, LED en diode,
 schakelaar,
 drukschakelaar,
 reedcontact,
 relais,
 transistor als schakelaar,
 condensator,
 actuator, zoals motor of lamp,
 transformator
7.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
weerstand,
 NTC, LDR, LED en diode,
 schakelaar,
 drukschakelaar,
 reedcontact,
 relais,
 transistor als schakelaar,
 condensator,
 actuator, zoals motor of lamp,
 transformator

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
weerstand,
 NTC, LDR, LED en diode,
 schakelaar,
 drukschakelaar,
 reedcontact,
 relais,
 transistor als schakelaar,
 condensator,
 actuator, zoals motor of lamp,
 transformator

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
weerstand,
 NTC, LDR, LED en diode,
 schakelaar,
 drukschakelaar,
 reedcontact,
 relais,
 transistor als schakelaar,
 condensator,
 actuator, zoals motor of lamp,
 transformator

NASK1/K/5
Meetinstrumenten
spanningsmeter,
 stroommeter,
 multimeter,
 kWh-meter,
 vermogensmeter
7.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
spanningsmeter,
 stroommeter,
 multimeter,
 kWh-meter,
 vermogensmeter

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
spanningsmeter,
 stroommeter,
 multimeter,
 kWh-meter,
 vermogensmeter

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
spanningsmeter,
 stroommeter,
 multimeter,
 kWh-meter,
 vermogensmeter

NASK1/K/5
Principe van een gesloten stroomkring in serie- en parallelschakelingen.
gesloten stroomkring,
 serieschakeling,
 parallelschakeling
7.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
Rv = R1 + R2 + …
 1/Rv = 1/R1 + 1/R2 + ….
gesloten stroomkring,
 serieschakeling,
 parallelschakeling

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
Rv = R1 + R2 + …
 1/Rv = 1/R1 + 1/R2 + ….
gesloten stroomkring,
 serieschakeling,
 parallelschakeling

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
Rv = R1 + R2 + …
 1/Rv = 1/R1 + 1/R2 + ….
gesloten stroomkring,
 serieschakeling,
 parallelschakeling

NASK1/K/5
Diverse schema's van schakelingen in de praktijk.
inbrekersalarm,
 automatische deurbediening,
 elektronische temperatuursensor,
 schemerschakeling,
 dimmer,
 discolichten
7.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
inbrekersalarm,
 automatische deurbediening,
 elektronische temperatuursensor,
 schemerschakeling,
 dimmer,
 discolichten

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
inbrekersalarm,
 automatische deurbediening,
 elektronische temperatuursensor,
 schemerschakeling,
 dimmer,
 discolichten

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
inbrekersalarm,
 automatische deurbediening,
 elektronische temperatuursensor,
 schemerschakeling,
 dimmer,
 discolichten

NASK1/K/5
Verband spanning en stroom.
spanning,
 stroom,
 weerstand
7.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
R = U/I
spanning,
 stroom,
 weerstand

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
R = U/I
spanning,
 stroom,
 weerstand

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
R = U/I
spanning,
 stroom,
 weerstand

NASK1/K/5
Vermogen van apparaten, totale vermogen en energiegebruik meten en berekenen.
vermogen,
 elektrische energie,
 energiegebruik,
 kWh,
 joule
7.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
P = U.I
 Eel = Pel.t,
vermogen,
 elektrische energie,
 energiegebruik,
 kWh,
 joule

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
P = U.I
 Eel = Pel.t,
vermogen,
 elektrische energie,
 energiegebruik,
 kWh,
 joule

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
P = U.I
 Eel = Pel.t,
vermogen,
 elektrische energie,
 energiegebruik,
 kWh,
 joule

NASK1/K/5
Vegelijken van apparaten ten aanzien van energiegebruik, rendement en veiligheid.
rendement
7.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
rendement

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
rendement

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
rendement

NASK1/K/5
Beveiligen van stroomkringen.
hoofdzekering,
 groepzekering,
 aardlekschakelaar,
 randaarde,
 dubbele isolatie
7.2 De kandidaat kan beveiligingen voor elektriciteit verklaren en toepassen en keuzes tussen verschillende apparaten beargumenteren
hoofdzekering,
 groepzekering,
 aardlekschakelaar,
 randaarde,
 dubbele isolatie

