helphelp

Leerlijn Kunst: drama (PO-vmbo)

( )

Sectoren
Vakkernen
kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouwvmbo bovenbouw exameneenheden
1. Produceren en presenteren
Uitvoeren en reflecteren

54:
De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.

54

48:
De leerling leert door het gebruik van elementaire vaardigheden de zeggingskracht van verschillende kunstzinnige disciplines te onderzoeken en toe te passen om eigen gevoelens uit te drukken, ervaringen vast te leggen, verbeelding vorm te geven en communicatie te bewerkstelligen.

49:
De leerling leert eigen kunstzinnig werk, alleen of als deelnemer in een groep, aan derden te presenteren.

48, 49

DR/K/2  Basisvaardigheden
2. De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, (samen)werken en informatie verwerven en verwerken.

DR/K/3  Leervaardigheden in het vak drama
3. De kandidaat kan een aantal vaardigheden toepassen die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen, zoals:
− vakbegrippen herkennen, benoemen en toepassen;
− de eigen expressieve mogelijkheden van lichaam en stem gebruiken;
− functioneel gebruik maken van spelgegevens en vormingsmiddelen.
 

DR/K/4  Spelen
4. De kandidaat kan in spel:
− non-verbale en verbale uitingsmogelijkheden toepassen;
− spelgegevens geïntegreerd gebruiken;
− zelf functioneel spelimpulsen geven en reageren op spelimpulsen van anderen.
 

DR/K/5  Vormgeven
5. De kandidaat kan vanuit een bron een spel vormgeven, waarbij functioneel gebruik gemaakt wordt van: spelgegevens, rolopbouw, spelopbouw en materiële vormgevingsmiddelen.
 

DR/K/6  Presenteren
6. De kandidaat kan alleen en/of in samenwerking met anderen bij een optreden voor een publiek:
− spel- en vormgevingsvaardigheden toepassen;
− een tekst presenteren met gebruikmaking van voordrachtstechnieken.
 

DR/V/1  Eindopdracht
10. De kandidaat kan zelfstandig een spel vormgeven en kan dit spel presenteren voor een ander publiek dan de eigen klasgenoten.
 

DR/V/3  Vaardigheden in samenhang
12. De kandidaat kan de vaardigheden uit de eindtermen van het kerndeel in samenhang toepassen.
 

DR/K/2, DR/K/3, DR/K/4, DR/K/5, DR/K/6, DR/V/1, DR/V/3
2. Kijken en luisteren
Oriënteren en reflecteren

55:
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

55
n.v.t.

DR/K/2  Basisvaardigheden
2. De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, (samen)werken en informatie verwerven en verwerken.

DR/K/9  Drama en andere kunsten
9. De kandidaat kan:
− binnen een dramaproductie andere kunstvormen dan drama herkennen en de functies ervan benoemen;
− zich praktisch en theoretisch voorbereiden op een bezoek aan een voorstelling waarin meer kunstvormen aan de orde komen, en verslag doen van de functies van de diverse kunstvormen in de voorstelling.
 

DR/V/3  Vaardigheden in samenhang
12. De kandidaat kan de vaardigheden uit de eindtermen van het kerndeel in samenhang toepassen.
 

DR/K/2, DR/K/9, DR/V/3
3. Onderzoeken, analyseren, interpreteren en verslag doen
Onderzoeken en reflecteren

55:
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

56:
De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

55, 56
n.v.t.

DR/K/2  Basisvaardigheden
2. De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, (samen)werken en informatie verwerven en verwerken.

DR/K/7  Beschouwen
7. De kandidaat kan een beschouwing geven op het eigen spel en op het spel van anderen door:
− te benoemen hoe de inhoud met theatrale middelen is vormgegeven;
− te benoemen hoe de verwijzingen naar de werkelijkheid in spel zijn vormgegeven;
− dramatische technieken te benoemen die gebruikt worden op andere plaatsen dan het theater.
 

DR/K/8  Drama en maatschappij
8. De kandidaat kan:
− kenmerken benoemen van theatrale uitingsvormen en orale tradities van verschillende culturen en deze spelmatig presenteren;
− aangeven wat de functies van drama kunnen zijn en daar voorbeelden van noemen.
 

DR/K/9  Drama en andere kunsten
9. De kandidaat kan:
− binnen een dramaproductie andere kunstvormen dan drama herkennen en de functies ervan benoemen;
− zich praktisch en theoretisch voorbereiden op een bezoek aan een voorstelling waarin meer kunstvormen aan de orde komen, en verslag doen van de functies van de diverse kunstvormen in de voorstelling.
 

DR/V/2  Verwerven, verwerken en verstrekken van informatie
11. De kandidaat kan zelfstandig informatie verwerven, verwerken en verstrekken in het kader van het sectorwerkstuk.
 

DR/V/3  Vaardigheden in samenhang
12. De kandidaat kan de vaardigheden uit de eindtermen van het kerndeel in samenhang toepassen.
 

DR/K/2, DR/K/7, DR/K/8, DR/K/9, DR/V/2, DR/V/3
4. Reflecteren en evalueren
Evalueren en reflecteren

55:
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

55
n.v.t.
n.v.t.