helphelp

Tussendoelen

Rekenen en wiskunde ( bb kb gl/tl )

  • = CE
  • = Basis
  • = Verdiepende keuzestof
  • = SE
  • = Verbredende keuzestof
  • = SE Papieren versie CE Digitale versie [bij digitale versie mag deze eindterm ook nog op SE]
  • = CE [mag op SE]
  • = Varieert per bb/kb/gt-leerweg en varieert ook door de keuze voor papieren of digitaal examen. Zie Syllabus 2014.
  • = CE en SE
  • = K
  • = Kgv
Inzicht en handelen
SLO heeft in opdracht van het Ministerie van OCW voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen tussendoelen ontwikkeld. Deze nog niet wettelijk vastgestelde tussendoelen worden op verzoek van het Ministerie van OCW toch alvast openbaar gemaakt om het onderwijsveld de gelegenheid te geven om het onderwijsaanbod en methodes op de tussendoelen aan te passen en hier ervaringen mee op te doen.
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlkerndoelen onderbouw
Vaktaal wiskundeVaktaal wiskunde
Passende vaktaal voor wiskunde herkennen en gebruiken voor het ordenen van het eigen denken en voor uitleg aan anderen en wiskundetaal van anderen herkennen en beoordelen, evenals vaktaal omzetten naar taal die nodig is bij ondersteunende apparatuur (zoals de rekenmachine)

Passende vaktaal voor wiskunde herkennen en gebruiken voor het ordenen van het eigen denken en voor uitleg aan anderen en wiskundetaal van anderen herkennen en beoordelen, evenals vaktaal omzetten naar taal die nodig is bij ondersteunende apparatuur (zoals de rekenmachine)

Passende vaktaal voor wiskunde herkennen en gebruiken voor het ordenen van het eigen denken en voor uitleg aan anderen en wiskundetaal van anderen herkennen en beoordelen, evenals vaktaal omzetten naar taal die nodig is bij ondersteunende apparatuur (zoals de rekenmachine)

VO 19, VO 20, VO 21
Wiskundig redenerenWiskundig redeneren
Reflecteren op eigen wiskundige activiteiten en die activiteiten beschrijven

Reflecteren op eigen wiskundige activiteiten en die activiteiten beschrijven

Reflecteren op eigen wiskundige activiteiten en die activiteiten beschrijven

VO 19, VO 20, VO 21
Herkennen en gebruiken van wiskundeHerkennen en gebruiken wiskunde
Verbindingen leggen tussen enerzijds probleemsituaties die al dan niet in een wiskundige context zijn gesteld en anderzijds wiskundige begrippen, verbanden, structuren en oplossingsprocedures

Verbindingen leggen tussen enerzijds probleemsituaties die al dan niet in een wiskundige context zijn gesteld en anderzijds wiskundige begrippen, verbanden, structuren en oplossingsprocedures

Verbindingen leggen tussen enerzijds probleemsituaties die al dan niet in een wiskundige context zijn gesteld en anderzijds wiskundige begrippen, verbanden, structuren en oplossingsprocedures

VO 19, VO 20, VO 21
Probleemaanpak
Met een gegeven wiskundig model problemen in een situatie oplossen door te zoeken naar geschikte oplossingsprocedures en deze toe te passen

Met een gegeven wiskundig model problemen in een situatie oplossen door te zoeken naar geschikte oplossingsprocedures en deze toe te passen

Met een gegeven wiskundig model problemen in een situatie oplossen door te zoeken naar geschikte oplossingsprocedures en deze toe te passen

VO 19, VO 20, VO 21
Verbanden leggen
In verschillende situaties wiskundig gerelateerde informatie herkennen, interpreteren en gebruiken

In verschillende situaties wiskundig gerelateerde informatie herkennen, interpreteren en gebruiken

In verschillende situaties wiskundig gerelateerde informatie herkennen, interpreteren en gebruiken