8.2 De kandidaat kan beveiligingen voor elektriciteit verklaren en toepassen en keuzes tussen verschillende apparaten beargumenteren
hoofdzekering,
 groepzekering,
 aardlekschakelaar,
 randaarde,
 dubbele isolatie

8.2 De kandidaat kan beveiligingen voor elektriciteit verklaren en toepassen en keuzes tussen verschillende apparaten beargumenteren
hoofdzekering,
 groepzekering,
 aardlekschakelaar,
 randaarde,
 dubbele isolatie

NASK1/K/5
Geleiders en isolatoren toepassen.
elektrische geleider,
 elektrische isolator
7.2 De kandidaat kan beveiligingen voor elektriciteit verklaren en toepassen en keuzes tussen verschillende apparaten beargumenteren
elektrische geleider,
 elektrische isolator

8.2 De kandidaat kan beveiligingen voor elektriciteit verklaren en toepassen en keuzes tussen verschillende apparaten beargumenteren
elektrische geleider,
 elektrische isolator

8.2 De kandidaat kan beveiligingen voor elektriciteit verklaren en toepassen en keuzes tussen verschillende apparaten beargumenteren
elektrische geleider,
 elektrische isolator

NASK1/K/5
Verband tussen gebruikstijd van accu en capaciteit.
capaciteit van accu
n.v.t.
8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
C = I.t
capaciteit van accu

8.1 De kandidaat kan elektrische schakelingen ontwerpen en analyseren en hierover berekeningen uitvoeren
C = I.t
capaciteit van accu

NASK1/K/5
Magnetisme.
permanente magneet,
 noord- en zuidpool,
 aantrekking en afstoting tussen polen,
 veldlijnen,
 spoel,
 weekijzeren kern,
 elektromagneet
n.v.t.
8.3 De kandidaat kan de werking van de dynamo en de transformator beschrijven met begrippen uit het magnetisme
permanente magneet,
 noord- en zuidpool,
 aantrekking en afstoting tussen polen,
 veldlijnen,
 spoel,
 weekijzeren kern,
 elektromagneet

8.3 De kandidaat kan de werking van de dynamo en de transformator beschrijven met begrippen uit het magnetisme
permanente magneet,
 noord- en zuidpool,
 aantrekking en afstoting tussen polen,
 veldlijnen,
 spoel,
 weekijzeren kern,
 elektromagneet

NASK1/K/5
Magnetisme en toepassingen.
dynamo,
 transfomator,
 luidspreker,
 relais
 reedcontact
n.v.t.
8.3 De kandidaat kan de werking van de dynamo en de transformator beschrijven met begrippen uit het magnetisme
dynamo,
 transfomator,
 luidspreker,
 relais
 reedcontact

8.3 De kandidaat kan de werking van de dynamo en de transformator beschrijven met begrippen uit het magnetisme
dynamo,
 transfomator,
 luidspreker,
 relais
 reedcontact

NASK1/K/5
Onderdelen van een dynamo en de manier van opwekken van elektrische energie.
bewegingsenergie,
 elektrische energie,
 magneet,
 energieomzetting
n.v.t.
8.3 De kandidaat kan de werking van de dynamo en de transformator beschrijven met begrippen uit het magnetisme
bewegingsenergie,
 elektrische energie,
 magneet,
 energieomzetting

8.3 De kandidaat kan de werking van de dynamo en de transformator beschrijven met begrippen uit het magnetisme
bewegingsenergie,
 elektrische energie,
 magneet,
 energieomzetting

NASK1/K/5
Onderdelen van een transformator, de werking ervan en haar toepassingen.
primaire en secundaire kring,
 transformatie van spanning,
 overdracht van vermogen,
 toepassingen ten minste:
 . adapter
 . halogeenverlichting
 . elektriciteitstransport
n.v.t.
8.3 De kandidaat kan de werking van de dynamo en de transformator beschrijven met begrippen uit het magnetisme
ηp / ηs = Up / Us
primaire en secundaire kring,
 transformatie van spanning,
 overdracht van vermogen,
 toepassingen ten minste:
 . adapter
 . halogeenverlichting
 . elektriciteitstransport

