helphelp

Exameneenheden

( )

ExameneenheidKenmerken van de taakuitvoeringDomeinen

NE/K/5 Spreek- en gespreksvaardigheid
De kandidaat kan:
  • relevante informatie verzamelen en verwerken ten behoeve van de spreek- en gesprekssituatie strategieën hanteren ten behoeve van de spreek- en gesprekssituatie
  • compenserende strategieën kiezen en hanteren
  • het spreek-/luisterdoel in de situatie tot uitdrukking brengen
  • het spreek-/luisterdoel en taalgebruik richten op verschillende soorten publiek
  • het spreekdoel van anderen herkennen en de reacties van anderen inschatten
  • in spreek- en gesprekssituaties taalvarianten herkennen en daar adequaat op inspelen.
 

NE/K/5

Tekstsoort: gesprekssituaties Vakinhoud: relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstsoort: gesprekssituaties
 
 Vakinhoud:
 relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstsoort: spreeksituaties Vakinhoud: relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstsoort: spreeksituaties
 
 Vakinhoud:
 relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten
Mondelinge taalvaardigheid

NE/V/1 Verwerven, verwerken en verstrekken van informatie
De kandidaat kan zelfstandig informatie verwerven, verwerken en verstrekken in het kader van het sectorwerkstuk.

NE/V/1

Tekstsoort: gesprekssituaties Vakinhoud: relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstsoort: gesprekssituaties
 
 Vakinhoud:
 relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen, wat meer complex qua opbouw dan onderliggende niveaus, heldere structuur met duidelijke verbanden en denkstappen, redelijk informatiedicht Kijk- en luisterteksten zoals uitleg, instructies, toespraken, (

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen, wat meer complex qua opbouw dan onderliggende niveaus, heldere structuur met duidelijke verbanden en denkstappen, redelijk informatiedicht
 
 Kijk- en luisterteksten zoals uitleg, instructies, toespraken, (nieuws)berichten, documentaires, reclameboodschappen, discussieprogramma’s, films en televisieseries
 
 Vakinhoud:
 strategieën voor tekstbegrip, doel van de makers, belangrijkste elementen van een programma, betekenis van een uitspraak, oordeel over de tekst met toelichting, instructie uitvoeren, waarde en betrouwbaarheid informatie

Tekstsoort: spreeksituaties Vakinhoud: relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstsoort: spreeksituaties
 
 Vakinhoud:
 relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen en onderwerpen die iets verder van de leerling afstaan, in vergelijking met onderliggende niveaus wat meer complex qua woordenschat, zinsbouw en opbouw, met een heldere structuur, duidelijke tekstverbanden,

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen en onderwerpen die iets verder van de leerling afstaan, in vergelijking met onderliggende niveaus wat meer complex qua woordenschat, zinsbouw en opbouw, met een heldere structuur, duidelijke tekstverbanden, lage informatiedichtheid en niet te lang
 
 Informatieve teksten zoals artikelen uit kranten en populaire tijdschriften, standaardformulieren, schema’s, notities, digitale teksten
 
 Instructieve teksten zoals korte instructieteksten, (gebruiks)aanwijzingen, recepten
 
 Betogende teksten zoals artikelen uit kranten en populaire tijdschriften, reclameteksten, advertenties, folders
 
 Vakinhoud:
 strategieën voor tekstbegrip, functie beeld en opmaak, schrijfdoel, tekstrelaties, samenvatten, hoofdonderwerp, hoofdgedachte, talige middelen van een schrijver om zijn of haar doel te bereiken, oordeel over de tekst

Tekstkeuze: verschillende soorten fictiewerken Vakinhoud: soorten fictiewerken, situatie, denken en handelen van personages, relatie fictiewerk en werkelijkheid, kenmerken fictie, relevante achtergrondinformatie, persoonlijke reactie met voorbeelden

Tekstkeuze: verschillende soorten fictiewerken
 
 Vakinhoud:
 soorten fictiewerken, situatie, denken en handelen van personages, relatie fictiewerk en werkelijkheid, kenmerken fictie, relevante achtergrondinformatie, persoonlijke reactie met voorbeelden

