helphelp

Tussendoelen

Engels ( bb kb/gl/tl )

  • = CE
  • = Basis
  • = Verdiepende keuzestof
  • = SE
  • = Verbredende keuzestof
  • = SE Papieren versie CE Digitale versie [bij digitale versie mag deze eindterm ook nog op SE]
  • = CE [mag op SE]
  • = Varieert per bb/kb/gt-leerweg en varieert ook door de keuze voor papieren of digitaal examen. Zie Syllabus 2014.
  • = CE en SE
  • = K
  • = Kgv
Kijken en luisteren40 leermiddelen
SLO heeft in opdracht van het Ministerie van OCW voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen tussendoelen ontwikkeld. Deze nog niet wettelijk vastgestelde tussendoelen worden op verzoek van het Ministerie van OCW toch alvast openbaar gemaakt om het onderwijsveld de gelegenheid te geven om het onderwijsaanbod en methodes op de tussendoelen aan te passen en hier ervaringen mee op te doen.
In de eerder ontwikkelde tussendoelen is "Luisteren" als vakkern opgenomen. Voor deze doorlopende leerlijn is gekozen voor "Kijken en luisteren"
-Contexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaan10 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
1.0 Begrijpen wanneer anderen zich voorstellen aan elkaar
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

1.1 Het onderwerp bepalen van een langzaam en duidelijk gesproken gesprek
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. De zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Luisteren als lid van een live publiekDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
2.0 Geen omschrijving op dit niveau
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

2.0 Geen omschrijving op dit niveau
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. De zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Luisteren naar aankondigingen en instructies10 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
3.1In vertrouwde situaties korte, duidelijke instructies begrijpen die gericht zijn aan de luisteraar
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

3.2 In korte, duidelijk gesproken teksten, getallen en bekende woorden verstaan die gericht zijn aan de luisteraar
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

3.3 Korte, eenvoudige waarschuwingen begrijpen die gericht zijn aan de luisteraar
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

3.4 In vertrouwde situaties eenvoudige feitelijke informatie begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. De zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

3.5 Een korte uitleg begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. De zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

3.6 Aanwijzingen begrijpen over de werking van vertrouwde apparaten, bijvoorbeeld 'smart phones', mits het apparaat voorhanden is
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. De zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Luisteren naar tv, video- en geluidsopnames33 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
4.0 Het onderwerp bepalen van korte kijk-/luisterteksten
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en zeer eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

4.1 Relevante informatie uit korte, voorspelbare luisterteksten begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. De zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

4.2 Herkennen wat de hoofdpunten zijn van nieuwsberichten, als er een duidelijke visuele ondersteuning is
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. De zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

4.3 Korte, duidelijke berichten van computers en antwoordapparaten begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Teksten hebben betrekking op eenvoudige en bekende onderwerpen uit het dagelijks leven.
Woordgebruik en zinsbouw
Het taalgebruik is eenvoudig. De zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes.
Tempo en articulatie
De spreker spreekt langzaam en in duidelijk gearticuleerde standaardtaal.
Tekstlengte
Teksten zijn kort en eenvoudig.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
 

VO 11, VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Lezen90 leermiddelen
SLO heeft in opdracht van het Ministerie van OCW voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen tussendoelen ontwikkeld. Deze nog niet wettelijk vastgestelde tussendoelen worden op verzoek van het Ministerie van OCW toch alvast openbaar gemaakt om het onderwijsveld de gelegenheid te geven om het onderwijsaanbod en methodes op de tussendoelen aan te passen en hier ervaringen mee op te doen.
-Contexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
Correspondentie lezen4 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
5.1 Korte mededelingen begrijpen, bijvoorbeeld via sociale media
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

5.2 Voorgedrukte kaarten begrijpen met standaard boodschappen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

5.3 Een korte, eenvoudige (standaard)brief, e-mail of (algemene) kennisgeving, bijvoorbeeld van een officiële instantie over een tijdelijk parkeerverbod, begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Oriënterend lezen23 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
6.1 Een korte standaard mededeling lezen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

6.2 Dingen opzoeken in of kiezen uit een lijst
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

6.3 Eenvoudige informatie op een poster, mededelingenbord of brochure lezen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