8.3 De kandidaat kan de werking van de dynamo en de transformator beschrijven met begrippen uit het magnetisme
ηp / ηs = Up / Us
primaire en secundaire kring,
 transformatie van spanning,
 overdracht van vermogen,
 toepassingen ten minste:
 . adapter
 . halogeenverlichting
 . elektriciteitstransport

NASK1/K/5
EnergieomzettingOmzetten van energie, wet van behoud van energie.
energieomzetting,
 wet van behoud van energie,
 verbrandingswarmte,
 rendement,
 vermogen
n.v.t.
10.3 De kandidaat kan het omzetten van energie van de ene vorm in de andere vorm beschrijven en hierover berekeningen uitvoeren
Ebew = ½ m.v2,
 Ez = m.g.h,
 Eel = Pel.t,
 
energieomzetting,
 wet van behoud van energie,
 verbrandingswarmte,
 rendement,
 vermogen

10.3 De kandidaat kan het omzetten van energie van de ene vorm in de andere vorm beschrijven en hierover berekeningen uitvoeren
Ebew = ½ m.v2,
 Ez = m.g.h,
 Eel = Pel.t,
 
energieomzetting,
 wet van behoud van energie,
 verbrandingswarmte,
 rendement,
 vermogen

NASK1/K/6
Rendement en vermogenHet rendement berekenen.
energieomzetting,
 rendement,
 vermogen
n.v.t.
10.3 De kandidaat kan het omzetten van energie van de ene vorm in de andere vorm beschrijven en hierover berekeningen uitvoeren
η = Eaf/Eop = Paf/Pop
energieomzetting,
 rendement,
 vermogen

10.3 De kandidaat kan het omzetten van energie van de ene vorm in de andere vorm beschrijven en hierover berekeningen uitvoeren
η = Eaf/Eop = Paf/Pop
energieomzetting,
 rendement,
 vermogen

NASK1/K/6
Licht, geluid en straling
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlexameneenheden
GeluidGeluidsbronnen
stemvork,
 muziekinstrumenten,
 luidspreker,
 oortelefoon,
 machines,
 verkeer
12. De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
stemvork,
 muziekinstrumenten,
 luidspreker,
 oortelefoon,
 machines,
 verkeer

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
stemvork,
 muziekinstrumenten,
 luidspreker,
 oortelefoon,
 machines,
 verkeer

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
stemvork,
 muziekinstrumenten,
 luidspreker,
 oortelefoon,
 machines,
 verkeer

NASK1/K/8
Geluidsontvangers
oor,
 microfoon,
 geluidsensor
12. De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
oor,
 microfoon,
 geluidsensor

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
oor,
 microfoon,
 geluidsensor

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
oor,
 microfoon,
 geluidsensor

NASK1/K/8
Geluidstoepassingen
echo,
 echolood,
 echoscopie
12. De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
echo,
 echolood,
 echoscopie

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
echo,
 echolood,
 echoscopie

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
echo,
 echolood,
 echoscopie

NASK1/K/8
Verband tussen toonhoogte (frequentie) van een snaarinstrument en lengte en spankracht in de snaar.
frequentie,
 snaarlengte
12. De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
frequentie,
 snaarlengte

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
frequentie,
 snaarlengte

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
frequentie,
 snaarlengte

NASK1/K/8
Relatie tussen geluidsterkte en geluidshinder met metingen.
geluidssterktemeter,
 computermetingen,
 dB(A)-schaal,
 gehoorgrenzen (tussen 20 Hz en 20 kHz)
12. De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
geluidssterktemeter,
 computermetingen,
 dB(A)-schaal,
 gehoorgrenzen (tussen 20 Hz en 20 kHz)

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
geluidssterktemeter,
 computermetingen,
 dB(A)-schaal,
 gehoorgrenzen (tussen 20 Hz en 20 kHz)

