helphelp

Leerlijn Nask2 inhouden (PO-vmbo)

( )

Sectoren
Vakkernen
kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouw vmbo bovenbouw gl/tl exameneenheden
1. Materie

42:
De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, electriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

44:
De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

42, 44

29:
De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in sleutelbegrippen uit het gebied van de levende en niet-levende natuur, en leert deze sleutelbegrippen te verbinden met situaties in het dagelijks leven.

31:
De leerling leert o.a. door praktisch werk kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in processen uit de levende en niet-levende natuur en hun relatie met omgeving en milieu.

32:
De leerling leert te werken met theorieën en modellen door onderzoek te doen naar natuurkundige en scheikundige verschijnselen als elektriciteit, geluid, licht, beweging, energie en materie.

29, 31, 32

NASK2/K/10  Basischemie voor vervolgopleiding en beroep
16. De kandidaat kan eigenschappen noemen waaraan stoffen herkend kunnen worden en die kennis toepassen in practicumsituaties.
17. De kandidaat kan onderzoeken of een stof een zuivere stof is of een mengsel, een aantal zuivere stoffen en soorten mengsels noemen, en de hoofdbestanddelen van een aantal mengsels noemen.
18. De kandidaat kan:
− een aantal processen uit het dagelijks leven herkennen als een chemische reactie;
− van een aantal (soorten) reacties toepassingen noemen, de vergelijkingen opstellen en beschrijvingen geven;
− berekeningen uitvoeren aan reacties en beschrijven hoe bepaalde factoren de reactiesnelheid beïnvloeden.

NASK2/K/11  Bouw van materie
19. De kandidaat kan de bouw van stoffen beschrijven, en reacties beschrijven met gebruikmaking van de begrippen moleculen, atomen en ionen.
20. De kandidaat kan de namen en symbolen van een aantal elementen geven en beschrijven hoe de atoomsoorten zijn gerangschikt in het periodiek systeem.
21. De kandidaat kan van een aantal moleculaire stoffen en zouten de naam geven als de formule is gegeven en omgekeerd.

NASK2/K/4  Mens en omgeving: gebruik van stoffen
4. De kandidaat kan van een aantal (afval)stoffen de gevaren noemen, en veiligheidsmaatregelen noemen ter voorkoming van persoonlijke schade en milieuschade.  
5. De kandidaat kan verschillende methoden voor de productie en distributie van drinkwater beschrijven.

NASK2/K/6  Mens en omgeving: werken bij practicum en in beroepssituaties
9. De kandidaat kan beschrijven hoe veilig en verantwoord moet worden omgegaan met stoffen en straling.
 

NASK2/K/7  Water, zuren en basen
10. De kandidaat kan van leidingwater en van in de natuur voorkomende watersoorten de samenstelling, functie en toepassing beschrijven.
11. De kandidaat kan:
− van een aantal zuren en basen de naam en formule geven;
− van een aantal zure en basische oplossingen de formules geven van de deeltjes die daarin voorkomen;
− de eigenschappen en toepassingen van zure en basische oplossingen noemen.
12. De kandidaat kan de eigenschappen en toepassingen noemen van een aantal indicatoren en deze toepassen in pH-onderzoek.
 

NASK2/K/10, NASK2/K/11, NASK2/K/4, NASK2/K/6, NASK2/K/7
2. Schaal, verhouding en hoeveelheid

44:
De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

44
n.v.t.

NASK2/K/10  Basischemie voor vervolgopleiding en beroep
16. De kandidaat kan eigenschappen noemen waaraan stoffen herkend kunnen worden en die kennis toepassen in practicumsituaties.
17. De kandidaat kan onderzoeken of een stof een zuivere stof is of een mengsel, een aantal zuivere stoffen en soorten mengsels noemen, en de hoofdbestanddelen van een aantal mengsels noemen.
18. De kandidaat kan:
− een aantal processen uit het dagelijks leven herkennen als een chemische reactie;
− van een aantal (soorten) reacties toepassingen noemen, de vergelijkingen opstellen en beschrijvingen geven;
− berekeningen uitvoeren aan reacties en beschrijven hoe bepaalde factoren de reactiesnelheid beïnvloeden.

NASK2/V/1  Productieprocessen
22. De kandidaat kan rapporteren naar aanleiding van een onderzoek naar een productieproces, door middel van een verslag en/of presentatie.
23. De kandidaat kan in het onderzoek scheikundige begrippen, symbolen en formules kwalitatief en kwantitatief toepassen in relatie tot een of meer productieprocessen, met name aangaande gebruikte hoeveelheden.
24. De kandidaat kan in het onderzoek de leervaardigheden tonen die genoemd worden in NASK2/K/3.