VO 19, VO 20, VO 21
Getallen
SLO heeft in opdracht van het Ministerie van OCW voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen tussendoelen ontwikkeld. Deze nog niet wettelijk vastgestelde tussendoelen worden op verzoek van het Ministerie van OCW toch alvast openbaar gemaakt om het onderwijsveld de gelegenheid te geven om het onderwijsaanbod en methodes op de tussendoelen aan te passen en hier ervaringen mee op te doen. In de doorlopende leerlijn is "Getallen en variabelen" gebruikt in plaats van "Getallen"
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlkerndoelen onderbouw
Getallen, getalsystemen en -relatiesGetallen, getalsystemen en -relaties
Positieve en negatieve getallen, breuken en decimale getallen gebruiken in hun onderlinge samenhang en binnen de situatie toelichten

Positieve en negatieve getallen, breuken en decimale getallen gebruiken in hun onderlinge samenhang en binnen de situatie beschrijven

Positieve en negatieve getallen, breuken en decimale getallen gebruiken in hun onderlinge samenhang en binnen de situatie beschrijven

VO 22, VO 23
Getalsystemen
Structuur en opbouw van het tientallig stelsel gebruiken

Structuur en opbouw van het tientallig stelsel beschrijven en gebruiken

Structuur en opbouw van het tientallig stelsel beschrijven en gebruiken

VO 22, VO 23
Getalrelaties
Relaties tussen getallen met passende symbolen herkennen en in de dagelijkse taal gebruiken

Relaties tussen getallen of expressies benoemen en beschrijven in woorden en met passende symbolen

Relaties tussen getallen of expressies benoemen en beschrijven in woorden en met passende symbolen

VO 22, VO 23
Eigenschappen getallen
Eigenschappen noemen van een natuurlijk getal (even, oneven, veelvoud, deler)

Eigenschappen noemen van een natuurlijk getal (even, oneven, veelvoud, deler)

Eigenschappen noemen van een natuurlijk getal (even, oneven, veelvoud, deler)

VO 22, VO 23
Vaktaal getallen
Begrippen rond getallen herkennen en gebruiken bij het oplossen van problemen

Begrippen rond getallen herkennen en gebruiken bij het oplossen van problemen

Begrippen rond getallen herkennen en gebruiken bij het oplossen van problemen

VO 22, VO 23
Breuken en decimale getallen - schrijfwijze
Breuken en decimale getallen in hun verschillende schrijfwijzen herkennen en gebruiken bij het maken van berekeningen

Breuken en decimale getallen in hun verschillende schrijfwijzen herkennen en gebruiken bij het maken van berekeningen

Breuken en decimale getallen in hun verschillende schrijfwijzen herkennen en gebruiken bij het maken van berekeningen

VO 22, VO 23
Breuken en decimale getallen omzetten
Eenvoudige breuken en decimale getallen binnen situaties in elkaar omzetten, vergelijken, ordenen en plaatsen op een getallenlijn

Eenvoudige breuken en decimale getallen binnen situaties in elkaar omzetten, vergelijken, ordenen en plaatsen op een getallenlijn

Eenvoudige breuken en decimale getallen binnen situaties in elkaar omzetten, vergelijken, ordenen en plaatsen op een getallenlijn

VO 22, VO 23
Negatieve getallen
De schrijfwijze van negatieve getallen herkennen en gebruiken en negatieve getallen plaatsen op een getallenlijn

De schrijfwijze van negatieve getallen herkennen en gebruiken en negatieve getallen plaatsen op een getallenlijn

De schrijfwijze van negatieve getallen herkennen en gebruiken en negatieve getallen plaatsen op een getallenlijn

VO 22, VO 23
Breuken en decimale getallen - irrationaal
Geen tussendoel b

Weten dat er getallen zijn, zoals wortels en in het bijzonder het getal π en deze ordenen, bijvoorbeeld op een getallenlijn

Weten dat er getallen zijn, zoals wortels en in het bijzonder het getal π en deze ordenen, bijvoorbeeld op een getallenlijn