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
geluidssterktemeter,
 computermetingen,
 dB(A)-schaal,
 gehoorgrenzen (tussen 20 Hz en 20 kHz)

NASK1/K/8
Gezondheidsschade door geluidssterkte en tijdsduur en het nemen van maatregelen.
geluidswal,
 geluidsscherm,
 gehoorbeschermers,
 dubbele beglazing
12. De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
geluidswal,
 geluidsscherm,
 gehoorbeschermers,
 dubbele beglazing

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
geluidswal,
 geluidsscherm,
 gehoorbeschermers,
 dubbele beglazing

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
geluidswal,
 geluidsscherm,
 gehoorbeschermers,
 dubbele beglazing

NASK1/K/8
Geluidskenmerken.
toonhoogte,
 frequentie,
 amplitude,
 geluidssterkte
n.v.t.
13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
toonhoogte,
 frequentie,
 amplitude,
 geluidssterkte

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
toonhoogte,
 frequentie,
 amplitude,
 geluidssterkte

NASK1/K/8
De geluidssnelheid in verschillende tussenstoffen berekenen.
geluidsafstand,
 geluidssnelheid
n.v.t.
13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
s = vgeluid .t
geluidsafstand,
 geluidssnelheid

13.1 De kandidaat kan de eigenschappen van geluid toepassen en de gevolgen van geluidshinder en de beperking van geluidshinder toelichten
s = vgeluid .t
geluidsafstand,
 geluidssnelheid

NASK1/K/8
Trillingstijd van een toon bepalen met een oscilloscoopbeeld en berekening.
frequentie,
 trillingstijd.
n.v.t.
13.2 De kandidaat kan geluid vastleggen met oscilloscoop of computer en daaruit de frequentie bepalen
f = 1 / T
frequentie,
 trillingstijd.

13.2 De kandidaat kan geluid vastleggen met oscilloscoop of computer en daaruit de frequentie bepalen
f = 1 / T
frequentie,
 trillingstijd.

NASK1/K/8
De onderdelen en de werking van een luidspreker.
conus,
 magneet,
 spoel.
n.v.t.
13.3 De kandidaat kan de werking van een luidspreker uitleggen
conus,
 magneet,
 spoel.

13.3 De kandidaat kan de werking van een luidspreker uitleggen
conus,
 magneet,
 spoel.

NASK1/K/8
LichtLichtbronnen, eigenschappen van lichtstralen, schaduwvorming.
zon,
 kunstlicht,
 rechtlijnige lichtstralen,
 schaduw,
 kleur.
11.1 De kandidaat kan rechtlijnige lichtstralen, verschillende soorten lichtbundels, schaduwvorming, kleurvorming en verschillende soorten straling toepassen
zon,
 kunstlicht,
 rechtlijnige lichtstralen,
 schaduw,
 kleur.

11.1 De kandidaat kan rechtlijnige lichtstralen, verschillende soorten lichtbundels, schaduwvorming, kleurvorming en verschillende soorten straling toepassen
zon,
 kunstlicht,
 rechtlijnige lichtstralen,
 schaduw,
 kleur.

11.1 De kandidaat kan rechtlijnige lichtstralen, verschillende soorten lichtbundels, schaduwvorming, kleurvorming en verschillende soorten straling toepassen
zon,
 kunstlicht,
 rechtlijnige lichtstralen,
 schaduw,
 kleur.

NASK1/K/7
Beeldvorming bij spiegel.
vlakke spiegel,
 spiegelbeeld,
 construeren.
11.2 De kandidaat kan verschillende soorten lenzen herkennen en de werking van de vlakke spiegel en de bolle lens toepassen
vlakke spiegel,
 spiegelbeeld,
 construeren.

11.2 De kandidaat kan verschillende soorten lenzen herkennen en de werking van de vlakke spiegel en de bolle lens toepassen
vlakke spiegel,
 spiegelbeeld,
 construeren.

11.2 De kandidaat kan verschillende soorten lenzen herkennen en de werking van de vlakke spiegel en de bolle lens toepassen
vlakke spiegel,
 spiegelbeeld,
 construeren.