Tekstsoort: teksten over herkenbare onderwerpen van maatschappelijke en beroepsmatige aard met zekere mate van sturing met betrekking tot doel, publiek, vorm en inhoud van de te schrijven teksten Informatieve, overtuigende, opiniërende en activerende

Tekstsoort:
 teksten over herkenbare onderwerpen van maatschappelijke en beroepsmatige aard met zekere mate van sturing met betrekking tot doel, publiek, vorm en inhoud van de te schrijven teksten
 
 Informatieve, overtuigende, opiniërende en activerende teksten zoals (in)formele brieven en e-mails, formulieren, korte instructieteksten, (gebruiks)aanwijzingen, verslagen, artikelen voor schoolkrant, jongerentijdschrift of dagblad,  advertenties, schriftelijke verzoeken
 
 Vakinhoud:
 - strategieën (schrijfplan, informatie, herschrijven, omschrijvingen, hulpmiddelen),
 - schrijfdoel (informatie geven en vragen, overtuigen, mening geven, tot handelen aanzetten),
 - taalgebruik (woordkeuze, toon, zinsbouw),
 - lezerspubliek (directe omgeving, instanties, geadresseerden met hogere status),
 - schrijfconventies (tekstsoorten, tekst- en alinea-opbouw, spelling, interpunctie, uiterlijke verzorging)
 - beschikbare elektronische hulpmiddelen
 
 
Mondelinge taalvaardigheid
Leesvaardigheid
Schrijfvaardigheid

NE/V/3 Vaardigheden in samenhang
De kandidaat kan de vaardigheden uit het kerndeel in samenhang toepassen.

NE/V/3

Tekstsoort: gesprekssituaties Vakinhoud: relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstsoort: gesprekssituaties
 
 Vakinhoud:
 relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen, wat meer complex qua opbouw dan onderliggende niveaus, heldere structuur met duidelijke verbanden en denkstappen, redelijk informatiedicht Kijk- en luisterteksten zoals uitleg, instructies, toespraken, (

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen, wat meer complex qua opbouw dan onderliggende niveaus, heldere structuur met duidelijke verbanden en denkstappen, redelijk informatiedicht
 
 Kijk- en luisterteksten zoals uitleg, instructies, toespraken, (nieuws)berichten, documentaires, reclameboodschappen, discussieprogramma’s, films en televisieseries
 
 Vakinhoud:
 strategieën voor tekstbegrip, doel van de makers, belangrijkste elementen van een programma, betekenis van een uitspraak, oordeel over de tekst met toelichting, instructie uitvoeren, waarde en betrouwbaarheid informatie

Tekstsoort: spreeksituaties Vakinhoud: relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstsoort: spreeksituaties
 
 Vakinhoud:
 relevante informatie, strategieën, eigen spreek-/luisterdoel, soorten publiek, spreekdoel van een ander, interactie, taalvarianten

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen en onderwerpen die iets verder van de leerling afstaan, in vergelijking met onderliggende niveaus wat meer complex qua woordenschat, zinsbouw en opbouw, met een heldere structuur, duidelijke tekstverbanden,

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen en onderwerpen die iets verder van de leerling afstaan, in vergelijking met onderliggende niveaus wat meer complex qua woordenschat, zinsbouw en opbouw, met een heldere structuur, duidelijke tekstverbanden, lage informatiedichtheid en niet te lang
 
 Informatieve teksten zoals artikelen uit kranten en populaire tijdschriften, standaardformulieren, schema’s, notities, digitale teksten
 
 Instructieve teksten zoals korte instructieteksten, (gebruiks)aanwijzingen, recepten
 
 Betogende teksten zoals artikelen uit kranten en populaire tijdschriften, reclameteksten, advertenties, folders
 
 Vakinhoud:
 strategieën voor tekstbegrip, functie beeld en opmaak, schrijfdoel, tekstrelaties, samenvatten, hoofdonderwerp, hoofdgedachte, talige middelen van een schrijver om zijn of haar doel te bereiken, oordeel over de tekst

Tekstkeuze: verschillende soorten fictiewerken Vakinhoud: soorten fictiewerken, situatie, denken en handelen van personages, relatie fictiewerk en werkelijkheid, kenmerken fictie, relevante achtergrondinformatie, persoonlijke reactie met voorbeelden