6.4 Specifieke informatie vinden en begrijpen in eenvoudig, alledaags materiaal
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

6.5 Eenvoudige advertenties met weinig afkortingen begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

6.6 In lijsten, overzichten en formulieren specifieke informatie vinden en begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

6.7 Veelvoorkomende borden en mededelingen begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Lezen om informatie op te doen17 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
7.1 Zich een idee vormen van de inhoud van een korte tekst die waar mogelijk visueel ondersteund wordt
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

7.2 In korte informatieve teksten informatie over personen en plaatsen begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

7.3 Specifieke informatie begrijpen in eenvoudige teksten
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

7.4 De hoofdlijn begrijpen van eenvoudige teksten in een tijdschrift, krant of op een website
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

7.5 Korte, beschrijvende teksten over vertrouwde onderwerpen begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Instructies lezen3 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
8.1 Zeer eenvoudige, korte en goed gestructureerde instructies begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

8.2 Eenvoudige, goed gestructureerde instructies begrijpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over zeer vertrouwde en bekende situaties.
Woordgebruik en zinsbouw
Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen.
Tekstindeling
De tekst wordt bij voorkeur door illustraties verduidelijkt.
Tekstlengte
Teksten zijn kort, zeer eenvoudig en zijn helder gestructureerd.
Signalen herkennen en interpreteren
Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.

VO 12, VO 13, VO 14, VO 18
Gesprekken voeren101 leermiddelen
SLO heeft in opdracht van het Ministerie van OCW voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen tussendoelen ontwikkeld. Deze nog niet wettelijk vastgestelde tussendoelen worden op verzoek van het Ministerie van OCW toch alvast openbaar gemaakt om het onderwijsveld de gelegenheid te geven om het onderwijsaanbod en methodes op de tussendoelen aan te passen en hier ervaringen mee op te doen.
-Contexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
Informele gesprekken24 leermiddelenDagelijks leven. Publieke sector.
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes en actualiteiten.
Publieke domein: amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten.
9.2 Zichzelf en anderen voorstellen en reageren als iemand voorgesteld wordt
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

9.3 Eenvoudige informatie vragen en geven over welbevinden
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

9.4 In alledaagse situaties op eenvoudige manier bekenden en onbekenden aanspreken, groeten en zich voorstellen, zich bij hen voor iets verontschuldigen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

9.5 Op eenvoudige wijze een voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

9.6 In beperkte mate meedoen aan eenvoudige gesprekken over alledaagse, bekende onderwerpen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

9.7 Iemand correct ontvangen en op zijn/haar gemak stellen, passend bij de situatie
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Bijeenkomsten en vergaderingenDagelijks leven. Publieke sector.
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, toekomstambities, bijbaantjes en actualiteiten.
Publieke domein: amusement, reizen, winkelen, gebruikmaken van openbare gelegenheden en publieke diensten.
10.0 Geen omschrijvingen op dit niveau
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

10.1 Indien dat rechtstreeks gevraagd wordt, tijdens een groepsgesprek een mening geven, mits hij/zij om herhaling mag vragen en hij/zij hulp krijgt bij het formuleren van een antwoord
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Zaken regelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
11.1 Om dingen vragen, iets aanbieden, voor iets bedanken en reageren wanneer om iets gevraagd wordt
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.2 Een aantal getallen uitspreken en verstaan en een aantal bekende woorden spellen en de spelling ervan verstaan
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.3 Getallen uitspreken en verstaan en woorden spellen en dat verstaan
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.4 Iets bestellen, reserveren en ergens naar vragen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.5 Iemand uitnodigen en op uitnodigingen ingaan of afslaan
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.6 In een vertrouwde situatie eenvoudige voorstellen doen en op voorstellen reageren
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.7 Eenvoudige informatie vragen over reizen en gebruikmaken van het openbaar vervoer
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.8 Een eenvoudig gesprek aan een balie voeren
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.9 Een eenvoudig telefoongesprek voeren
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.10 Afspraken maken
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