NASK1/K/7
Lens
beeldvorming bij bolle lens.
11.2 De kandidaat kan verschillende soorten lenzen herkennen en de werking van de vlakke spiegel en de bolle lens toepassen
beeldvorming bij bolle lens.

11.2 De kandidaat kan verschillende soorten lenzen herkennen en de werking van de vlakke spiegel en de bolle lens toepassen
beeldvorming bij bolle lens.

11.2 De kandidaat kan verschillende soorten lenzen herkennen en de werking van de vlakke spiegel en de bolle lens toepassen
beeldvorming bij bolle lens.

NASK1/K/7
Het oog als lens en andere toepassingen van een lens.
accomoderen,
 bijziend,
 verziend,
 pupil,
 netvlies,
 blinde vlek.
11.3 De kandidaat kan beeldvorming bij het menselijk oog en oogafwijkingen toepassen
accomoderen,
 bijziend,
 verziend,
 pupil,
 netvlies,
 blinde vlek.

11.3 De kandidaat kan beeldvorming bij het menselijk oog en oogafwijkingen toepassen
accomoderen,
 bijziend,
 verziend,
 pupil,
 netvlies,
 blinde vlek.

11.3 De kandidaat kan beeldvorming bij het menselijk oog en oogafwijkingen toepassen
accomoderen,
 bijziend,
 verziend,
 pupil,
 netvlies,
 blinde vlek.

NASK1/K/7
Kleurschifting en kleurvorming.
prisma,
 primaire kleuren,
 kleurvorming.
11.1 De kandidaat kan rechtlijnige lichtstralen, verschillende soorten lichtbundels, schaduwvorming, kleurvorming en verschillende soorten straling toepassen
prisma,
 primaire kleuren,
 kleurvorming.

11.1 De kandidaat kan rechtlijnige lichtstralen, verschillende soorten lichtbundels, schaduwvorming, kleurvorming en verschillende soorten straling toepassen
prisma,
 primaire kleuren,
 kleurvorming.

11.1 De kandidaat kan rechtlijnige lichtstralen, verschillende soorten lichtbundels, schaduwvorming, kleurvorming en verschillende soorten straling toepassen
prisma,
 primaire kleuren,
 kleurvorming.

NASK1/K/7
Beeldvorming door een bolle lens en relaties tussen v en b
brandpunt,
 beeldafstand,
 voorwerpafstand
n.v.t.
11.2 De kandidaat kan verschillende soorten lenzen herkennen en de werking van de vlakke spiegel en de bolle lens toepassen
1/f = 1/b + 1/v
brandpunt,
 beeldafstand,
 voorwerpafstand

11.2 De kandidaat kan verschillende soorten lenzen herkennen en de werking van de vlakke spiegel en de bolle lens toepassen
1/f = 1/b + 1/v
brandpunt,
 beeldafstand,
 voorwerpafstand

NASK1/K/7
Straling en stralingsbeschermingStralingsbronnen en soorten straling.
alfa-,
 bèta-,
 gammastraling.
n.v.t.
18.1 De kandidaat kan bronnen van ioniserende straling noemen
alfa-,
 bèta-,
 gammastraling.

18.1 De kandidaat kan bronnen van ioniserende straling noemen
alfa-,
 bèta-,
 gammastraling.

NASK1/K/11
Vervalreacties van alfa, bèta en gamma straling.
halveringstijd als maat voor de activiteit van een stof.
n.v.t.
18.2 De kandidaat kan radioactief verval en toepassingen ervan beschrijven
halveringstijd als maat voor de activiteit van een stof.

18.2 De kandidaat kan radioactief verval en toepassingen ervan beschrijven
halveringstijd als maat voor de activiteit van een stof.

NASK1/K/11
Gebruik van straling in diagnostische medische toepassingen.
röntgenfoto,
 hoogtezon,
 rode lamp.
n.v.t.
18.2 De kandidaat kan radioactief verval en toepassingen ervan beschrijven
röntgenfoto,
 hoogtezon,
 rode lamp.