VO 22, VO 23
Rekenen met getallenRekenen met getallen
In situaties eenvoudige berekeningen uitvoeren met eenvoudige breuken, negatieve getallen, decimale getallen en grote getallen

In situaties eenvoudige berekeningen uitvoeren met eenvoudige breuken, negatieve getallen, decimale getallen en grote getallen

In situaties eenvoudige berekeningen uitvoeren met eenvoudige breuken, negatieve getallen, decimale getallen en grote getallen

VO 22, VO 23
Volgorde bewerkingen
Afspraken over voorrangsregels en haakjes voor de volgorde van bewerkingen gebruiken en een berekening uitschrijven

Afspraken over voorrangsregels en haakjes voor de volgorde van bewerkingen gebruiken en een berekening uitschrijven

Afspraken over voorrangsregels en haakjes voor de volgorde van bewerkingen gebruiken en een berekening uitschrijven

VO 22, VO 23
Functioneel gebruik - afronden
Situaties vertalen naar een bewerking, deze uitvoeren en het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie                               

Situaties vertalen naar een bewerking, deze uitvoeren en het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie                            

Situaties vertalen naar een bewerking, deze uitvoeren en het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie                                 

VO 22, VO 23
Functioneel gebruik - schatten
Een uitkomst van een berekening vooraf schatten en de correctheid van de uitkomst verifiëren

Een uitkomst van een berekening vooraf schatten en de correctheid van rekenkundige redeneringen en de uitkomst verifiëren

Een uitkomst van een berekening vooraf schatten en de correctheid van rekenkundige redeneringen en de uitkomst verifiëren

VO 22, VO 23
Functioneel gebruik - rekenmachine
Bij berekeningen met een rekenmachine deze vaardig gebruiken en uitkomsten kritisch beoordelen

Bij berekeningen met een rekenmachine deze vaardig gebruiken en uitkomsten kritisch beoordelen

Bij berekeningen met een rekenmachine deze vaardig gebruiken en uitkomsten kritisch beoordelen

VO 22, VO 23
Verhoudingen
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlkerndoelen onderbouw
VerhoudingenVerhoudingen
Eenvoudige verhoudingsvraagstukken herkennen en oplossen (binnen de situatie)

Eenvoudige verhoudingsvraagstukken herkennen en oplossen (binnen de situatie)

Eenvoudige verhoudingsvraagstukken herkennen en oplossen (binnen de situatie)

VO 22
Vaktaal verhoudingen
Dagelijkse taal voor verhoudingen herkennen en gebruiken

Dagelijkse taal en vaktaal voor verhoudingen herkennen en gebruiken

Dagelijkse taal en vaktaal voor verhoudingen herkennen en gebruiken

VO 22
Procenten - berekeningen
Een eenvoudige berekening met eenvoudige percentages uitvoeren

Een eenvoudige berekening met percentages uitvoeren

Een berekening met percentages uitvoeren

VO 22
Schaal
Schaal herkennen en ermee rekenen in eenvoudige en direct voorstelbare situaties

In voorstelbare situaties bepalen op welke schaal iets getekend is en schaal gebruiken in relevante situaties

Bepalen op welke schaal iets getekend is en schaal gebruiken in relevante situaties

VO 22
Functioneel gebruik - verhoudingen
Eenvoudige verhoudingen toepassen bij het oplossen van eenvoudige problemen

Verhoudingen toepassen bij het oplossen van eenvoudige problemen

Verhoudingen toepassen bij het oplossen van problemen

VO 22
Procenten - vermenigvuldigingsfactor
Geen tussendoel b

Geen tussendoel kb

Percentages omzetten in een vermenigvuldigingsfactor en omgekeerd en daarmee rekenen

