helphelp

Leerlijn Nask2 inhouden (PO-vmbo), Materie

( )

kerndoelen primair onderwijskerndoelen onderbouw vmbo bovenbouw gl/tl exameneenheden

NASK2/K/10  Basischemie voor vervolgopleiding en beroep
16. De kandidaat kan eigenschappen noemen waaraan stoffen herkend kunnen worden en die kennis toepassen in practicumsituaties.
17. De kandidaat kan onderzoeken of een stof een zuivere stof is of een mengsel, een aantal zuivere stoffen en soorten mengsels noemen, en de hoofdbestanddelen van een aantal mengsels noemen.
18. De kandidaat kan:
− een aantal processen uit het dagelijks leven herkennen als een chemische reactie;
− van een aantal (soorten) reacties toepassingen noemen, de vergelijkingen opstellen en beschrijvingen geven;
− berekeningen uitvoeren aan reacties en beschrijven hoe bepaalde factoren de reactiesnelheid beïnvloeden.

NASK2/K/11  Bouw van materie
19. De kandidaat kan de bouw van stoffen beschrijven, en reacties beschrijven met gebruikmaking van de begrippen moleculen, atomen en ionen.
20. De kandidaat kan de namen en symbolen van een aantal elementen geven en beschrijven hoe de atoomsoorten zijn gerangschikt in het periodiek systeem.
21. De kandidaat kan van een aantal moleculaire stoffen en zouten de naam geven als de formule is gegeven en omgekeerd.

NASK2/K/4  Mens en omgeving: gebruik van stoffen
4. De kandidaat kan van een aantal (afval)stoffen de gevaren noemen, en veiligheidsmaatregelen noemen ter voorkoming van persoonlijke schade en milieuschade.  
5. De kandidaat kan verschillende methoden voor de productie en distributie van drinkwater beschrijven.

NASK2/K/6  Mens en omgeving: werken bij practicum en in beroepssituaties
9. De kandidaat kan beschrijven hoe veilig en verantwoord moet worden omgegaan met stoffen en straling.
 

NASK2/K/7  Water, zuren en basen
10. De kandidaat kan van leidingwater en van in de natuur voorkomende watersoorten de samenstelling, functie en toepassing beschrijven.
11. De kandidaat kan:
− van een aantal zuren en basen de naam en formule geven;
− van een aantal zure en basische oplossingen de formules geven van de deeltjes die daarin voorkomen;
− de eigenschappen en toepassingen van zure en basische oplossingen noemen.
12. De kandidaat kan de eigenschappen en toepassingen noemen van een aantal indicatoren en deze toepassen in pH-onderzoek.