18.2 De kandidaat kan radioactief verval en toepassingen ervan beschrijven
röntgenfoto,
 hoogtezon,
 rode lamp.

NASK1/K/11
Veiligheidsmaatregelen tegen straling.
opslag kernafval,
 afscherming met lood.
n.v.t.
18.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen tegen ongewenste effecten van straling en radioactieve stoffen beschrijven
opslag kernafval,
 afscherming met lood.

18.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen tegen ongewenste effecten van straling en radioactieve stoffen beschrijven
opslag kernafval,
 afscherming met lood.

NASK1/K/11
Kracht en beweging
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlexameneenheden
KrachtSoorten krachten, de werking en toepassingen.
spierkracht,
 veerkracht,
 spankracht,
 zwaartekracht,
 wrijvingskracht,
 magnetische kracht,
 elektrische kracht,
 grootte en richting,
 vectorvoorstelling,
 kracht meten met veerunster of krachtsensor
14.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
spierkracht,
 veerkracht,
 spankracht,
 zwaartekracht,
 wrijvingskracht,
 magnetische kracht,
 elektrische kracht,
 grootte en richting,
 vectorvoorstelling,
 kracht meten met veerunster of krachtsensor

15. 1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
spierkracht,
 veerkracht,
 spankracht,
 zwaartekracht,
 wrijvingskracht,
 magnetische kracht,
 elektrische kracht,
 grootte en richting,
 vectorvoorstelling,
 kracht meten met veerunster of krachtsensor

15. 1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
spierkracht,
 veerkracht,
 spankracht,
 zwaartekracht,
 wrijvingskracht,
 magnetische kracht,
 elektrische kracht,
 grootte en richting,
 vectorvoorstelling,
 kracht meten met veerunster of krachtsensor

NASK1/K/9
Werking van de hefboomwet en toepassingen.
kracht,
 arm,
 evenwicht,
 tang,
 klauwhamer,
 breekijzer,
 steekwagen,
 steek/ringsleutel,
 momentsleutel
14.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
kracht,
 arm,
 evenwicht,
 tang,
 klauwhamer,
 breekijzer,
 steekwagen,
 steek/ringsleutel,
 momentsleutel

15.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
kracht,
 arm,
 evenwicht,
 tang,
 klauwhamer,
 breekijzer,
 steekwagen,
 steek/ringsleutel,
 momentsleutel

15.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
kracht,
 arm,
 evenwicht,
 tang,
 klauwhamer,
 breekijzer,
 steekwagen,
 steek/ringsleutel,
 momentsleutel

NASK1/K/9
Krachten samenstellen bij een rijdend voertuig.
aandrijfkracht en remkracht
 - tegenwerkende krachten,  luchtwrijving, rolwrijving
 - nettokracht
14.2 De kandidaat kan bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen
aandrijfkracht en remkracht
 - tegenwerkende krachten,  luchtwrijving, rolwrijving
 - nettokracht

15.2 De kandidaat kan bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen
aandrijfkracht en remkracht
 - tegenwerkende krachten,  luchtwrijving, rolwrijving
 - nettokracht

15.2 De kandidaat kan bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen
aandrijfkracht en remkracht
 - tegenwerkende krachten,  luchtwrijving, rolwrijving
 - nettokracht

NASK1/K/9
Massamiddelpunt bepalen en de hefboomwet toepassen.
resultante,
 massamiddelpunt,
 zwaartekracht,
 hefboomwet
n.v.t.n.v.t.
20.2 De kandidaat kan de plaats van het massamiddelpunt bepalen en berekeningen met de hefboomwet uitvoeren
M = F . L,
 Mlinksom = Mrechtsom
resultante,
 massamiddelpunt,
 zwaartekracht,
 hefboomwet