VO 22
Meten en meetkunde
SLO heeft in opdracht van het Ministerie van OCW voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen tussendoelen ontwikkeld. Deze nog niet wettelijk vastgestelde tussendoelen worden op verzoek van het Ministerie van OCW toch alvast openbaar gemaakt om het onderwijsveld de gelegenheid te geven om het onderwijsaanbod en methodes op de tussendoelen aan te passen en hier ervaringen mee op te doen.
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlkerndoelen onderbouw
Rekenen in de meetkundeRekenen in de meetkunde
Meten met een liniaal en gradenboog; de meest voorkomende stappen uit het metriek stelsel herkennen en gebruiken; eenvoudige berekeningen maken met maten voor gangbare grootheden in relevante toepassingen

Meten met een liniaal en gradenboog; de meest voorkomende stappen uit het metriek stelsel herkennen, toelichten en gebruiken; eenvoudige berekeningen maken met maten voor gangbare grootheden in relevante toepassingen

Meten met een liniaal en gradenboog; de meest voorkomende stappen uit het metriek stelsel herkennen, toelichten en gebruiken; eenvoudige berekeningen maken met maten voor gangbare grootheden in relevante toepassingen

VO 24, VO 26
Vaktaal hoeken en symbolen
Passende vaktaal herkennen en gebruiken bij het rekenen in de meetkunde

Passende vaktaal herkennen en gebruiken bij het rekenen in de meetkunde

Passende vaktaal herkennen en gebruiken bij het rekenen in de meetkunde

VO 24, VO 26
Metriek stelsel
Een maateenheid voor lengte, oppervlakte, inhoud, of gewicht gebruiken bij een eenvoudige berekening in een eenvoudige situatie en in relevante situaties maten in gelijkwaardige maten omzetten met de voorvoegsels milli-, centi-, deci-, kilo-

Een maateenheid voor lengte, oppervlakte, inhoud, of gewicht gebruiken bij een eenvoudige berekening en in relevante situaties maten in gelijkwaardige maten omzetten met de voorvoegsels milli-, centi-, deci-, kilo-

Een maateenheid voor lengte, oppervlakte, inhoud, of gewicht gebruiken bij een berekening en in relevante situaties maten in gelijkwaardige maten omzetten met de voorvoegsels milli-, centi-, deci-, deca-, hecto-, kilo-

VO 24, VO 26
Lengte, omtrek, oppervlakte en inhoud
Lengte (van lijnstukken), oppervlakte en omtrek (van driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel en eenvoudige figuren die daaruit zijn opgebouwd) en inhoud (van kubus, balk) berekenen

Lengte (van lijnstukken), oppervlakte en omtrek (van driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel en eenvoudige figuren die daaruit zijn opgebouwd) en inhoud (van kubus, balk) berekenen met relevante formules, waaronder de stelling van Pythagoras

Lengte (van lijnstukken), oppervlakte en omtrek (van driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel en eenvoudige figuren die daaruit zijn opgebouwd) en inhoud (van kubus, balk) berekenen met relevante formules, waaronder de stelling van Pythagoras

VO 24, VO 26
Hoeken
De grootte van hoeken berekenen met de regel "som van de hoeken in een driehoek is 180°"

De grootte van hoeken berekenen met de regel "som van de hoeken in een driehoek is 180°"

De grootte van hoeken berekenen met de regel "som van de hoeken in een driehoek is 180°" en redeneren over en berekeningen maken met hoeken in situaties met evenwijdige lijnen

VO 24, VO 26
Vormen en figurenVormen en figuren
Interpreteren van en eenvoudige redeneringen maken over vlakke en ruimtelijke vormen en structuren en daarvan afbeeldingen of een ruimtelijke voorstelling maken

Interpreteren van en eenvoudige redeneringen maken over vlakke en ruimtelijke vormen en structuren en daarvan afbeeldingen of een ruimtelijke voorstelling maken

Interpreteren van en eenvoudige redeneringen maken over vlakke en ruimtelijke vormen en structuren en daarvan afbeeldingen of een ruimtelijke voorstelling maken

VO 24, VO 26
Kijken
Meetkundige afbeeldingen en ruimtelijke situaties, ook op schaal, interpreteren en hierbij gebruik maken van aanzichten, uitslagen, doorsneden, plattegronden, symmetrie en kaarten

