helphelp

Tussendoelen

Duits ( bb kb/gl/tl )

  • = CE
  • = Basis
  • = Verdiepende keuzestof
  • = SE
  • = Verbredende keuzestof
  • = SE Papieren versie CE Digitale versie [bij digitale versie mag deze eindterm ook nog op SE]
  • = CE [mag op SE]
  • = Varieert per bb/kb/gt-leerweg en varieert ook door de keuze voor papieren of digitaal examen. Zie Syllabus 2014.
  • = CE en SE
  • = K
  • = Kgv
Gesprekken voeren60 leermiddelen
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
Informatie uitwisselen4 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Eenvoudige informatie over vertrouwde, concrete onderwerpen vragen of geven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn zeer eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt af en toe aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

In eenvoudige bewoordingen zeggen wat hij/zij wel en niet leuk vindt en vragen wat anderen wel en niet leuk vinden
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn zeer eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt af en toe aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Met een kort en eenvoudig antwoord reageren op korte, eenvoudige vragen over zichzelf en andere mensen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn zeer eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt af en toe aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Om verduidelijking vragen, eventueel ondersteund met gebaren
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn zeer eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt af en toe aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Om verduidelijking vragen, eventueel ondersteund met gebaren
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

In eenvoudige bewoordingen zeggen wat hij/zij wel en niet leuk vindt en vragen wat anderen wel en niet leuk vinden
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Met een kort en eenvoudig antwoord reageren op korte, eenvoudige vragen over zichzelf en andere mensen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Eenvoudige informatie over vertrouwde, concrete onderwerpen vragen of geven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Informele gesprekken25 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Eenvoudige informatie vragen en geven over welbevinden
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn zeer eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt af en toe aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Op een eenvoudige manier groeten en afscheid nemen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn zeer eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt af en toe aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Zichzelf en anderen voorstellen en reageren als iemand voorgesteld wordt
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn zeer eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt af en toe aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Eenvoudige informatie vragen en geven over welbevinden
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Zichzelf en anderen voorstellen en reageren als iemand voorgesteld wordt
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Op een eenvoudige manier groeten en afscheid nemen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Zaken regelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Een aantal getallen uitspreken en verstaan en een aantal bekende woorden spellen en de spelling ervan verstaan
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn zeer eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt af en toe aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Om dingen vragen, iets aanbieden, voor iets bedanken en reageren wanneer om iets gevraagd wordt
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn zeer eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt af en toe aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Een aantal getallen uitspreken en verstaan en een aantal bekende woorden spellen en de spelling ervan verstaan
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

Om dingen vragen, iets aanbieden, voor iets bedanken en reageren wanneer om iets gevraagd wordt
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', en stopwoorden.

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Lezen43 leermiddelen
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
Correspondentie lezenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Korte mededelingen begrijpen, bijvoorbeeld via sociale media
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Zeer hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Voorgedrukte kaarten begrijpen met standaard boodschappen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Zeer hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Voorgedrukte kaarten begrijpen met standaard boodschappen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Korte mededelingen begrijpen, bijvoorbeeld via sociale media
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Instructies lezen5 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Zeer eenvoudige, korte en goed gestructureerde instructies begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Zeer hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Zeer eenvoudige, korte en goed gestructureerde instructies begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Lezen om informatie op te doen23 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
In korte informatieve teksten informatie over personen en plaatsen begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Zeer hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Zich een idee vormen van de inhoud van een korte tekst die waar mogelijk visueel ondersteund wordt
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Zeer hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

In korte informatieve teksten informatie over personen en plaatsen begrijpen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Zich een idee vormen van de inhoud van een korte tekst die waar mogelijk visueel ondersteund wordt
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Oriënterend lezen5 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Dingen opzoeken in of kiezen uit een lijst
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Zeer hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Een korte standaard mededeling lezen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Zeer hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Eenvoudige informatie op een poster, mededelingenbord of brochure lezen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Zeer hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Eenvoudige informatie op een poster, mededelingenbord of brochure lezen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Dingen opzoeken in of kiezen uit een lijst
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

Een korte standaard mededeling lezen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
 