Tekstkeuze: verschillende soorten fictiewerken
 
 Vakinhoud:
 soorten fictiewerken, situatie, denken en handelen van personages, relatie fictiewerk en werkelijkheid, kenmerken fictie, relevante achtergrondinformatie, persoonlijke reactie met voorbeelden

Tekstsoort: teksten over herkenbare onderwerpen van maatschappelijke en beroepsmatige aard met zekere mate van sturing met betrekking tot doel, publiek, vorm en inhoud van de te schrijven teksten Informatieve, overtuigende, opiniërende en activerende

Tekstsoort:
 teksten over herkenbare onderwerpen van maatschappelijke en beroepsmatige aard met zekere mate van sturing met betrekking tot doel, publiek, vorm en inhoud van de te schrijven teksten
 
 Informatieve, overtuigende, opiniërende en activerende teksten zoals (in)formele brieven en e-mails, formulieren, korte instructieteksten, (gebruiks)aanwijzingen, verslagen, artikelen voor schoolkrant, jongerentijdschrift of dagblad,  advertenties, schriftelijke verzoeken
 
 Vakinhoud:
 - strategieën (schrijfplan, informatie, herschrijven, omschrijvingen, hulpmiddelen),
 - schrijfdoel (informatie geven en vragen, overtuigen, mening geven, tot handelen aanzetten),
 - taalgebruik (woordkeuze, toon, zinsbouw),
 - lezerspubliek (directe omgeving, instanties, geadresseerden met hogere status),
 - schrijfconventies (tekstsoorten, tekst- en alinea-opbouw, spelling, interpunctie, uiterlijke verzorging)
 - beschikbare elektronische hulpmiddelen
 
 
Mondelinge taalvaardigheid
Leesvaardigheid
Schrijfvaardigheid

NE/K/4
Luister- en kijkvaardigheid
De kandidaat kan:
  • luister- en kijkstrategieën hanteren
  • compenserende strategieën kiezen en hanteren
  • het doel van de makers van een programma aangeven
  • de belangrijkste elementen van een programma weergeven
  • een oordeel geven over een programma en dit toelichten
  • een instructie uitvoeren.
 
De kandidaat kan:
  • luister- en kijkstrategieën hanteren
  • compenserende strategieën kiezen en hanteren
  • het doel van de makers van een programma aangeven
  • de belangrijkste elementen van een programma weergeven
  • een oordeel geven over een programma en dit toelichten
  • een instructie uitvoeren
  • de waarde en betrouwbaarheid aangeven van de informatie die door de massamedia verspreid wordt.

NE/K/4/BB

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen, bescheiden van omvang en eenvoudig qua opbouw, heldere structuur met duidelijke verbanden en denkstappen, redelijk informatiedicht Kijk- en luisterteksten zoals uitleg, instructies, toespraken, (nieuws)b

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen, bescheiden van omvang en eenvoudig qua opbouw, heldere structuur met duidelijke verbanden en denkstappen, redelijk informatiedicht
 
 Kijk- en luisterteksten zoals uitleg, instructies, toespraken, (nieuws)berichten, documentaires, reclameboodschappen en discussieprogramma’s, films en televisieseries
 
 Vakinhoud:
 strategieën voor tekstbegrip, doel van de makers, belangrijkste elementen van een programma, betekenis van een uitspraak, oordeel over tekst met toelichting, instructie uitvoeren
 
Mondelinge taalvaardigheid

NE/K/6 Leesvaardigheid
De kandidaat kan:
  • leesstrategieën hanteren
  • compenserende strategieën kiezen en hanteren
  • functie van beeld en opmaak in een tekst herkennen
  • het schrijfdoel van de auteur aangeven  
  • een tekst indelen in betekenisvolle eenheden en de relaties tussen die
  • eenheden benoemen het hoofdonderwerp en de hoofdgedachte van een tekst aangeven
  • een oordeel geven over de tekst en dit oordeel toelichten.
 