Meetkundige afbeeldingen en ruimtelijke situaties, ook op schaal, interpreteren en hierbij gebruik maken van aanzichten, uitslagen, doorsneden, plattegronden, symmetrie en kaarten

Meetkundige afbeeldingen en ruimtelijke situaties, ook op schaal, interpreteren en hierbij gebruik maken van aanzichten, uitslagen, doorsneden, plattegronden, symmetrie en kaarten

VO 24, VO 26
Vlakke en ruimtelijke figuren herkennen
Ruimtelijke figuren (kubus en balk) en vlakke figuren (driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel) en eenvoudige figuren die daaruit zijn opgebouwd, herkennen, benoemen en tekenen (vlakke figuren)

Ruimtelijke figuren (kubus en balk) en vlakke figuren (driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel) en eenvoudige figuren die daaruit zijn opgebouwd, herkennen, benoemen en tekenen (vlakke figuren)

Ruimtelijke figuren (kubus en balk) en vlakke figuren (driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel) en eenvoudige figuren die daaruit zijn opgebouwd, herkennen, benoemen en tekenen (vlakke figuren)

VO 24, VO 26
Vaktaal meetkundige figuren en symbolen
Passende vaktaal herkennen en gebruiken bij het beschrijven en tekenen van  en het redeneren met meetkundige figuren

Passende vaktaal herkennen en gebruiken bij het beschrijven en tekenen van  en het redeneren met meetkundige figuren

Passende vaktaal herkennen en gebruiken bij het beschrijven en tekenen van  en het redeneren met meetkundige figuren

VO 24, VO 26
Verbanden en formules
SLO heeft in opdracht van het Ministerie van OCW voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen tussendoelen ontwikkeld. Deze nog niet wettelijk vastgestelde tussendoelen worden op verzoek van het Ministerie van OCW toch alvast openbaar gemaakt om het onderwijsveld de gelegenheid te geven om het onderwijsaanbod en methodes op de tussendoelen aan te passen en hier ervaringen mee op te doen.
VaksubkernenInhoudenbbkbgl/tlkerndoelen onderbouw
Grafieken, tabellen, verbanden en formulesGrafieken, tabellen, verbanden en formules
Bij een lineair verband een grafiek, tabel, (woord)formule en situatiebeschrijving met elkaar in verband brengen, vergelijken en in een probleemsituatie een representatie maken

Bij een lineair verband een grafiek, tabel, (woord)formule en situatiebeschrijving met elkaar in verband brengen, vergelijken en in een probleemsituatie een representatie maken

Bij een lineair verband een grafiek, tabel, (woord)formule en situatiebeschrijving met elkaar in verband brengen, vergelijken en in een probleemsituatie een representatie maken

VO 25
Representaties - grafiek tekenen
Bij een situatiebeschrijving, tabel of (woord)formule een passende grafiek met de hand tekenen

Bij een situatiebeschrijving, tabel of (woord)formule een passende grafiek met de hand tekenen

Bij een situatiebeschrijving, tabel of (woord)formule een passende grafiek met de hand tekenen

VO 25
Verband beschrijven
Een verband (of patroon) beschrijven (met een tabel, woordformule of grafiek)

Een verband (of patroon) beschrijven (met een tabel, woordformule of grafiek)

Een verband (of patroon) beschrijven (met een tabel, woordformule of grafiek)

VO 25
Kenmerken grafiek
Globale en lokale informatie uit een grafiek aflezen, interpreteren en beschrijven

Globale en lokale informatie uit een grafiek aflezen, interpreteren en beschrijven met passende vaktaal

Globale en lokale informatie uit een grafiek aflezen, interpreteren en beschrijven met passende vaktaal

VO 25
Vaktaal grafieken, tabellen, formules
Passende vaktaal voor grafieken, tabellen en formules herkennen en gebruiken bij het oplossen van een probleem

Passende vaktaal voor grafieken, tabellen en formules herkennen en gebruiken bij het oplossen van een probleem