NASK1/V/2
DrukDe druk van een voorwerp op de ondergrond in relatie met kracht en oppervlak, zoals rupsband en punaise.
druk,
 kracht,
 oppervlak,
 rupsband,
 punaise
14.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
druk,
 kracht,
 oppervlak,
 rupsband,
 punaise

n.v.t.n.v.t.NASK1/K/9
De druk van een voorwerp berekenen.
druk,
 kracht,
 oppervlak,
 veiligheidsgordel,
 veiligheidshelm,
 rijplaten,
 rupsband,
 tractorbanden,
 mes,
 punaise
n.v.t.
15.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
p = F / A
druk,
 kracht,
 oppervlak,
 veiligheidsgordel,
 veiligheidshelm,
 rijplaten,
 rupsband,
 tractorbanden,
 mes,
 punaise

15.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
p = F / A
druk,
 kracht,
 oppervlak,
 veiligheidsgordel,
 veiligheidshelm,
 rijplaten,
 rupsband,
 tractorbanden,
 mes,
 punaise

NASK1/K/9
OverbrengingenGebruik en werking van een katrol.
vaste katrol,
 losse katrol,
 takels
14.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
vaste katrol,
 losse katrol,
 takels

15.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
vaste katrol,
 losse katrol,
 takels

15.1 De kandidaat kan de werking van verschillende soorten krachten en de druk van een voorwerp op de ondergrond beschrijven en in evenwichtsituaties kwalitatief de hefboomwet toepassen
vaste katrol,
 losse katrol,
 takels

NASK1/K/9
BewegingBerekenen van gemiddelde snelheid.
gemiddelde snelheid,
 afstand,
 tijd.
14.2 De kandidaat kan bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen
gemiddelde snelheid,
 afstand,
 tijd

15.2 De kandidaat kan bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen
Vgem = s / t.
gemiddelde snelheid,
 afstand,
 tijd.

15.2 De kandidaat kan bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen
Vgem = s / t.
gemiddelde snelheid,
 afstand,
 tijd.

NASK1/K/9
(s, t)- en (v,t)-diagrammen van bewegingen aflezen en maken.
bewegingen met constante snelheid,
 eenparig versnelde bewegingen,
 eenparig vertraagde bewegingen,
 andere bewegingen.
14.2 De kandidaat kan bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen
bewegingen met constante snelheid,
 eenparig versnelde bewegingen,
 eenparig vertraagde bewegingen,
 andere bewegingen.

15.2 De kandidaat kan bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen
bewegingen met constante snelheid,
 eenparig versnelde bewegingen,
 eenparig vertraagde bewegingen,
 andere bewegingen.

15.2 De kandidaat kan bij een bewegend voorwerp diagrammen interpreteren, krachten samenstellen en de gemiddelde snelheid berekenen
bewegingen met constante snelheid,
 eenparig versnelde bewegingen,
 eenparig vertraagde bewegingen,
 andere bewegingen.

NASK1/K/9
Veiligheid in het verkeerVeiligheidsmaatregelingen in het verkeer.
veiligheidsgordel,
 veiligheidshelm,
 kreukelzone,
 hoofdsteun,
 kooiconstructie,
 airbag
14.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen
veiligheidsgordel,
 veiligheidshelm,
 kreukelzone,
 hoofdsteun,
 kooiconstructie,
 airbag

15.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen en verschijnselen van traagheid verklaren
veiligheidsgordel,
 veiligheidshelm,
 kreukelzone,
 hoofdsteun,
 kooiconstructie,
 airbag

15.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen en verschijnselen van traagheid verklaren
veiligheidsgordel,
 veiligheidshelm,
 kreukelzone,
 hoofdsteun,
 kooiconstructie,
 airbag

NASK1/K/9
Omstandigheden die invoed hebben op verkeersveiligheid.
reactietijd,
 rijsnelheid,
 staat van de banden en van het wegdek,
 weersomstandigheden.
14.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen
reactietijd,
 rijsnelheid,
 staat van de banden en van het wegdek,
 weersomstandigheden

15.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen en verschijnselen van traagheid verklaren
stopafstand = reactieafstand + remweg
reactietijd,
 rijsnelheid,
 staat van de banden en van het wegdek,
 weersomstandigheden.

15.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen en verschijnselen van traagheid verklaren
stopafstand = reactieafstand + remweg
reactietijd,
 rijsnelheid,
 staat van de banden en van het wegdek,
 weersomstandigheden.

