helphelp

Leerlijn Biologie inhouden (PO-vmbo), Instandhouding

( )

kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouw vmbo bovenbouw bb exameneenhedenvmbo bovenbouw kb exameneenhedenvmbo bovenbouw gl/tl exameneenheden

BI/K/4  Cellen staan aan de basis
4. De kandidaat kan:
− kenmerkende eigenschappen van cellen noemen, de samenstellende delen daarvan noemen, en de meest voorkomende organisatieniveaus binnen organismen noemen;
− beschrijven dat een organisme als een geheel beschouwd kan worden waarbij voor instandhouding en gezondheid van het organisme processen in onderlinge samenhang plaatsvinden.

BI/K/5  Schimmels en bacteriën: nuttig en soms schadelijk
6. De kandidaat kan de rol van schimmels en bacteriën in het milieu noemen en toelichten.  

BI/K/8  Houding, beweging en conditie
11. De kandidaat kan:
− delen die van belang zijn voor stevigheid en beweging noemen;
− de gevolgen van overbelasting noemen.

BI/K/9  Het lichaam in stand houden: voeding en genotmiddelen, energie, transport en uitscheiding  
13. De kandidaat kan:
− vorm, werking en functie van het verteringsstelsel, bloedvatenstelsel, ademhalingsstelsel en uitscheidingsstelsel beschrijven;
− hun onderling verband toelichten.

BI/K/10 Bescherming
14. De kandidaat kan toelichten hoe (infectie)ziekten zich ontwikkelen, hoe ze zich verspreiden en hoe men zich daartegen beschermt.
 

BI/V/1  Bescherming en antistoffen
20. De kandidaat kan de manier waarop het lichaam zich beschermt tegen antigenen door middel van antistoffen beschrijven en toelichten hoe deze bescherming kunstmatig kan worden verhoogd.
 

BI/K/11 Reageren op prikkels
15. De kandidaat kan de rol en de werking van zenuwstelsel, zintuigstelsel en hormoonstelsel toelichten.

BI/K/4  Cellen staan aan de basis
4. De kandidaat kan:
− kenmerkende eigenschappen van cellen noemen, de samenstellende delen daarvan noemen, en de meest voorkomende organisatieniveaus binnen organismen noemen;
− beschrijven dat een organisme als een geheel beschouwd kan worden waarbij voor instandhouding en gezondheid van het organisme processen in onderlinge samenhang plaatsvinden.

BI/K/5  Schimmels en bacteriën: nuttig en soms schadelijk
6. De kandidaat kan de rol van schimmels en bacteriën in het milieu noemen en toelichten.  

BI/K/8  Houding, beweging en conditie
11. De kandidaat kan:
− delen die van belang zijn voor stevigheid en beweging noemen;
− de gevolgen van overbelasting noemen.

BI/K/9  Het lichaam in stand houden: voeding en genotmiddelen, energie, transport en uitscheiding  
13. De kandidaat kan:
− vorm, werking en functie van het verteringsstelsel, bloedvatenstelsel, ademhalingsstelsel en uitscheidingsstelsel beschrijven;
− hun onderling verband toelichten.

BI/K/10 Bescherming
14. De kandidaat kan toelichten hoe (infectie)ziekten zich ontwikkelen, hoe ze zich verspreiden en hoe men zich daartegen beschermt.
 

BI/V/1  Bescherming en antistoffen
20. De kandidaat kan de manier waarop het lichaam zich beschermt tegen antigenen door middel van antistoffen beschrijven en toelichten hoe deze bescherming kunstmatig kan worden verhoogd.
 

BI/K/11 Reageren op prikkels
15. De kandidaat kan de rol en de werking van zenuwstelsel, zintuigstelsel en hormoonstelsel toelichten.

BI/K/4  Cellen staan aan de basis
4. De kandidaat kan:
− kenmerkende eigenschappen van cellen noemen, de samenstellende delen daarvan noemen, en de meest voorkomende organisatieniveaus binnen organismen noemen;
− beschrijven dat een organisme als een geheel beschouwd kan worden waarbij voor instandhouding en gezondheid van het organisme processen in onderlinge samenhang plaatsvinden.

BI/K/5  Schimmels en bacteriën: nuttig en soms schadelijk
6. De kandidaat kan de rol van schimmels en bacteriën in het milieu noemen en toelichten.  

BI/K/8  Houding, beweging en conditie
11. De kandidaat kan:
− delen die van belang zijn voor stevigheid en beweging noemen;
− de gevolgen van overbelasting noemen.

BI/K/9  Het lichaam in stand houden: voeding en genotmiddelen, energie, transport en uitscheiding  
13. De kandidaat kan:
− vorm, werking en functie van het verteringsstelsel, bloedvatenstelsel, ademhalingsstelsel en uitscheidingsstelsel beschrijven;
− hun onderling verband toelichten.

BI/K/10 Bescherming
14. De kandidaat kan toelichten hoe (infectie)ziekten zich ontwikkelen, hoe ze zich verspreiden en hoe men zich daartegen beschermt.
 

BI/V/1  Bescherming en antistoffen
20. De kandidaat kan de manier waarop het lichaam zich beschermt tegen antigenen door middel van antistoffen beschrijven en toelichten hoe deze bescherming kunstmatig kan worden verhoogd.
 

BI/K/11 Reageren op prikkels
15. De kandidaat kan de rol en de werking van zenuwstelsel, zintuigstelsel en hormoonstelsel toelichten.