Passende vaktaal voor grafieken, tabellen en formules herkennen en gebruiken bij het oplossen van een probleem

VO 25
Interpoleren en extrapoleren
Iinterpoleren in een grafiek door aflezen

Interpoleren en extrapoleren in een grafiek door aflezen

Interpoleren en extrapoleren in een grafiek door aflezen

VO 25
Lineaire verbandenLineaire verbanden
Binnen situaties een lineair verband uit de grafiek, situatie en/of tabel herkennen en beschrijven

Binnen situaties een lineair verband uit de grafiek, situatie en/of tabel herkennen en beschrijven

Binnen situaties een lineair verband uit de grafiek, situatie en/of tabel herkennen en beschrijven

VO 25
Vaktaal lineair
In een eenvoudige situatie met een lineaire structuur het 'vaste deel' en het 'variabele deel’ bepalen en in dagelijkse taal beschrijven

In een complexe situatie met een lineaire structuur het 'vaste deel' en het 'variabele deel’ berekenen en met passende vaktaal beschrijven

In een complexe situatie met een lineaire structuur het 'vaste deel' en het 'variabele deel’ berekenen en met passende vaktaal beschrijven

VO 25
Werken met representaties - lineair
Werken met de overgangen tussen de verschillende representaties (formule, tabel, grafiek, situatiebeschrijving) van een lineair verband

Werken met de overgangen tussen de verschillende representaties (formule, tabel, grafiek, situatiebeschrijving) van een lineair verband

Werken met de overgangen tussen de verschillende representaties (formule, tabel, grafiek, situatiebeschrijving) van een lineair verband

VO 25
Verbanden herkennen - lineair
In een situatie een eenvoudig lineair verband herkennen aan de hand van de regelmaat in een tabel, de vorm van een grafiek dan wel de vorm van een woordformule

Een lineair verband herkennen aan de hand van de regelmaat in een tabel, de vorm van een grafiek dan wel de vorm van een woordformule

Een lineair verband herkennen aan de hand van de regelmaat in een tabel, de vorm van een grafiek dan wel de vorm van een woordformule

VO 25
Werken met representaties - lineaire formule opstellen
nvt

In een eenvoudige situatie met een lineair verband een woordformule in de vorm y=ax+b opstellen bij een tabel of grafiek

In een eenvoudige situatie met een lineair verband een woordformule in de vorm y=ax+b opstellen bij een tabel of grafiek

VO 25
Patronen en regelmaatPatronen en regelmaat
nvt

Regelmaat in (meetkundige) patronen en tabellen herkennen, voortzetten en beschrijven

Regelmaat in (meetkundige) patronen en tabellen herkennen, voortzetten en beschrijven

VO 25
VergelijkingenVergelijkingen
Binnen een gegeven situatie de waarde van een variabele berekenen door de waarde van een andere variabele in een eenvoudige (woord)formule in te vullen

Binnen een gegeven situatie de waarde van een variabele berekenen door de waarde van een andere variabele in een eenvoudige (woord)formule in te vullen

Binnen een gegeven situatie de waarde van een variabele berekenen door de waarde van een andere variabele in een eenvoudige (woord)formule in te vullen

VO 25
Verbanden vergelijken
Twee verbanden vergelijken met een grafiek of tabel en een conclusie trekken over de beschreven situatie

Twee verbanden vergelijken met een grafiek of tabel en een conclusie trekken over de beschreven situatie

Twee verbanden vergelijken met een grafiek of tabel en een conclusie trekken over de beschreven situatie

VO 25
Lineaire vergelijking - oplossen
nvt

Eenvoudige lineaire vergelijkingen oplossen en de oplossing interpreteren binnen een context

Eenvoudige lineaire vergelijkingen oplossen en de oplossing interpreteren binnen een context

VO 25
Lineaire vergelijking - lijnen snijden
nvt

Het snijpunt van twee rechte lijnen berekenen en interpreteren binnen een context

Het snijpunt van twee rechte lijnen berekenen en interpreteren binnen een context

VO 25