helphelp

Leerlijn Kunst en cultuur (PO-vmbo), Reflecteren en evalueren

( )

kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouwvmbo bovenbouw exameneenheden
n.v.t.

KV1/K/1  Oriëntatie op leren en werken
1. De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van kunst en cultuur in de maatschappij.
 

CKV/K/4  Reflectie en kunstdossier
4. De kandidaat kan met betrekking tot de culturele activiteiten:
- een kunstdossier samenstellen waarbij hij verslag doet van het voorbereiden en ondernemen van culturele activiteiten;
- aan de hand daarvan reflecteren op zijn ervaringen, interpretaties en waarderingen.
 

BV/K/1  Oriëntatie op leren en werken
1. De kandidaat oriënteert zich op het belang van beeldende kunst en vormgeving in de maatschappij.
 

BV/K/3  Leervaardigheden in de beeldende vakken  CE
3. De kandidaat beheerst een aantal strategische beeldende vaardigheden die bijdragen tot de ontwikkeling van zijn leervermogen.
 

BV/K/5  Werkproces, productief
5. De kandidaat kan een beeldende probleemstelling verkennen, analyseren, oplossen en uitvoeren.
6. De kandidaat kan een werkplan opstellen, bewaken en uitvoeren, zijn werkproces vastleggen, ordenen en presenteren en er op reflecteren.
 

BV/V/1  Eindopdracht, productief en reflectief  CE
11. De kandidaat kan naar aanleiding van een eigen probleemstelling - autonoom en toegepast - beeldend werk maken.
12. De kandidaat kan deze probleemstelling verkennen, analyseren, oplossen en uitvoeren.
13. De kandidaat kan een werkplan opstellen, bewaken en uitvoeren, zijn werkproces vastleggen, ordenen en presenteren en er op reflecteren.
14. De kandidaat kan aspecten van de voorstelling en vormgeving zó gebruiken dat ze een bijdrage leveren aan de zeggingskracht van het eigen beeldend werk.
15. De kandidaat kan in eigen beeldend werk de aspecten van de voorstelling en van de vormgeving benoemen en toelichten.
16. De kandidaat kan een relatie leggen tussen eigen beeldend werk en beeldend werk van anderen aan de hand van de aspecten van de voorstelling en van de vormgeving.
17. De kandidaat kan een relatie leggen tussen eigen beeldend werk en beeldend werk van anderen aan de hand van de functionaliteit, de aspecten van de voorstelling en van vormgeving en de culturele en/of kunsthistorische context.
 

BV/V/3  Vaardigheden in samenhang  CE
19. De kandidaat kan de vaardigheden uit de eindtermen van het kerndeel in samenhang toepassen.
 

DA/K/1  Oriëntatie op leren en werken
1. De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van dans in de maatschappij.
 

DA/K/3  Leervaardigheden in het vak dans
3. De kandidaat kan een aantal vaardigheden toepassen die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen, zoals:
− vakbegrippen herkennen, benoemen en toepassen;
− door middel van exploreren, improviseren en structureren een dansontwerp maken;
− de creatieve en de expressieve mogelijkheden van het lichaam gebruiken;
− functioneel gebruik maken van theatrale middelen.
 

DA/K/8  Dans en maatschappij
8. De kandidaat kan:
− functies van dans herkennen en benoemen;
− herkennen en beargumenteren dat dans het product is van een bepaalde cultuur/samenleving in een bepaalde tijdsperiode en leefomgeving;
− verslag doen van een culturele activiteit, waarvan dans een expliciet onderdeel is.
 

DA/V/3  Vaardigheden in samenhang
12. De kandidaat kan de vaardigheden uit de eindtermen van het kerndeel in samenhang toepassen.
 

MU/K/1  Oriëntatie op leren en werken
1. De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van muziek in de maatschappij.
 

MU/K/3  Leervaardigheden in het vak muziek
3. De kandidaat kan een aantal vaardigheden toepassen, zoals het toepassen van muzikale begrippen, die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen.
 

MU/K/8  Muziek en maatschappij
8. De kandidaat kan:
− muziek in verband brengen met betekenissen en functies ervan;
− de eigen muzikale beleving verwoorden en bij het bepalen van een eigen standpunt de meningen van anderen betrekken;
− in de argumentatie voor het standpunt verwijzen naar muzikale aspecten en/of functies en betekenissen van muziek.
 

MU/V/3  Vaardigheden in samenhang
12. De kandidaat kan de vaardigheden uit de eindtermen van het kerndeel in samenhang toepassen.