NE/K/6/BB

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen, eenvoudig qua woordenschat, zinsbouw en opbouw, met een heldere structuur, duidelijke tekstverbanden, lage informatiedichtheid en niet te lang Informatieve teksten zoals artikelen uit kranten en popula

Tekstkeuze:
 teksten over alledaagse onderwerpen, eenvoudig qua woordenschat, zinsbouw en opbouw, met een heldere structuur, duidelijke tekstverbanden, lage informatiedichtheid en niet te lang
 
 Informatieve teksten zoals artikelen uit kranten en populaire tijdschriften, standaardformulieren, schema’s, notities, digitale teksten
 
 Instructieve teksten zoals korte instructieteksten, (gebruiks)aanwijzingen, recepten
 
 Betogende teksten zoals artikelen uit kranten en tijdschriften, reclameteksten, advertenties, folders
 
 Vakinhoud:
 strategieën voor tekstbegrip, functie beeld en opmaak, schrijfdoel, tekstrelaties, samenvatten, hoofdonderwerp, hoofdgedachte, talige middelen van een schrijver om zijn of haar doel te bereiken, oordeel over de tekst
 
 
Leesvaardigheid

NE/K/7 Schrijfvaardigheid
De kandidaat kan:
  • relevante informatie verzamelen en verwerken ten behoeve van het schrijven schrijfstrategieën hanteren
  • compenserende strategieën kiezen en hanteren
  • het schrijfdoel in teksten tot uitdrukking brengen
  • het schrijfdoel en taalgebruik richten op verschillende soorten lezerspubliek
  • conventies hanteren met betrekking tot schriftelijk taalgebruik
  • elektronische hulpmiddelen gebruiken bij het schrijven
  • concepten van de tekst herschrijven op basis van geleverd commentaar.
 

NE/K/7

Tekstsoort: teksten over herkenbare onderwerpen van maatschappelijke en beroepsmatige aard met zekere mate van sturing met betrekking tot doel, publiek, vorm en inhoud van de te schrijven teksten Informatieve, overtuigende, opiniërende en activerende

Tekstsoort:
 teksten over herkenbare onderwerpen van maatschappelijke en beroepsmatige aard met zekere mate van sturing met betrekking tot doel, publiek, vorm en inhoud van de te schrijven teksten
 
 Informatieve, overtuigende, opiniërende en activerende teksten zoals (in)formele brieven en e-mails, formulieren, korte instructieteksten, (gebruiks)aanwijzingen, verslagen, artikelen voor schoolkrant, jongerentijdschrift of dagblad,  advertenties, schriftelijke verzoeken
 
 Vakinhoud:
 - strategieën (schrijfplan, informatie, herschrijven, omschrijvingen, hulpmiddelen),
 - schrijfdoel (informatie geven en vragen, overtuigen, mening geven, tot handelen aanzetten),
 - taalgebruik (woordkeuze, toon, zinsbouw),
 - lezerspubliek (directe omgeving, instanties, geadresseerden met hogere status),
 - schrijfconventies (tekstsoorten, tekst- en alinea-opbouw, spelling, interpunctie, uiterlijke verzorging)
 - beschikbare elektronische hulpmiddelen
 
 
Schrijfvaardigheid

NE/V/2 Schrijven op basis van documentatie
De kandidaat kan een doel- en publiekgerichte tekst schrijven:
  • overeenkomstig de voor de tekstsoort geldende conventies onder gebruikmaking van documentatie.

NE/V/2

Tekstsoort: teksten over herkenbare onderwerpen van maatschappelijke en beroepsmatige aard met zekere mate van sturing met betrekking tot doel, publiek, vorm en inhoud van de te schrijven teksten Informatieve, overtuigende, opiniërende en activerende

Tekstsoort:
 teksten over herkenbare onderwerpen van maatschappelijke en beroepsmatige aard met zekere mate van sturing met betrekking tot doel, publiek, vorm en inhoud van de te schrijven teksten
 
 Informatieve, overtuigende, opiniërende en activerende teksten zoals (in)formele brieven en e-mails, formulieren, korte instructieteksten, (gebruiks)aanwijzingen, verslagen, artikelen voor schoolkrant, jongerentijdschrift of dagblad,  advertenties, schriftelijke verzoeken
 
