helphelp

Leerlijn Bewegingsonderwijs en sport (PO - vmbo), Bewegen beleven

( )

kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouw vmbo bovenbouw exameneenheden

LO1/K/1  Oriëntatie op leren en werken
1. De kandidaat kan het belang van bewegen en sport binnen de eigen loopbaan en in de maatschappij verwoorden.
 

LO1/K/2  Basisvaardigheden
2. De kandidaat kan in bewegingssituaties basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, zelfstandig (samen)werken en informatie verwerven en verwerken.
 

LO1/K/3  Leervaardigheden in het vak lichamelijke opvoeding
3. De kandidaat ontwikkelt zich ten aanzien van een aantal vaardigheden in bewegen en sport die bijdragen tot de ontwikkeling van de eigen leerkansen, zoals:
− kunnen omgaan met regels en een bijdrage leveren aan een sportief verloop en aan de veiligheid van zichzelf en anderen;
− eenvoudige regeltaken uitvoeren om samen bewegingssituaties op gang te kunnen brengen en houden;
− in bewegingssituaties kunnen omgaan met elementen als lukken en mislukken en winst en verlies;
− verschillen in prestatieniveau, motieven, interesses, culturele achtergronden en geslacht hanteren binnen bewegingssituaties;
− oriënteren op de eigen sportloopbaan en eigen voorkeuren aangeven ten aanzien van bewegen en sport;
− kitisch reflecteren op opgedane ervaringen in relatie tot eigen wensen, motieven en mogelijkheden.
 

LO1/K/1 Oriëntatie op leren en werken
1. De kandidaat kan het belang van bewegen en sport binnen de eigen loopbaan, vrijwilligerswerk en in de maatschappij verwoorden.

LO2/K/2 Basisvaardigheden
2. De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven en verwerken.

LO2/K/3 Leervaardigheden in het vak lichamelijke opvoeding
3. De kandidaat ontwikkelt een aantal vaardigheden in bewegen en sport, zoals:
- omgaan met regels en een bijdrage leveren aan een sportief verloop en aan de veiligheid van zichzelf en anderen;
- regeltaken uitvoeren om samen bewegingssituaties op gang te kunnen brengen en houden;
- in bewegingssituaties omgaan met aspecten als lukken en mislukken en winst en verlies;
- omgaan met verschillen in prestatieniveau, motieven, interesses, culturele achtergronden en geslacht binnen bewegingssituaties;
- zich oriënteren op de eigen sportloopbaan en eigen voorkeuren aangeven ten aanzien van bewegen en sport;
- kritisch reflecteren op opgedane ervaringen in relatie tot eigen wensen, motieven en mogelijkheden.

LO2/K/11 Bewegen en samenleving en gezondheid
11. De kandidaat kan verschillende betekenissen van bewegen en sport aangeven in de samenleving en ook de meer persoonlijke waarde en motieven voor deelname.
12. De kandidaat kan:
- deelnemen aan een trainings- en fitnessprogramma;
- de betekenis van bewegen en sport aangeven voor de gezondheid in ruime zin;
- eerste hulp verlenen bij eenvoudige blessures;
- afspraken maken die de veiligheid bevorderen.

LO2/K/12 Beroepspraktijkvorming
13. De kandidaat kan zich oriënteren op beroep of vrijwilligerswerk door het vervullen van (regel)taken in het werkveld van sport en bewegen.