NASK1/K/9
In de context van veiligheidsgordel, airbag, valhelm, kreukelzone, kooiconstructie, hoofdsteun berekeningen maken.
snelheid,
 vertraging/versnelling,
 kracht,
 arbeid,
 bewegingsenergie,
 zwaarte-energie,
 vermogen
n.v.t.n.v.t.
20.1 De kandidaat kan berekeningen uitvoeren en redeneringen opzetten in situaties van verkeer en veiligheid
s = v.t,
 a = Δv / Δt,
 F = m.a,
 W = F.s,
 Ebew = ½ m.v2,
 Ez = m.g.h
 P = E  / t
snelheid,
 vertraging/versnelling,
 kracht,
 arbeid,
 bewegingsenergie,
 zwaarte-energie,
 vermogen

NASK1/V/1
TraagheidVerschijnselen van traagheid, die zich bij snelheidsverandering voordoen.
traagheid,
 snelheidverandering
n.v.t.
15.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen en verschijnselen van traagheid verklaren
traagheid,
 snelheidverandering

15.3 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen in het verkeer uitleggen en toepassen en verschijnselen van traagheid verklaren
traagheid,
 snelheidverandering

NASK1/K/9
Bewegen en botsenGegevens verzamelen en verwerken over bewegingen of botsingen.
meten,
 videometen,
 ontwerpen,
 berekenen,
 beredeneren,
 selecteren,
 tekenen,
 uitlezen
n.v.t.n.v.t.
20.2 De kandidaat kan uit bronnen over bewegingen of botsingen gegevens selecteren en verwerken
meten,
 videometen,
 ontwerpen,
 berekenen,
 beredeneren,
 selecteren,
 tekenen,
 uitlezen

NASK1/V/1
ConstructiesIn constructies krachten onderscheiden, samenstellen en berekenen.
veerkracht en zwaartekracht,
 spankracht,
 trekkracht, duwkracht,
 massamiddelpunt,
 moment van een kracht,
 momentenwet bij
 evenwicht,
 vector,
 nettokracht
n.v.t.n.v.t.
21.1 De kandidaat kan in constructies krachten onderscheiden, ontbinden, samenstellen en berekenen
veerkracht en zwaartekracht,
 spankracht,
 trekkracht, duwkracht,
 massamiddelpunt,
 moment van een kracht,
 momentenwet bij
 evenwicht,
 vector,
 nettokracht

NASK1/V/2
Ruimte
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlexameneenheden
WeerWeersverwachting.
temperatuur,
 luchtdruk,
 meetapparatuur,
 weersverwachting
n.v.t.
19.1 De kandidaat kan  het meten van temperatuur en luchtdruk toepassen
temperatuur,
 luchtdruk,
 meetapparatuur,
 weersverwachting

19.1 De kandidaat kan  het meten van temperatuur en luchtdruk toepassen
temperatuur,
 luchtdruk,
 meetapparatuur,
 weersverwachting

NASK1/K/12
Ontstaan van wolken, neerslag en bliksem.
stijgende en dalende lucht,
 condensatie,
 verdamping,
 ontlading
n.v.t.
19.2 De kandidaat kan het ontstaan van wolken, neerslag en bliksem beschrijven
stijgende en dalende lucht,
 condensatie,
 verdamping,
 ontlading

19.2 De kandidaat kan het ontstaan van wolken, neerslag en bliksem beschrijven
stijgende en dalende lucht,
 condensatie,
 verdamping,
 ontlading

NASK1/K/12
Invloed van het weer op maatschappelijke aspecten.
landbouw,
 recreatie,
 natuurverschijnselen,
 natuurrampen
n.v.t.
19.3 De kandidaat kan maatschappelijke aspecten van weersverschijnselen toelichten
landbouw,
 recreatie,
 natuurverschijnselen,
 natuurrampen

19.3 De kandidaat kan maatschappelijke aspecten van weersverschijnselen toelichten.
landbouw,
 recreatie,
 natuurverschijnselen,
 natuurrampen

NASK1/K/12