NASK2/V/2  Productonderzoek
25. De kandidaat kan rapporteren naar aanleiding van een onderzoek naar een product, door middel van een verslag en/of presentatie.
26. De kandidaat kan in het onderzoek scheikundige begrippen, symbolen en formules kwalitatief en kwantitatief toepassen in relatie tot een of meer producten, met name aangaande titreren, pH-onderzoek, neerslagreacties, en ontledings- en scheidingsmethoden.
27. De kandidaat kan in het onderzoek de leervaardigheden tonen die genoemd worden in NASK2/K/3.

NASK2/K/10, NASK2/V/1, NASK2/V/2
3. Reactiviteit

42:
De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, electriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

44:
De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

42, 44

29:
De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in sleutelbegrippen uit het gebied van de levende en niet-levende natuur, en leert deze sleutelbegrippen te verbinden met situaties in het dagelijks leven.

31:
De leerling leert o.a. door praktisch werk kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in processen uit de levende en niet-levende natuur en hun relatie met omgeving en milieu.

32:
De leerling leert te werken met theorieën en modellen door onderzoek te doen naar natuurkundige en scheikundige verschijnselen als elektriciteit, geluid, licht, beweging, energie en materie.

29, 31, 32

NASK2/K/10  Basischemie voor vervolgopleiding en beroep
16. De kandidaat kan eigenschappen noemen waaraan stoffen herkend kunnen worden en die kennis toepassen in practicumsituaties.
17. De kandidaat kan onderzoeken of een stof een zuivere stof is of een mengsel, een aantal zuivere stoffen en soorten mengsels noemen, en de hoofdbestanddelen van een aantal mengsels noemen.
18. De kandidaat kan:
− een aantal processen uit het dagelijks leven herkennen als een chemische reactie;
− van een aantal (soorten) reacties toepassingen noemen, de vergelijkingen opstellen en beschrijvingen geven;
− berekeningen uitvoeren aan reacties en beschrijven hoe bepaalde factoren de reactiesnelheid beïnvloeden.

NASK2/K/5  Mens en omgeving: verbranding
6. De kandidaat kan een aantal verbrandingsverschijnselen beschrijven, verbrandingsvoorwaarden noemen, en toelichten dat blussen of voorkomen van brand berust op de beïnvloeding van deze voorwaarden.
7. De kandidaat kan de gevolgen van overvloedig energieverbruik noemen voor gezondheid en milieu.
8. De kandidaat kan de bewerking van aardolie in raffinaderijen en het gebruik van aardolie als grondstof voor chemische producten beschrijven.

NASK2/K/7  Water, zuren en basen
10. De kandidaat kan van leidingwater en van in de natuur voorkomende watersoorten de samenstelling, functie en toepassing beschrijven.
11. De kandidaat kan:
− van een aantal zuren en basen de naam en formule geven;
− van een aantal zure en basische oplossingen de formules geven van de deeltjes die daarin voorkomen;
− de eigenschappen en toepassingen van zure en basische oplossingen noemen.
12. De kandidaat kan de eigenschappen en toepassingen noemen van een aantal indicatoren en deze toepassen in pH-onderzoek.
 

NASK2/K/8  Reinigingsmiddelen en cosmetica
13. De kandidaat kan een aantal was-, reinigings- en oplosmiddelen en cosmetische middelen noemen, en de werking en/of toepassing beschrijven van een aantal van deze middelen.
 

NASK2/K/9  Chemie en industrie
14. De kandidaat kan eigenschappen en toepassingen van metalen noemen, enkele bereidingsprocessen van metalen beschrijven, en het verschil tussen edele en andere metalen noemen.  
15. De kandidaat kan de vorming van polymeren beschrijven en enkele voordelen van toepassingen van polymeren noemen.

NASK2/K/10, NASK2/K/5, NASK2/K/7, NASK2/K/8, NASK2/K/9
4. Energie

44:
De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

44
n.v.t.

NASK2/K/5  Mens en omgeving: verbranding
6. De kandidaat kan een aantal verbrandingsverschijnselen beschrijven, verbrandingsvoorwaarden noemen, en toelichten dat blussen of voorkomen van brand berust op de beïnvloeding van deze voorwaarden.
7. De kandidaat kan de gevolgen van overvloedig energieverbruik noemen voor gezondheid en milieu.
8. De kandidaat kan de bewerking van aardolie in raffinaderijen en het gebruik van aardolie als grondstof voor chemische producten beschrijven.

NASK2/K/5