11.11 Communicatie in stand houden
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Informatie uitwisselen8 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
12.1 Eenvoudige feitelijke informatie achterhalen en doorgeven
 12.2 Meer gedetailleerde informatie achterhalen
 12.3 In gesprekken informatie uitwisselen over vertrouwde onderwerpen
 12.4 Meer gedetailleerde aanwijzingen vragen en ze opvolgen
 12.5 In beperkte mate initiatieven nemen in een vraaggesprek
 12.6 Telefonische informatie opvragen of doorgeven
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

12.3 In eenvoudige bewoordingen zeggen wat hij/zij wel en niet leuk vindt en vragen wat anderen wel en niet leuk vinden
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

12.2 Met een kort en eenvoudig antwoord reageren op korte, eenvoudige vragen over zichzelf en andere mensen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

12.4 Om verduidelijking vragen, eventueel ondersteund met gebaren
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en zeer vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

12.6 Beperkte informatie uitwisselen over eenvoudige en concrete zaken
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

12.5 Eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

12.7 Informatie van persoonlijke aard vragen en geven
Tekstkenmerken
Onderwerp
De onderwerpen zijn eenvoudig, alledaags en vertrouwd en gerelateerd aan directe behoeften.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee zeer beperkte informatie over eenvoudige, alledaagse en vertrouwde activiteiten uitgewisseld kan worden.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Interactie
Vragen en antwoorden op eenvoudige uitspraken. De communicatie is nog vaak afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties.
Er hoeft geen initiatief te zijn om de conversatie gaande te houden.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en herformuleringen.
Coherentie
Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan aangeven dat iets niet begrepen wordt. Kan vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. Kan gebruikmaken van 'fillers', zoals 'well', 'uhm', en stopwoorden zoals 'kind of', 'you know' enz.

VO 12, VO 15, VO 16, VO 18
Spreken93 leermiddelen
SLO heeft in opdracht van het Ministerie van OCW voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen tussendoelen ontwikkeld. Deze nog niet wettelijk vastgestelde tussendoelen worden op verzoek van het Ministerie van OCW toch alvast openbaar gemaakt om het onderwijsveld de gelegenheid te geven om het onderwijsaanbod en methodes op de tussendoelen aan te passen en hier ervaringen mee op te doen.
-Contexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
Monologen7 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
13.1 Eenvoudige informatie over zichzelf geven
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en zeer vertrouwde onderwerpen.
Woordgebruik en woordenschat
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen, met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

13.2 In losse woorden en simpele, korte zinnen iets of iemand beschrijven
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en zeer vertrouwde onderwerpen.
Woordgebruik en woordenschat
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen, met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

13.3 In een serie korte zinnen informatie geven over zichzelf en anderen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en vertrouwde onderwerpen.
Woordgebruik en woordenschat
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en het herformuleren van standaarduitdrukkingen.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

13.4 Vertrouwde zaken en personen op een eenvoudige manier beschrijven
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en vertrouwde onderwerpen.
Woordgebruik en woordenschat
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en het herformuleren van standaarduitdrukkingen.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

13.5 In eenvoudige, korte zinnen vertellen over ervaringen, gebeurtenissen en activiteiten
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en vertrouwde onderwerpen.
Woordgebruik en woordenschat
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en het herformuleren van standaarduitdrukkingen.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

13.6 Op een eenvoudige manier vertellen hoe iets gedaan moet worden
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en vertrouwde onderwerpen.
Woordgebruik en woordenschat
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en het herformuleren van standaarduitdrukkingen.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

VO 12, VO 15, VO 18
Een publiek toesprekenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
14.1 Een korte, vooraf geoefende mededeling voorlezen aan een groep
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en zeer vertrouwde onderwerpen.
Woordgebruik en woordenschat
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen praten over persoonlijke details zoals welbevinden, hoy's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Vloeiendheid
Beperkt tot korte, geïsoleerde standaarduitdrukkingen, met veel pauzes. Beperkt tot de uitspraak van minder bekende woorden en het herstellen van storingen in de communicatie.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Uitspraak
De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

14.2 Voor een groep in korte, vooraf ingestudeerde zinnen iets aankondigen of meedelen
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en vertrouwde onderwerpen.
Woordgebruik en woordenschat
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en het herformuleren van standaarduitdrukkingen.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

14.3 Een kort, eenvoudig, vooraf ingestudeerd praatje houden voor een groep
Tekstkenmerken
Onderwerp
Concrete zaken over de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving, alledaagse en vertrouwde onderwerpen.
Woordgebruik en woordenschat
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Vloeiendheid
Beperkt tot veel standaarduitdrukkingen met veel pauzes, valse starts en het herformuleren van standaarduitdrukkingen.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, incidenteel uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Uitspraak
De uitspraak kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te luisteren naar mensen met een andere taalachtergrond.
Compenserende strategieën
Kan een woord redelijk omschrijven als hij/zij zelf niet op het woord kan komen, eventueel gebruikmakend van gebaren en mimiek. Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan tijdens de voorbereiding redelijk gebruikmaken van bronnen zoals een woordenboek en internet.