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Kijken en luisteren
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaanDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Begrijpen wanneer anderen zich aan elkaar voorstellen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig door het gebruik van zeer hoogfrequente woorden. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van een beperkt aantal korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over

Begrijpen wanneer anderen zich aan elkaar voorstellen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Luisteren naar aankondigingen en instructies1 leermiddelDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
In korte, duidelijk gesproken teksten, getallen en bekende woorden verstaan die gericht zijn aan de luisteraar
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig door het gebruik van zeer hoogfrequente woorden. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van een beperkt aantal korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over

In vertrouwde situaties korte, duidelijke instructies begrijpen die gericht zijn aan de luisteraar
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig door het gebruik van zeer hoogfrequente woorden. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van een beperkt aantal korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over

Korte, eenvoudige waarschuwingen begrijpen die gericht zijn aan de luisteraar
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig door het gebruik van zeer hoogfrequente woorden. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van een beperkt aantal korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over

Korte, eenvoudige waarschuwingen begrijpen die gericht zijn aan de luisteraar
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

In korte, duidelijk gesproken teksten, getallen en bekende woorden verstaan die gericht zijn aan de luisteraar
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

In vertrouwde situaties korte, duidelijke instructies begrijpen die gericht zijn aan de luisteraar
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Luisteren naar tv, video- en geluidsopnames27 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Het onderwerp bepalen van korte kijk-/luisterteksten
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig door het gebruik van zeer hoogfrequente woorden. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn zeer kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van een beperkt aantal korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over

Het onderwerp bepalen van korte kijk-/luisterteksten
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
 
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
 
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
 
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
 
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Schrijven61 leermiddelen
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
Aantekeningen, berichten, formulieren10 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Een eenvoudig formulier invullen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Een eenvoudige lijst met vragen over zichzelf invullen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Eenvoudige aantekeningen maken, bijvoorbeeld het noteren van het huiswerk in het Frans
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Een eenvoudige lijst met vragen over zichzelf invullen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Eenvoudige aantekeningen maken, bijvoorbeeld het noteren van het huiswerk in het Frans
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Een eenvoudig formulier invullen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Correspondentie1 leermiddelDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Een kort, eenvoudig berichtje schrijven om een afspraak te bevestigen of af te zeggen via sms, e-mail of via andere sociale media
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Een korte, eenvoudige (digitale) kaart met een wens of groet schrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Een kort, eenvoudig berichtje schrijven om een afspraak te bevestigen of af te zeggen via sms, e-mail of via andere sociale media
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Een korte, eenvoudige (digitale) kaart met een wens of groet schrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Vrij schrijven21 leermiddelenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Een paar eenvoudige zinnen opschrijven over zichzelf of over andere mensen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

Een paar eenvoudige zinnen opschrijven over zichzelf of over andere mensen
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Spreken32 leermiddelen
VaksubkernenContexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
MonologenDagelijks leven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Eenvoudige informatie over zichzelf geven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en zeer vertrouwde onderwerpen.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen, met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

In  losse woorden en simpele, korte zinnen iets of iemand beschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en zeer vertrouwde onderwerpen.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen, met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

In losse woorden en simpele, korte zinnen iets of iemand beschrijven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en zeer vertrouwde onderwerpen.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen, met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

Eenvoudige informatie over zichzelf geven
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en zeer vertrouwde onderwerpen.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen, met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

VO 12, VO 15, VO 18
Publiek toespreken2 leermiddelenDagelijksleven, Publieke sector
Voor alle domeinen van Duits geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema’s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden verstaan onderwerpen uit het dagelijks leven (DL) en de publieke sector (PU). Voorbeelden hiervan zijn: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes, actualiteiten (DL), amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten (PU), waarbij de leerling ook leert welke rol het Duits speelt in (internationale) contacten.
Een korte, vooraf geoefende mededeling voorlezen aan een groep
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en zeer vertrouwde onderwerpen.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van hoogfrequente woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen, met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde hoogfrequente woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

Een korte, vooraf geoefende mededeling voorlezen aan een groep
Tekstkenmerken
 
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en zeer vertrouwde onderwerpen.
 
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
 
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
 
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen, met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
 
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
 
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
 
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

VO 12, VO 15, VO 18