 Vakinhoud:
 - strategieën (schrijfplan, informatie, herschrijven, omschrijvingen, hulpmiddelen),
 - schrijfdoel (informatie geven en vragen, overtuigen, mening geven, tot handelen aanzetten),
 - taalgebruik (woordkeuze, toon, zinsbouw),
 - lezerspubliek (directe omgeving, instanties, geadresseerden met hogere status),
 - schrijfconventies (tekstsoorten, tekst- en alinea-opbouw, spelling, interpunctie, uiterlijke verzorging)
 - beschikbare elektronische hulpmiddelen
 
 
Schrijfvaardigheid

NE/K/4
Luister- en kijkvaardigheid
De kandidaat kan:
  • luister- en kijkstrategieën hanteren
  • compenserende strategieën kiezen en hanteren
  • het doel van de makers van een programma aangeven
  • de belangrijkste elementen van een programma weergeven
  • een oordeel geven over een programma en dit toelichten
  • een instructie uitvoeren.
 
De kandidaat kan:
  • luister- en kijkstrategieën hanteren
  • compenserende strategieën kiezen en hanteren
  • het doel van de makers van een programma aangeven
  • de belangrijkste elementen van een programma weergeven
  • een oordeel geven over een programma en dit toelichten
  • een instructie uitvoeren
  • de waarde en betrouwbaarheid aangeven van de informatie die door de massamedia verspreid wordt.

NE/K/4/KB/GL/TL

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen, wat meer complex qua opbouw dan onderliggende niveaus, heldere structuur met duidelijke verbanden en denkstappen, redelijk informatiedicht Kijk- en luisterteksten zoals uitleg, instructies, toespraken, (

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen, wat meer complex qua opbouw dan onderliggende niveaus, heldere structuur met duidelijke verbanden en denkstappen, redelijk informatiedicht
 
 Kijk- en luisterteksten zoals uitleg, instructies, toespraken, (nieuws)berichten, documentaires, reclameboodschappen, discussieprogramma’s, films en televisieseries
 
 Vakinhoud:
 strategieën voor tekstbegrip, doel van de makers, belangrijkste elementen van een programma, betekenis van een uitspraak, oordeel over de tekst met toelichting, instructie uitvoeren, waarde en betrouwbaarheid informatie
Mondelinge taalvaardigheid

NE/K/6  Leesvaardigheid
De kandidaat kan:
  • leesstrategieën hanteren
  • compenserende strategieën kiezen en hanteren
  • functie van beeld en opmaak in een tekst herkennen
  • het schrijfdoel van de auteur aangeven en de talige middelen die hij hanteert om dit doel te bereiken
  • een tekst indelen in betekenisvolle eenheden en de relaties tussen die eenheden benoemen
  • het hoofdonderwerp en de hoofdgedachte van een tekst aangeven en een samenvatting geven
  • een oordeel geven over de tekst en dit oordeel toelichten.
 

NE/K/6/KB/GL/TL

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen en onderwerpen die iets verder van de leerling afstaan, in vergelijking met onderliggende niveaus wat meer complex qua woordenschat, zinsbouw en opbouw, met een heldere structuur, duidelijke tekstverbanden,

Tekstkeuze: teksten over alledaagse onderwerpen en onderwerpen die iets verder van de leerling afstaan, in vergelijking met onderliggende niveaus wat meer complex qua woordenschat, zinsbouw en opbouw, met een heldere structuur, duidelijke tekstverbanden, lage informatiedichtheid en niet te lang
 
 Informatieve teksten zoals artikelen uit kranten en populaire tijdschriften, standaardformulieren, schema’s, notities, digitale teksten
 
 Instructieve teksten zoals korte instructieteksten, (gebruiks)aanwijzingen, recepten
 
 Betogende teksten zoals artikelen uit kranten en populaire tijdschriften, reclameteksten, advertenties, folders
 
 Vakinhoud:
 strategieën voor tekstbegrip, functie beeld en opmaak, schrijfdoel, tekstrelaties, samenvatten, hoofdonderwerp, hoofdgedachte, talige middelen van een schrijver om zijn of haar doel te bereiken, oordeel over de tekst
Leesvaardigheid