VO 12, VO 15, VO 18
Schrijven106 leermiddelen
SLO heeft in opdracht van het Ministerie van OCW voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen tussendoelen ontwikkeld. Deze nog niet wettelijk vastgestelde tussendoelen worden op verzoek van het Ministerie van OCW toch alvast openbaar gemaakt om het onderwijsveld de gelegenheid te geven om het onderwijsaanbod en methodes op de tussendoelen aan te passen en hier ervaringen mee op te doen.
-Contexten en tekstkenmerkenbbkb/gl/tlkerndoelen onderbouw
Correspondentie5 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
15.1 Een korte, eenvoudige (digitale) kaart met een wens of groet schrijven
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

15.2 Een kort, eenvoudig berichtje schrijven om een afspraak te bevestigen of af te zeggen via sms, e-mail of via andere sociale media
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

15.3 Een eenvoudig persoonlijk briefje schrijven via de post, e-mail of via andere sociale media
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

15.4 Aan een eenvoudige chatsessie deelnemen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Aantekeningen, berichten, formulieren5 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
16.1 Een eenvoudig formulier invullen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

16.2 Eenvoudige aantekeningen maken, bijvoorbeeld het noteren van het huiswerk in het Engels
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

16.3 Een eenvoudige lijst met vragen over zichzelf invullen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

16.4 Standaardformulieren invullen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

16.5 Eenvoudige notities en aantekeningen maken voor zichzelf
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

16.6 Eenvoudige notities en aantekeningen maken voor anderen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

16.7 Korte, eenvoudige berichten schrijven over zaken van direct belang
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Verslagen en rapportenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
17.0 Geen omschrijving op dit niveau
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

17.0 Geen omschrijving op dit niveau
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18
Vrij schrijven27 leermiddelenDagelijks leven27 leermiddelen
Dagelijks leven: persoonlijke identificatie, huis, thuis en omgeving, vrije tijd en amusement, dagelijkse routines, school, contacten met andere mensen, de weg vragen en wijzen, het weer.
18.1 Een paar eenvoudige zinnen opschrijven over zichzelf of over andere mensen
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of zeer eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen om zich in bepaalde concrete situaties te kunnen redden en te kunnen schrijven over persoonlijke details zoals welbevinden, hobby's e.d.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige (verkeers)borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn niet altijd correct overgeschreven.
Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn niet altijd correct gespeld.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn af en toe verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

18.2 In korte, eenvoudige zinnen vertrouwde zaken beschrijven
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

18.3 In korte, eenvoudige zinnen een persoon beschrijven
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

18.4 Kort en eenvoudig een gebeurtenis of een ervaring beschrijven
Tekstkenmerken
Onderwerp
De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Woordenschat en woordgebruik
Uit het hoofd geleerde eenvoudige uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse en vertrouwde situaties.
Grammaticale correctheid
Gebruikmaken van een beperkt aantal eenvoudige uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en eenvoudige grammaticale constructies. Hoeft nog niet correct.
Spelling en interpunctie
Korte woorden en zinnen over alledaagse en vertrouwde onderwerpen zijn correct overgeschreven. Spelling van korte woorden die binnen het mondelinge vocabulaire van de schrijver vallen is fonetisch zeer beperkt correct.
Coherentie
Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met basisvoegwoorden, zoals: ‘en’ of ‘dan’, maar nog niet systematisch uitgebreid met andere eenvoudige voegwoorden zoals: 'maar' en 'omdat'.
Compenserende strategieën
Kan redelijk gebruikmaken van een woordenboek en de spelling- en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma.

VO 12, VO 17, VO 18